Categorieën
4. Middenrijk Exodus

Exodus: introductie

De Israëlieten lopen veilig door de zee, maar het Egyptische leger verdrinkt 1

Het belang van de exodus

Een van de belangrijkste vragen voor een op de Bijbel gebaseerde chronologie van Egypte is: kan er bewijs voor de exodus worden gevonden?

Eigenlijk staan of valt dit hele blog met het antwoord op deze vraag. Als de exodus nooit gebeurd is, de tien plagen die Egypte platlegden verzinsels zijn en de Israëlieten geen slaven waren die dankzij hun God weg konden komen en door de woestijn naar Kanaän trokken, heeft het geen zin om de Bijbel te vertrouwen als leidraad voor een nieuwe chronologie. De exodus is een van de meest controversiële onderwerpen uit de Bijbel en kan compleet worden afgekraakt in de standaardchronologie. Er wordt soms zelfs gedacht dat de Israëlieten helemaal nooit in Egypte hebben gewoond en eigenlijk een groep Kanaänieten waren.

Het dossier exodus is dan ook een van de meest belangrijke vragen als het gaat over de geloofwaardigheid van de Bijbel. Er wordt heel vaak naar verwezen (Joz 24:4, Richt 2:1, 6:9, 1 Sam 6:6, 10:18, 1 Kon 8:9, 1 Kon 12:28, 2 Kro 6:5, Psalm 80:9, Jes 10:26, Ez 20:9, etc.). Jezus vindt dat Mozes echt bestaan heeft (Mat 8:4, 17:3-4, 23:2, Mark 1:44, etc.) en de eerste christenen dachten dat de exodus waar is (Hand 7:9, 13:17, Hebr 3:16, etc.). Als de Israëlieten echt slaven waren in Egypte, en de tien plagen en hun vertrek inderdaad zo’n impact hadden, moeten er minstens een aantal aanwijzingen daarvoor te vinden zijn in de overgebleven papyri of op de nomumenten. Want zonder ook maar één snipper exodusbewijs vanuit Egypte is er geen weerwoord mogelijk op de standaardchronologie.

Tegelijkertijd is het dossier exodus een van de meest complexe vragen. De grootste moeilijkheid is dat Mozes nauwelijks namen noemt. Zelfs als het gaat over zijn adoptiemoeder, bij wie hij het grootste deel van zijn eerste veertig jaar doorbracht (Hand 7:23, 30), houdt hij het op “de dochter van de farao” (Ex 2:5). Het is daarom leuk om er onderzoek naar te doen. Als de Bijbel gelijk heeft en Mozes de Israëlieten op 25 maart 1446 uit Egypte leidde, moeten de in de Bijbel anonieme farao’s een naam, gezicht èn een datering kunnen krijgen.

Ik wil niet alle theorieën, onmogelijkheden en waarschijnlijkheden over de exodus herhalen. Er zijn honderden, zo niet duizenden boeken over geschreven en nog veel meer wetenschappelijke en minder wetenschappelijke artikelen; google voor de gein maar eens op exodus moses theory. Net als in de rest van dit blog ben ik niet van plan om alle meningen weer te geven. Dan blijft er geen tijd over om een nieuwe chronologie op te bouwen. Als u de mening vanuit de standaardchronologie wil weten over de exodus of andere punten uit de Egyptische geschiedenis, is dat op internet makkelijk vinden. Daarom begin ik een antwoord op de exodusvraag bij de oorsprong van alle theorieën: het verslag van Mozes.

Het verslag van Mozes

In verhouding tot de impact van de exodus, is Mozes’ verslag heel kaal. Hij heeft nog geen 16 hoofdstukken nodig (Ex 1-15:21) voor een van de grootste rampen die Egypte ooit getroffen heeft. Als je zijn boeken leest was hij nogal van het compacte schrijven; de Septuagint heeft niet voor niets hier en daar een vers wat uitgebreid of verklaard. Her en der in de Bijbel schreef Mozes of iemand anders een korte aanvulling, en een paar daarvan zijn ook belangrijk. Maar dit is waar we het kennelijk mee moeten doen.

Dankzij dit verslag kom ik tot vier conclusies.

Conclusie 1: Israël was minstens 140 jaar slaaf

Dit klinkt heel lang, langer dan nodig is. Maar als je heel precies de eerste hoofdstukken van Exodus langsgaat is het mogelijk om dat idee te krijgen. De slavernij kan namelijk opgedeeld worden in vier fases:

  • Exodus 1:8-11: het begin.
    Een man die Jozef niet gekend had werd koning. Hij zei tegen zijn volk dat er meer Israëlieten waren dan Egyptenaren, en besloot het eerste volk tot slavernij te dwingen, want “mocht het zijn dat er een oorlog uitbreekt, dan zal het zich ook bij onze vijanden aansluiten”. Het doel was hetzelfde als in de Tweede Wereldoorlog: zorgen dat er minder Israëlieten kwamen. In deze periode bouwden ze voor de farao de twee voorraadsteden, Pitom en Raämses.
  • Exodus 1:12-14: de eerste verzwaring.
    Ondanks de slavernij bleef Israël sneller groeien dan de Egyptenaren. De Egyptenaren ondernamen daarom verdere actie. “Zij maakten het leven bitter voor hen” en lieten hen zwoegen met leem en bakstenen, en werk op het veld: “al hun werk, waarmee zij hen moesten dienen, met harde hand.”
    Er zal minstens een generatie overheen zijn gegaan voor ontdekt werd dat het aantal Israëlieten bleef groeien. Generaties kwamen voor volken als Israël niet zo snel; zowel Izak als Ezau trouwden toen ze 40 waren (Gen 25:20, 26:34) en Jakob pas toen hij 84 was. Aan de andere kant zat Israël in Egypt, waar vaak al als tiener werd getrouwd. Jozef was 30 toen de koning hem een vrouw gaf (Gen 41:45). Als je rekening houdt met het feit dat het langer duurde voordat de extra, jongere kinderen oud genoeg waren om slaven te worden, schat ik de eerste periode op minstens 30 jaar.
  • Exodus 1:15-5:4 de babymoorden.
    Toen ook het extra werk niet bleek te werken droeg de koning de Hebreeuwse vroedvrouwen op om alle pasgeboren jongetjes te vermoorden. Voordat bleek dat de vorige maatregel niet werkte zal er opnieuw minstens een generatie overheen zijn gegaan, dus ook de tweede periode schat ik op minstens 30 jaar.
    Toen de Hebreeuwse vroedvrouwen niet naar het bevel luisterden zei de farao tegen de Egyptenaren dat alle Hebreeuwse jongetjes voortaan in de Nijl moesten worden gegooid. Dit extra bevel kan goed gedateerd worden. Toen Mozes werd geboren, in 1526 2, vreesde zijn moeder voor zijn leven. Maar voor het leven van zijn broer Aäron, die geboren werd in 1529 3 en opgroeide bij hun ouders (Ex 4:14), werd kennelijk niet gevreesd. De farao die dit extra bevel uitvaardde deed dat dus tussen 1529-1526, 80-83 jaar voor de exodus.
  • Exodus 5:5-15:21: de tweede verzwaring.
    Toen Mozes en Aäron voor het eerst zeiden dat God Israël de woestijn in wou hebben om voor Hem een feest te vieren, verzwaarde de farao meteen de slavernij. Daarvoor kregen de Israëlieten nog het stro geleverd dat nodig was om bakstenen mee te maken, voortaan moesten ze zelf stro vinden.

De slavernij zal dus minstens 140 jaar hebben geduurd, en waarschijnlijk langer. Dat betekent ook dat “de” farao van de onderdrukking niet bestaat. Zelfs Pepi II uit dynastie VI, die met maar liefst 94 jaar het langst regeerde van alle bekende Egyptische koningen, haalde dat niet. Dit past bij het woord farao: het werd alleen gebruikt voor de op dat moment levende koning. (Op andere plekken op het blog heb ik het over “de farao van de slavernij” als het gaat over degene die de Israëlieten Pitom en Raämses liet bouwen. Dit is om de verschillende naamloze farao’s uit elkaar te houden.)

Hoelang woonde Israël in Egypte?

Exodus: de ligging van Gosen

Exodus: Israël gevonden?

Exodus: Israël, 3 miljoen of 40.000 mensen?

Exodus: slavernij in Egypte

Exodus: de exodus in inscripties

Exodus: de berg Sinaï

Conclusie 1a: De koninklijke familie stierf vlak voor de exodus uit

Wat moet je, als de slavernij minstens 140 jaar duurde, denken van Exodus 2:23? Dit vers is een van de laatste voor de exodus zelf, wat begint met de roeping van Mozes. “Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God.”

Hier kan gewoon een van de koningen worden bedoeld, wiens dood is opgeschreven omdat het het zuchten opwekte waardoor God in actie kwam. Maar het is opvallend dat de Israëlieten pas toen zuchtten en het uitschreeuwden; als met deze koning zijn familie was (uit)gestorven hadden de Israëlieten misschien de hoop om vrij te kunnen worden onder een nieuwe familie. Dat verklaart in ieder geval waarom God tegen Mozes kon zeggen: “Ga, keer terug naar Egypte, want al de mannen die u naar het leven stonden, zijn gestorven.” (Ex 4:19) Mozes was een prins uit een familie die dan net was uitgestorven, en voor een nieuwe familie die de macht al in handen had, was hij niet bedreigend meer.

De koninklijke familie stierf vlak voor exodus uit

Mozes werd gezocht door de farao (Ex 2:15), dus degenen die hem naar het leven stonden zullen de mannen van de koninklijke familie zijn geweest. Het laatste regerende familielid van de farao die de Israëlieten Pitom en Raämses liet bouwen, was Amenemhat Sobekhotep (1451-1447) van dynastie XIII. Hij werd opgevolgd door Khendjer (1442-ca.1442), die een Semitische naam had en een Kanaäniet of Syriër zal zijn geweest.

Conclusie 2: Er was meer dan één koning

In tegenstelling tot wat over het algemeen wordt gedacht, werd Egypte tijdens de exodus geregeerd door niet één, maar minstens twee koningen. Dat staat in Psalm 105:30, waar de tweede plaag wordt beschreven, waarschijnlijk door David (zie 1 Kro 16:7 en verder): “Hun land wemelde van de kikkers, tot in de kamers van hun koningen.”

Met “koningen” worden hier niet gouverneurs, regenten of nomarchen bedoeld. Deze laag ambtenaren wordt in vers 22 van deze psalm sjaraw genoemd, vorsten; hier komt Sara’s naam vandaan. Het woord voor koningen uit vers 30 is malkehem, wat komt van het Hebreeuws voor koning. In ieder geval tijdens de exodus regeerden er dus minstens twee koningen.

Exodus: de twee koningen tijdens de exodus: mijn theorie hoe in het boek Exodus te lezen is dat er tijdens de exodus twee koningen tegelijk heersten.

Exodus: de farao van de exodus: zijn paarden

Exodus: de farao van de exodus: zijn verdrinking

Exodus: de farao van de exodus: een Amoriet

Exodus: de farao van de exodus: Nehesy

De farao’s uit het boek Exodus

Exodus: oorlog in Kanaän. Tijdens de exodus was er oorlog in Kanaän (Ex 13:17).

Conclusie 3: De voorraadsteden Pitom en Raämses

Voor een geschiedenis waarin de namen van de Egyptische hoofdrolspelers zijn genegeerd, is dit de meest concrete aanwijzing. De uitdaging is nu om deze steden te identificeren, hopelijk met steden die bewaard zijn gebleven, en hun bouwgeschiedenis te bekijken. Dan kan de juiste farao naast de Israëlitische slavernij worden gelegd.

Salomo bouwde ook voorraadsteden (1 Kon 9:19); in het Hebreeuws wordt hier hetzelfde woord gebruikt als in Exodus, miskenoth. In Salomo’s voorraadsteden was geen plaats voor legers, want zij hadden hun eigen steden, dus dat gold waarschijnlijk ook voor Pitom en Raämses.

Exodus: Amenemhat I als farao van de slavernij

Exodus: Amenemhat I’s oorlog en Exodus 1:10

Exodus: Exodus 1:7 en de Eerste Tussenperiode

Exodus: Merenre I als koning van de slavernij

Conclusie 4: De exodus was het eind van een gouden tijdperk

Egypte bloeide toen de Israëlieten slaven waren. De belangrijkste dynastie of koninklijke familie had genoeg macht om een heel volk onder de duim te krijgen – èn te houden. Als je 140 jaar lang een heel volk bakstenen voor je laat maken (Ex 1:14, 5:7) moet er veel meer dan alleen die twee voorraadsteden zijn gebouwd. Mozes had kunnen kiezen voor de schatten (thésauros, een opslagplaats voor kostbare dingen) in Egypte, maar koos voor zijn eigen volk (Hebr 11:26).

Na deze bloei kwamen de tien plagen, die minstens het grootste deel van het land platlegden of verwoestten, de slaven vertrokken en het leger van de farao verdronk (Ex 14:7, 28) (maar niet de farao). De oogst was grotendeels verwoest (Ex 9:31-32, 10:14-15) en het vee flink uitgedund (Ex 9:6, 25). De dienaren van de farao waren ervan overtuigd dat Egypte verloren was (Ex 10:7). God had over Egypte rechtgesproken (Gen 15:14) en als Hij rechtspreekt over Israël, duurt het altijd even voor Israël er weer bovenop komt; kijk maar aan de Babylonische ballingschap. Voor Egypte zal het niet anders zijn geweest. Het land bleef bestaan, maar in een verzwakte vorm.

Exodus: de goede periode

Exodus: de twaalf stammen in Egypte

Exodus: Kanaänieten en Amorieten in Egypte

Exodus: de exodus volgens Ipuwer? – deel 1

Exodus: de exodus volgens Ipuwer? – deel 2

Exodus: de nasleep

Over Mozes’ verslag

Ondanks dat Mozes de namen van de koningen en farao’s niet noemt, zijn er toch een aantal belangrijke aanwijzingen te vinden. Als de periode van de Egyptische geschiedenis waarin de Israëlieten slaven waren geïdentificeerd kan worden, kan in en rond hun tijd worden gezocht naar bewijs voor de Israëlitische slavernij, de plagen en de exodus. Als tenslotte ook nog de koningen gedateerd kunnen worden is het mogelijk om op zoek te gaan naar Mozes’ adoptiefamilie.

Ik denk dat er genoeg in de Bijbel staat om in ieder geval iets te kunnen zeggen over al deze zaken.

Exodus: herkomst van de tien plagen

Exodus: Ramses II als farao van de exodus

Mozes’ Egyptische moeder

laatste wijziging: 28 juli 2022

  1. By Adolf Hult, No restrictions, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=42760420[]
  2. Mozes was 80 toen hij tot de farao sprak (Ex 7:7).[]
  3. Aäron was 83 toen hij tot de farao sprak (Ex 7:7).[]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.