Categorieën
6. Nieuwe Rijk Koningstijd

Ramses III als Sisak

Ramses II (1043-977), een van de kandidaten voor Sisak, slaat een tegenstander. 1 Dit beeld was niet veranderd sinds het ontstaan van Egypte. Narmer, de eerste farao van dynastie I, werd al in deze houding afgebeeld, en ook Ptolemaeus XII, de een-na-laatste farao, komt zo voor.

Wie was hij?

Sisak was de koning van Egypte die koning Rehabeam van Juda (931-914) aanviel en Jeruzalem plunderde. Hij is een van de duidelijkste ankerpunten voor de Egyptische chronologie. Toch blijft het een puzzel om te ontdekken wie hij nou was. Verschillende farao’s worden naar voren geschoven, ook nog uit verschillende dynastieën. Van hen kan natuurlijk maar één persoon Sisak zijn geweest. Maar wie? Eerlijk gezegd ben ik selectief geweest: van alle farao’s die naar voren worden geschoven als zijnde Sisak worden hier alleen degenen genoemd waar naar mijn mening meer voor te zeggen is dan een toevalligheid.

Eerst de Bijbelse gegevens. In het vijfde jaar van Rehabeam, tussen 1 tisjri (16 september) in 926 en de dag voor 1 tisjri (3 september) in 925, trok Sisak op tegen Jeruzalem met een enorm leger van Libiërs, Suchieten en Cusjieten. Hij nam de versterkte steden van Juda in en zou Jeruzalem hebben vernietigd, als Rehabeam en de leiders van Israël zich niet vernederden voor de Heer; in plaats daarvan werden de Judeeërs dienaren van Sisak. Sisak plunderde vervolgens de tempel van de Heer en het paleis. (2 Kro 12:1-9)

Gezocht moet dus worden naar een farao die Libiërs, Suchieten en Cusjieten onder zijn bevel had. Amenhotep III (1142-1105) of Akhenaten (1105-1088) had al Cusjieten (Meluḫḫa, op andere plaatsen Kaši) in zijn leger zitten. 2 De Suchieten zijn niet goed bekend, maar de Septuagint heeft hier Troglodyten, ofwel grotbewoners. Het zijn daarom mogelijk nakomelingen van Suah, een zoon van Abraham en Ketura (Gen 25:1-2); Ketura’s zonen waren volgens Josephus ook de voorouders van de Troglodyten 3. Waar ze precies woonden is mij onbekend.

Sisak was een vriend van Jerobeam I (1 Kon 11:40), dus hij zal geen oorlog hebben gevoerd in het tienstammenrijk. De conclusie van deze post is daarom dat Sisak Ramses III is. In zijn tijd woonden er Libiërs in Egypte, hij overheerste minstens een deel van Retjenu (Syrië-Israël), noemt Jeruzalem in een lijst met veroverde plaatsen en voerde geen oorlog in het tienstammenrijk.

Shoshenq I

Van alle kandidaten wordt Shoshenq I (819/8-797) het vaakst naar voren geschoven. En dat is op het eerste gezicht een logische keuze. In de standaardchronologie kan hij in ongeveer de goede tijd worden geplaatst, en de namen komen overeen; beide hebben de medeklinkers ššq. Van Shoshenq is bovendien een oorlog in Israël bekend waarvan de lijst met veroverde plaatsen grotendeels bewaard is gebleven. Daar staat geen Gezer tussen, maar die naam kan makkelijk ertussenuit zijn gevallen. Het probleem met Shoshenq is alleen dat veel van de overgebleven plaatsnamen in het tienstammenrijk liggen 4. En dat maakt de identificatie heel onlogisch: op dat moment heerste daar Jerobeam I (931-910), en Jerobeam was een vriend van Sisak (1 Kon 11:40).

Ook vanuit Egypte is de identificatie moeilijk: Egypte en Cusj hadden nauwelijks tot geen contact in Shoshenqs tijd. 5 Een leger van Cusjieten is voor Shoshenq dus geen mogelijkheid.

Barry Beitzel, vol in verdediging van de standaardchronologie, schrijft dat de Libiërs in Sisaks dienst voor Shoshenq I spreken. 6 Maar volgens de Wilbour Papyrus woonden er al Libische boeren in Egypte tijdens dynastie XX, en in dynastie XIX voerden zowel Seti I (1052-1043) 7 als Merenptah (977-968) 8 Libiërs als gevangen naar Egypte. Hun nakomelingen waren onderdanen van de farao en kunnen in Sisaks leger hebben gezeten.

Thutmose III

Volgens Immanuel Velikovsky was Sisak Thutmose III (1229-1175). Een van zijn redenen daarvoor is de “verschrikkelijke vijand” tegen wie Thutmose streed bij Megiddo. Deze vijand was de koning van Kadesh; Kadesh betekent heilig in het Hebreeuws, en Jeruzalem was een heilige stad.

Jeruzalem was daarentegen geen heilige stad voor Egypte, want het was de stad van een God dieze niet erkenden. Kadesh lag in Amurru, ofwel Syrië, ver ten noorden van Jeruzalem. (Thutmoses oorlog bij Megiddo is uitstekend te plaatsen in de tijd van Debora; zie hier.)

Ook chronologisch gezien kan Thutmose Sisak niet zijn. De Derde Tussenperiode moet dan nog veel meer in elkaar geschoven worden dan hier gebeurt, en dat is gezien het aantal generaties tussen Shoshenq I en Pasenhor uit de tijd van Shoshenq V niet de bedoeling. Daar is een nog radicalere revisie van Egyptes geschiedenis voor nodig. Jim Reilly van displaceddynasties.com plaatst dynastie XXVI tíjdens, en niet voor, de eerste Perzische overheersing, en maakt daardoor 121 jaar “winst”, maar zijn theorie kan niet kloppen. Twee farao’s van XXVI worden bij naam genoemd in juist de Bijbel, waar Reilly zijn rivisie op baseert. Waar Tirhaka (2 Kon 19:9) nog eventueel een Takelot kan zijn, als je negeert dat Tirhaka koning van Cusj was en de bekende Takelots dat niet waren, kan Hofra (Jer 44:30) niet identiek zijn met Shabaka. Shabaka wordt nergens Wahibre genoemd.

Ook Reilly’s reden om XXVI tijdens de Perzische overheersing te plaatsen is tegen te spreken. Thutmoses verschrikkelijke vijand is in mijn chronologie een onderdaan van koning Jabin van Kanaän, die door Debora en Barak werd verslagen.

Amenhotep II

Amenhotep II (1178-1152) is de keuze van Anne Habermehl. Ze baseert dit op haar idee dat Thutmose III, die Gezer verwoestte, Salomo’s schoonvader was die Gezer verwoestte. Amenhotep moet dan in zijn laatste oorlog, in jaar 9, toen hij in Israël vocht, Jeruzalem hebben geplunderd. Ze ziet in Amenhoteps Nebty-naam, weser fau, sekha em waset, de herkomst van de naam Sisak en van het Griekse Sousakim. 9

Dat Sisaks naam te herleiden is tot een Egyptische klinkt aantrekkelijk, maar haar basis hiervoor, de identificatie van Thutmose III met Salomo’s schoonvader, is goed tegen te spreken. Dat geldt ook voor het gevolg, de identificatie van Amenhotep met Sisak. Amenhotep noemt in de oorlog uit jaar 9 de plaatsen die hij aandoet en geen van deze plaatsen is te identificeren met Jeruzalem. De namen passen eerder bij een inval waarbij kleinere plaatsen van Juda getroffen werden.

Ramses II

Ramses II (1043-977) wordt door onder andere David Rohl aangezien voor Sisak. Op zich klinkt dat logisch. Ramses veroverde een stad die Salem heette, wat een naam is van Jeruzalem (Ps 76:2). Bovendien wordt Ramses’ naam soms ingekort tot sysw (Sysu), wat sterk lijkt op Sisak 10. Maar dat wordt minder logisch als je Ramses’ oorlogsgegevens verder bekijkt.

Ramses plunderde in jaar 8 een aantal steden. De lijst bestond oorspronkelijk uit 18 steden, en mogelijk zelfs 24, maar de meeste namen zijn helaas verloren gegaan. Wat nog wel bewaard is zijn k’-r’-pw-˹t˺ op de berg van Bethanath (b’-y-ty-‘-n-ty), m’-r’-m, het bewuste Salem (s’-r’m), en Deper (d’-pw-r’) in het land Amur (’-m-w-r’) 11. In Naftali lag Beth-Anath (Joz 19:38) en m’-r’-m zal Merom zijn, bekend van zijn wateren in het noorden (Joz 11:7-8). Dit Salem zal net als de andere steden eerder in het noorden hebben gelegen, minstens in de buurt van Amur (Syrië), dan in Juda. Salem was naast een naam voor Jeruzalem ook een plaats bij Sichem (Gen 33:18 12 ).

Het Salem van Ramses II is dus niet Jeruzalem. David Rohl heeft daarentegen wel een punt over de namen Sisak en Sysu, een overeenkomst die duidelijk mist bij Thutmose III. Ik denk daarom dat Sisak een Ramses was. Dan blijven nog maar twee door anderen voorgestelde kandidaten over: Ramses VI en Ramses III.

Update 28 augustus 2021: Dit was tenminste mijn mening, tot ik ontdekte dat Asaf in Psalm 79 een plundering van Jeruzalem beschreef in de tijd van Saul – wat een mogelijkheid geeft om het door hem veroverde Salem toch te identificeren is met Jeruzalem, juist omdat het uit de buurt van de andere plaatsen ligt. Dat verandert niks aan mijn idee dat Ramses II niet Sisak was. Ramses II hield namelijk vooral huis in het tienstammenrijk, terwijl Sisak bevriend was met Jerobeam I (1 Kon 11:40). Als Ramses III Sisak was is Ramses II’s verovering van Salem in dezelfde tijd te plaatsen als de plundering uit Asafs tijd, en is het een extra verbinding tussen de Bijbel en Egypte.

Ramses IV

Ramses IV (906-900) is de keuze van Jaap Titulaer. Hij baseert dit op de chronologie van de Derde Tussenperiode, die hij minder verder ingekort krijgt dan ik, en dat Gezer ergens na Merenptahs inname daarvan werd weggegeven. Vervolgens combineert hij dit met een oorlog van Ramses IV in Azië in jaar 3, waarbij onder andere ‘Apiru (Hebreeën) gevangen werden genomen. 13

Een verdere inkorting van de Derde Tussenperiode is mogelijk; zie de posts over dynastieën XXI en XXII en het familieoverzicht voor de details. Afgezien daarvan is de oorlog uit jaar 3 een probleem voor de identificatie. Deze oorlog wordt vermeld op de Great Stela uit de Wadi Hammamat. Hierop staat over Ramses IV: “who plunders the Asiatics in their valleys”. 14 De bedoelde Aziaten woonden in valleien; Jeruzalem ligt juist boven op de berg Sion (2 Kon 19:31).

Voor de plaatsing van deze oorlog in mijn chronologie, zie hier.

Ramses VI

Dat Ramses VI (896-888) Sisak zou zijn, is een idee van Ad Thijs. Die keuze komt door zijn chronologie, en omdat Ramses VI de laatste Ramsesside is wiens naam gevonden werd in Israël. Er is geen bewijs dat hij iets met Jeruzalem te maken had. 15

Thijs plaatst dynastie XX zo’n 25 jaar eerder dan ik, en Ramses VI is dan een logische kandidaat. Maar behalve Thijs’ chronologie spreekt er niks voor hem. Het is ook onwaarschijnlijk, want ruim twintig jaar na Sisak overviel Zerah, de Cusjiet Juda, en dat was een Egyptenaar. De laatste Ramses die vermeld wordt in Israël hoort eerder rond Zerahs tijd thuis.

Ramses III

Peter James identificeert Sisak met Ramses III (937-906). Ik ga daarin met hem mee, om de eenvoudige redenen dat mijn chronologie, die in den beginne gebaseerd is op het plaatsen van Thutmose III als helper van Debora en bevestigd wordt door andere overeenkomsten met de Bijbel, Ramses in ongeveer die tijd plaatst, en omdat Ramses Jeruzalem noemt in een lijst.

Ramses III plunderde in jaar 12 (926/5) de bewoners van het Seïrgebergte (Edom) en de stammen van de Shasu 16, de bewoners van de woestijnen tussen Egypte en Juda. In de woorden van de Papyrus Harris I: “I destroyed the people of Seir, of the tribes of the Shasu; I plundered their tents of their people, their possessions, their cattle likewise, without number. They were pinioned and brought as captive, as tribute of Egypt. I gave them to the gods, as slaves into their house[s].” 17

De “Great Asiatic List” in Medinet Habu is een lijst van steden, die Ramses veroverde. Peter James heeft hiervan de nummers 70-110 geanalyseerd, en kwam tot de conclusie dat Ramses niet alleen door Seïr trok, maar ook door Juda. Daar zijn de meeste van deze plaatsen te vinden, en niet, zoals meestal wordt gedacht, in Libanon of Syrië. James leest in deze serie medeklinkers Horonaim (Hoog- en Laag-Bet-Choron worden in de Septuagint zo samen genoemd), Libna (Joz 10:29), Karmel in Juda (Joz 15:55), Hebron, Janim in Juda (Joz 15:53), Debir in het Bergland van Juda (Joz 15:48), Afeka in Juda (Joz 15:53), een Migdal, mogelijk Migdal-Gad in het Laagland van Juda (Joz 15:37), Kerioth-Hezron ofwel Hazor (Joz 15:25), de oude Kison van Jabin (Richt 4:7, 5:21), een Semes (mogelijk Beth-Semes, 1 Kon 4:9), de hoogte van Salem (Jeruzalem), de hoogte van Zafon (Richt 12:1 18 ), de Jordaan, Kir-Hareseth in Moab (2 Kon 3:25), Qarho (de citadel van Moabs hoofdstad uit de Mesa-inscriptie), Kerak in zuidelijk Moab, Athar (zie Num 21:1), Jakob-El (Bethel, zie Gen 35:7), mogelijk Luhith in zuidelijk Moab (Jes 15:5, Jer 48:5) en mogelijk de Byzantijnse stad Shivta in de Negev. 19 Hiervan is Hebron een van Rehabeams versterkte steden (2 Kro 11:10).

Met zo veel positieve identificaties, tegen hoogstens een paar als de plaatsen in het noorden worden gezocht, kan het bijna niet anders dan dat James gelijk heeft. “de hoogte van Salem” is dan de hoogte waarop Jeruzalem ligt. In tegenstelling tot het Kadesh van Thutmose III lag dit duidelijk in Juda. Een voordeel van deze lijst, boven die van Shoshenq I of Ramses II, is dat Ramses III geen plaatsen noemt in het tienstammenrijk. Sisak kan daar niet geweest zijn, want hij was een vriend van de koning, Jerobeam I (931-910/09) (1 Kon 11:40).

Ramses III’s route leidde hierna door de Jizreëlvallei naar het noorden. Zijn opvolger, Ramses IV, had voor zover bekend geen macht over de Gazastrook of de heuvels van Juda, maar wel toegang tot die vallei – hij bouwde of vergrootte een tempel in Beth-Sean. Ramses III noemt Lachis in zijn lijst; stratum VI in Lachis lijkt verwoest te zijn door hem. 20 Wat James kennelijk niet heeft gezien is dat zowel Ramses III  21 als Ramses IV 22 het tribuut van Retjenu (Syrië-Israël) ontvingen. Van Ramses IV zijn gevechten bekend tegen Aziaten; zie hier. Voor het einde van de Egyptische overheersing van Juda, zie hier. Dat de Judeeërs dienaren van Sisak werden (2 Kro 12:8) klopt dus ook voor Ramses III.

De andere grote, minstens zo belangrijke, overeenkomst tussen Ramses III en Sisak is de datering. Jaar 12 van Ramses III begon, als alle redenen om hem in deze eeuw te plaatsen kloppen, op 2 januari 926 en eindigde op 1 januari 925; Sisak plunderde Jeruzalem tussen 16 september 926 en 3 september 925. Sisak was daarom tussen 16 september 926 en 1 januari 925 in Jeruzalem. Dat is laat in het jaar, want koningen trokken meestal ten strijde in het voorjaar (2 Sam 11:1), maar Ramses was al een tijd onderweg. Amenhotep II vertrok zelfs nog op 3 september voor een oorlog.

De naam

Volgens James was Sese of Sessi (šyšw) een bekende afkorting van de naam Ramses; hij wordt vaak gebruikt voor Ramses II als het gaat over plaatsnamen in of op de route naar de Levant. 23 Ramses III wordt ook Sese genoemd. 24

Toch past šyšw niet helemaal bij ššq. šš uit šyš kan nog, maar om de q uit een w te halen moet een schrijver twee Hebreeuwse letters, ו (waw) en ק (qof), hebben verward. Ronald Waffenfels vindt de pogingen van Peter van der Veen om Sisak aan Sese te breien niet helemaal overtuigend. 25 Ik ook niet. Sisaks naam komt op zes plekken voor in twee verschillende boeken (1 Kon 11:40, 14:25, 2 Kron 12:2, 5, 7, 9), en het is onwaarschijnlijk dat deze verwarring bij beide schrijvers op alle plekken is opgetreden.

Een naar mijn mening betere verklaring komt van Michael S. Sanders. Hij ziet de naam Sisak in het eerste deel van een van Ramses III’s Horusnamen, k3-nḫt-swsḫ-kmt (Ka-nakht Susekh-kemet), “de sterke stier, uitbreider (swsḫ) van Egypte (kmt)”. Sisaks ššq lijkt op swsḫ met de k van kmt. Bewijs hiervoor vindt Sanders in de Septuagint, waar Sisak Susakim wordt genoemd (1 Kon 12:24e); daar is de m van kmt bewaard gebleven. De -t werd volgens hem waarschijnlijk niet uitgesproken. En daar heeft hij gelijk in. In het Laat-Egyptisch werd de eind-t regelmatig weggelaten of afgezwakt tot een alef. 26

“Uitbreider van Egypte” is een heel toepasselijke naam voor degene die Jeruzalem plunderde: sinds dat moment hoorde Juda bij Egypte (2 Kro 12:8). Van al Ramses’ namen is dan een deel gekozen dat precies uitbeeldde wat hij deed, en wat voor consequenties zijn inval had. Het argument dat buitenlanders alleen de nomen of prenomen kenden van de koningen van Egypte (waar dat vandaan komt weet ik niet meer) gaat niet op, want als onderdanen van de farao konden de Judeeërs hem beter leren kennen. Dat geldt ook voor zijn vijf namen en hun varianten.

laatste wijziging: 26 oktober 2022

  1. By Rüdiger Stehn, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=50182881[]
  2. Brief EA 70, Amarna, p. 137[]
  3. Flavius Josephus, Antiquities of the Jews, 1.15.1[]
  4. TIP, Excursus E[]
  5. Van der Veen en James (2015), p. 122[]
  6. Beitzel (2012), p. 286, voetnoot 268[]
  7. Ancient Records, deel III, § 133-134[]
  8. Ancient Records, deel III, § 588-589, 601[]
  9. Anne Habermehl, Chronology and the Gezer connection – Solomon, Thutmose III, Shishak and Hatshepsut, in Journal of Creation 32(2) 2018, p. 86[]
  10. David M. Rohl, A Test of Time, Rediscovering Ancient Israel, in Journal of Ancient Chronology vol. 5 (1992), p. 42-43[]
  11. Ancient Records, deel III, § 356-360[]
  12. “Jakob kwam veilig aan bij de stad Sichem” (Gen 33:18). In de marge van de grondtekst staat “Salem, een stad bij”, en de Septuagint heeft hier “Jakob kwam aan bij Salem, een stad van Sichem.” Ongeacht dat hier kennelijk veilig wordt bedoeld moet er een Salem bij Sichem hebben gelegen om de voetnoot en de Septuagint te verklaren.[]
  13. Jaap Titulaer, Re: identity of Solomon’s father-in-law, Ramesses III or IV as Shishak[]
  14. Kitchen (2012), p. 12-13[]
  15. Thijs (2011), p. 57-58[]
  16. James (2017), p. 68[]
  17. Ancient Records, deel IV, § 404[]
  18. Hier staat “Zafon bij de Jordaan”; de HSV vertaalt Zafon met “het noorden”.[]
  19. James (2017), p. 105-127[]
  20. James (2017), p. 128-129[]
  21. Ancient Records, deel IV, § 219[]
  22. Kitchen (2012), p. 9-10[]
  23. James (2017), p. 130[]
  24. James (2017), p. 130, en James c.a., Centuries of Darkness: A Reply to Critics, in Cambridge Archaeological Journal 2(1) (1992), p. 127, met verwijzingen naar Epigraphic Survey 1970, pl. 636, en Kitchens Ramesside Inscriptions V, 295, 3[]
  25. Ronald Waffenfels, Shishak and Shoshenq: A Disambiguation, in Journal of the American Oriental Society, 139.2 (2019), p. 491[]
  26. Matthew J. Adams, Manetho’s Twenty-third Dynasty and the Legitimization of Kushite Rule over Egypt, in Antiguo Oriente, Volumen 9, Volumen en honor de Alicia Daneri Rodrigo con motivo de su retiro (2011), p. 38[]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *