Categorieën
5. Tweede Tussenperiode Exodus

Exodus: de twaalf stammen in Egypte

De afdruk van het cilinderzegel, 1 met mogelijk symbolen voor de twaalf stammen

Inleiding

In Avaris (Raämses), de stad die de Israëlieten in opdracht van de farao van de slavernij moesten bouwen (Ex 1:11), is een bewijs voor Israëls aanwezigheid in Egypte gevonden. Het gaat om de bovenstaande afdruk van een zegel vol symbolen, die rabbi Michael S. Bar-Ron herkende als verwijzingen naar de twaalf stammen. Het zijn vooral symbolen uit de zegen van Mozes (Deut 33) en de zegen van Jakob (Gen 49). 2

Een andere interpretatie van dit zegel is dat de de symbolen niet van de twaalf stammen zijn, maar van de Kanaänitische god Baäl-Zefon. Dat komt omdat het zegel alleen bestaat uit symbolen, niet uit tekst.

Ondanks deze twijfel is dit zegel een bewijs dat Deuteronomium 33 is geschreven rond de tijd dat deze symbolen voorkwamen.

Tekening van de zegelafdruk 3

Jozef (1) – Manasse

We beginnen links van de beschadiging. De stier is een symbool van Jozef (Gen 49:6, Deut 33:17). In het laatste vers wordt de nadruk gelegd op zijn hoorns (“zijn hoorns zijn hoorns van de wilde os; daarmee zal hij volken stoten, allemaal, tot aan de einden der aarde”). De stier staat met zijn hoofd voorover afgebeeld en de voorpoten dicht bij elkaar, de positie van een aanval 4.

De stier is het embleem van Baäl-Zefon. 5

Jozef lijkt twee symbolen te hebben op het zegel. Hij had twee zonen, Manasse en Efraïm, en het andere symbool past goed bij Efraïm; de stier was het symbool van beide broers (Deut 33:17). Zolang het andere teken Efraïm voorstelt is dit Manasse. Beide zonen staan dan bovenaan omdat Jozef het eerstgeboorterecht van hun vader kreeg (1 Kro 5:1).

Ruben

Onder de stier staat water; onstuimig water is een symbool van Ruben (Gen 49:4). Het water staat direct onder de stier, en Jozef kreeg van Jakob in de plaats van Ruben de status van eerstgeborene, want Ruben was met een van Jakobs bijvrouwen naar bed gegaan. Ook in een Ḥabbadi-Yemenitische overlevering hoort onstuimig water bij hem.

Porada noemt dit symbool een guilloche. 4 In Syrië wordt het meestal geassocieerd met water en vruchtbaarheid. 6 Het staat ook op het hieronder afgebeelde Syrische zegel.

Ruben staat direct onder een zoon van Jozef, die het eerstgeboorterecht van hem had overgenomen (1 Kro 5:1).

Cilinderzegel uit Syrië, tegenwoordig in Toronto, met een aantal dezelfde symbolen. 7

Levi

Onder het water staat een roofvogel. In de Ḥabbadi-Yemenitische overleveringen wordt Levi gesymboliseerd door een hoogvliegende gier. Hij was de derde zoon, en vanaf de stier geteld is hij tekening nummer drie.

Het is mogelijk dat de vogel, net als de stier, een symbool was van Baäl-Zefon. 5 Net als het water staat dit op het Syrische zegel.

Juda

De leeuw onder de vogel is een symbool van Juda (Gen 49:9). Juda staat onderaan; hij was degene die bedacht om Jozef naar Egypte te verkopen (Gen 37:26-27). Door Jozef bovenaan te zetten laat het zegel zien dat Jozef hun leider was. Juda was de vierde zoon, en zijn afbeeldingen is de vierde in de rij.

Ook dit staat op het Syrische zegel. De leeuw is waarschijnlijk een symbool voor Baäl-Zefon. 5

Jozef (2) – Efraïm

Voor de man met zijn voeten op twee bergen heeft Bar-Ron twee uitleggingen. Het kan God voorstellen als een “Man van oorlog” (Hij is een Strijder, Ex 15:13), de bergen zijn de Gerizim en de Ebal; daartussen ligt Sichem, wat door Jakob aan Jozef werd gegeven (Gen 48:22). Anders kan de man Benjamin voorstellen, die tussen Gods schouders zou wonen (Deut 33:12).

Bar-Ron kiest hier voor Jozef, want Mozes wenste in zijn zegen dat Jozefs land door de Heere gezegend zou worden (Deut 33:13 8 ). Als dat klopt wordt Benjamin niet genoemd, wat volgens hem komt omdat Benjamin de enige van de broers was waar Jozef geen dominantie over hoefde te laten zien. Het enige wat hiermee in de weg staat is dat de Torah verbiedt om afbeeldingen te maken van God. Maar dit zegel werd gebruikt in Egypte, in de tijd voor de exodus, en op dat moment was het nog niet verboden. 9

Volgens Porada is dit een Syrische weergod in een slaande houding, met een lange krul en een krachtige pas op de toppen van twee bergen. 4 Tegelijk is dit het zwakke punt in Bar-Rons visie. Deze weergod is namelijk Baäl-Zefon, die ook voorkomt op vergelijkbare Syrische zegels. De meeste op het zegel uit Avaris passen, al dan niet waarschijnlijk, bij wat van hem bekend is. 5 Het is daarom logischer om deze god te identificeren met Baäl-Zefon. Dat is, op dit punt na, geen probleem voor Bar-Rons visie op dit zegel. Toen God Israël riep in Egypte dienden ze namelijk de goden van Egypte, en die afgoderij hielden ze ook na de exodus hardnekking vol (Ez 20:8, 16), en tijdens de exodus woonden er Kanaänieten in Egypte. Een andere mogelijkheid is dat de afbeelding Baäl-Zefon is gekozen als representatie van God, zoals Hizkia (715-686) de gevleugelde zonneschijf liet afbeelden op zijn zegel; het was het symbool van de hoogste god, welke dat was verschilde per land. 10

Wat Bar-Ron niet schrijft, maar wel een mogelijkheid is, is dat Jozef twee keer staat afgebeeld omdat hij de stamvader is van twee stammen (Gen 48:5). Efraïm was volgens Jakob belangrijker dan Manasse (Gen 48:20) en zijn nakomelingen erfden Sichem (1 Kro 7:28); de stier is zowel een symbool van Efraïm als van Manasse (Deut 33:17). Als deze afbeelding dus voor Efraïm staat, is het een bewijs dat dit zegel pas werd gemaakt toen zijn zonen al de stamvaders waren van twee stammen die niet onderdeden voor de stammen van hun ooms.

Dan

Onder de bergen staat een slang. “Dan zal een slang zijn op de weg, een adder op het pad” (Gen 49:17). De voorpoot van Juda’s leeuw hangt boven hen, dus de slang kan het vijfde symbool zijn. Dan was de vijfde zoon.

Ook de slang is waarschijnlijk een symbool van Baäl-Zefon. Op het afgebeelde Syrische zegel staat een kleine slang achter de dais en onder de leeuwenstaart. 11

Simeon

Blijkens de rabbijnen (Bamidbar Rabbah 2,7) had de vlag van Simeon een afbeelding van Sichems muren, die hij en Levi hadden verwoest. Het symbool onder de slang lijkt op een Egyptische muur en het hiëroglief voor muur en muren. Het is het onderste symbool. Volgens de traditie was het Simeons idee om Jozef te vermoorden. Toen Jozef voor het eerst graan verkocht aan zijn broers nam hij Simeon gevangen (Gen 42:24). Jozef had hem vergeven (Gen 45:4-5), maar zoiets vergeet je niet snel.

Simon, Juda, Zebulon, Dan, Aser en Jozef (Efraïm en Manasse) worden precies zo uitgebeeld als beschreven in de midrash, Bamidbar Rabbah 2,7.

Volgens Porada is deze “muur” een dais. Op een Syrisch cilinderzegel dat nu in Toronto ligt staat niet een slang, maar een leeuw boven de dais. 12 Het verschil met de dais uit het Syrische zegel is dat de leeuw daar recht op staat en de slang in het klein achter de dais, onder de leeuwenstaart; op het zegel uit Avaris staat de slang in de ruimte erboven. Zolang de slang Dan voorstelt heeft dit symbool een dubbele betekenis, want “Dan zal over zijn volk rechtspreken” (Gen 49:16).

Het zegel volgens Porada 13

Gad

Links van de god op de twee bergen staat volgens Bar-Ron de onderkant van een olijftak met acht bladeren. Aser was de achtste zoon, en in de zegen van Mozes doopte Aser zijn voet in de olie (Deut 33:24). Het Hebreeuwse woord achter overvloedig (Gen 49:20) kan ook vet of olie betekenen.

Het symbool is helaas slecht bewaard gebleven en Porada denkt aan een gevleugelde zonneschijf, of een vogel met gespreide vleugels. 4 De vogel komt ook voor op het afgebeelde Syrische zegel.

In het oude Midden-Oosten was de zonnegod meestal een rechter en had associaties met de onderwereld, omdat gedacht werd dat de zon ’s nachts door de onderwereld reisde. De gevleugelde zonneschijf komt uit Egypte. Daar was het een symbool voor Horus of een beschermend symbool voor koningschap. 14 Een andere mogelijkheid is daarom Gad. Gad was een wetgever en rechter en beschermde zijn gebied als en leeuwin (Deut 33:20-21), wat weer een symbool is van koningschap (Gen 49:9-10). In dat geval staat zijn symbool boven Naftali en Aser, want de zegen die zij ontvingen was een gevolg van het houden van Gods wet (Deut 28:1-2). Een vogel met gespreide vleugels kan ook Gad zijn, want op een ander Syrisch zegel uit Porada’s artikel staat voor de god op de twee bergen een belangrijk iemand met gespreide vleugels bij zijn schouders.

Het zegel met de gevleugelde man 15

Naftali

Het symbool rechts onder de zonneschijf is niet duidelijk, doordat een deel verdwenen is, maar het kan de hinde van Naftali zijn (Gen 49:21). Het heeft in ieder geval een dierenkop. Naftali staat dan naast Aser; in Israël kregen de stammen een gebied naast elkaar.

Herten kwamen nauwelijks voor in Egypte. Alleen in Avaris, uit de eerste helft van dynastie XIII, zijn botten van het Mesopotamisch damhert gevonden. 16 Porada zag hier een geit in of een ander dier met hoorns, dat met zijn kop naar beneden valt, als symbool van een tegenstander die door Baäl-Zefon was verslagen. 17 Een geit komt niet voor in de zegeningen van Jakob en Mozes, maar Naftali was een “losgelaten” hinde.

Aser

Gad betekent geluk, en wel het geluk van Lea’s vruchtbaarheid (Gen 30:11). Links onder de zonneschijf staat een symbool dat of een paddestoel op zijn kop voorstelt, een “goddelijk geluk uit de hemel”, of, doordat Lea blij was met de gekregen vruchtbaarheid, een besneden penis; het symbool staat andersom dan de paddestoelen van Zebulon en Issaschar.

Porada heeft het hier niet over, maar het staat wel op haar tekening. Het is beschadigd. 13

Een alternatief is dat het het symbool is van Aser. Hij werd rijkelijk gezegend door God (Deut 33:24), wat dan het goddelijke geluk uit de hemel is. Aser handelde in koninklijke lekkernijen (Gen 49:20).

Zebulon en Issaschar

Onder de waarschijnlijke hinde staat een schip met twee paddestoelen, de rijke vrucht van overzeese handel. Paddestoelen waren in Egypte een koninklijke delicatesse, het “voedsel van de goden”, en niet geschikt geacht voor de gewone mensen. Zebulon en Issaschar zouden “de overvloed van de zeeën opzuigen” (Deut 33:19).

Porada interpreteert de paddestoelen als de roeiers, die alleen worden uitgebeeld met hun hoofden. 4 Baäl-Zefon was de beschermgod van zeelieden. 5

Benjamin

Dit is een suggestie van mij. Boven de boot is, zolang het symbool voor Aser een olijftak is, ruimte voor een extra symbool. Hier kan Benjamins wolf (Gen 49:27) of beschermde woonplaats (Deut 33:12) hebben gestaan. Ik kan me namelijk moeilijk voorstellen dat op zo’n drukbezette zegelindruk een deel leeg was. Als het zegel van een Israëliet was mist Benjamin namelijk nog, en een beschermde woonplaats past tussen de zegeningen van Naftali en Aser.

Zolang het symbool boven de boot een gevleugelde zonneschijf is, is er alleen plek voor iets dat net zo klein is als Levi’s roofvogel.

Conclusie

Doordat er geen tekst op het zegel staat zijn de symbolen op twee manieren op te vatten. Dat kan zowel de standaardinterpretatie van Baäl-Zefon en zijn symbolen zijn, als een weergave van de twaalf stammen van Israël. Het interessante aan de tweede interpretatie is dat ook de plaatsing van de symbolen een reden krijgt. Voor symbolen van Baäl-Zefon is die plaatsing niet zo duidelijk aan te wijzen 5, maar dat kan komen doordat er weinig van hem bekend is.

De datering helpt niet om te kiezen. Het zegel is gevonden in stratum G/4 18, ofwel ca.1460-1440, de tijd van de exodus (1446). Het werd lokaal gemaakt en door Porada gedateerd op waarschijnlijk de 18e eeuw, in de middenchronologie van Mesopotamië. 19 In de middenchronologie regeerde Hammurabi 1792-1750 en naar mijn idee 1445-1403; haar datering is dan te “vertalen” naar waarschijnlijk 1453-1353. Dit is binnen de tijd van stratum G/4. Het zegel is dus gevonden in een stratum rond de tijd van de exodus. De Israëlieten vertrokken te voet (Ex 12:37) en zullen alle spullen die niet direct belangrijk waren, hebben achtergelaten. Het zegel lag op de bestrating 4 en kan dus achtergelaten zijn door een Israëliet. Andersom kan het gebruikt zijn door een aanbidder van Baäl-Zefon.

Het is een uniek zegel, want alhoewel er vergelijkbare zegels zijn uit Syrië en de omgeving van Avaris, heeft dit duidelijke verschillen. De stier heeft een houding die het op geen enkel ander zegel heeft. Porada concludeert dat door de maker van het zegel speciaal rekening werd gehouden met symbolen uit de wensen van de opdrachtgever. 20 Juist daardoor heb ik de neiging om de symbolen op te vatten als symbolen van de twaalf stammen, maar ik ben bevooroordeeld. Of een lezer het ermee eens is moet hij of zij bepalen.

De eigenaar van het zegel is onbekend. Bar-Ron denkt dat het Jozef is, wat alleen mogelijk is in de chronologie van David Rohl, die niet klopt; zie hier en hier. De enige persoon uit de Bijbel bekende Israëliet die zo’n zegel tijdens de slaventijd kon gebruiken, is Mozes. Maar Mozes was al in 1486 gevlucht uit Egypte en Israël was groter dan de paar namen in de Bijbel. Tijdens het Middenrijk pasten grote groepen Aziaten zich aan aan de Egyptische cultuur. Zowel slaven als ambtenaren droegen Egyptische namen en, tenzij ze ‘3m (Aziaat) genoemd worden, kunnen ze niet worden onderscheiden van Egyptenaren. 21

Ook als de symbolen niet staan voor de twaalf stammen, is het opvallend dat veel daarvan terugkomen in Genesis 46 en vooral in Deuteronomium 33. Het is daarom waarschijnlijk dat beide hoofdstukken al bestonden rond de eeuw waarin Porada dit zegel plaatste, omstreeks 1453-1353.

laatste wijzigingen:
25 februari 2023: flink herschreven
8 maart 2023: andere interpretatie van Gads symbool
23 maart 2023: nieuwe datering van G/4
15 december 2023: nieuwe datering van Hammurabi en daarmee van het zegel

  1. Edith Porada, The Cylinder Seal from Tell el-Dab’a, in American Journal of Archaeology, Vol. 88, No. 4 (Oct., 1984), p. 485-486 []
  2. Rabbi Michael S. Bar-Ron, The seal of Joseph In his palace at Tell ed-Daba (2017), p. 7-17 []
  3. Thomas Schneider, Das Ende Der Kurzen Chronologie: Eine Kritische Bilanz Der Debatte Zur Absoluten Datierung Des Mittleren Reiches Und Der Zweiten Zwischenzeit, in Ägypten & Levante / Egypt & the Levant 18 (2008), p. 298, waar het in spiegelbeeld staat. Ik heb het omgedraaid zodat alles dezelfde richting uit kijkt als op de foto bovenaan. []
  4. Porada, op. cit., p. 485 [] [] [] [] [] []
  5. Porada, op. cit., p. 487 [] [] [] [] [] []
  6. Karin Kopetzky en Manfred Bietak, A Seal Impression of the Green Jasper Workshop from Tell el-Dab‘a, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant 26 (2016), p. 366 []
  7. Porada, op. cit., Plate 65, fig. 3 []
  8. Bar-Ron verwijst naar Genesis 49, maar deze tekst staat in de zegeningen van Mozes uit Deuteronomium. []
  9. Rabbi Michael S. Bar-Ron, The seal of Joseph In his palace at Tell ed-Daba (2017), p. 21 []
  10. Eilat Mazar, The Ophel Excavations to the South of the Temple Mount 2009-2013, Final Reports Volume II (2018), p. 254-255 []
  11. Porada, op. cit., p. 487, met voetnoot 12 []
  12. Porada, op. cit., p. 486-487 []
  13. Porada, op. cit., p. 486 [] []
  14. Jack Green, Hittite Plaque with Winged Sun-disks (Cat. no. 3), in Rememberance of Me: Feasting with the Dead in the Ancient Middle East (2014), p. 108 []
  15. Porada, op. cit., Plate 65, fig. 2 []
  16. Karin Kopetzky en Manfred Bietak, A Seal Impression of the Green Jasper Workshop from Tell el-Dab‘a, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant 26 (2016), p. 362 []
  17. Porada, op. cit., p. 485, 487 []
  18. Bietak (1991), p. 49 []
  19. Porada, op. cit., p. 488, met voetnoot 19 []
  20. Porada, op. cit., p. 485-488 []
  21. John Van Seters, A Date for the ‘Admonitions’ in the Second Intermediate Period, in The Journal of Egyptian Archaeology, Vol. 50 (Dec., 1964), p. 20-21 []

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *