Categorieën
7. Derde Tussenperiode

Dynastie XXII

Sfinx, waarop de cartouches staan van Amenemhat II (1578-1540), Merenptah (977-968) en Shoshenq I, de stichter van XXII 1

Inleiding

Dynastie XXII is de belangrijkste uit de hele Derde Tussenperiode. Shoshenq I, een neefje van Osorkon (845-839), wist zichzelf op te werken tot de eerste koning van een nieuwe dynastie, en dat was geen kleine overwinning. Van Psusennes II (820-785), Osorkons laatste opvolger, is daarna nauwelijks nog iets bekend.

De eerste koningen heersten over het grootste deel van Egypte, en aan het eind was Shoshenq V nog machtig genoeg om door Juda als een steun te worden gezien. Maar tussendoor versnipperde de macht, doordat er steeds meer koningen bij kwamen. Bij co-heersers is die versnippering nog geen probleem; maar twee andere takken uit Shoshenqs familie stonden op en staan tegenwoordig bekend als dynastie XXIII. Ook de drie Shoshenqs IIa, IIb en IIc deden hun best.

Toen voor het eerst in de geschiedenis de Cusjieten over Egypte heersten, in plaats van de Egyptenaren over Cusj, was Shoshenqs familie niet meer zo belangrijk. Maar ook de Cusjieten kregen hen er niet onder. De laatste koningen van Shoshenqs familie, de laatsten uit de Derde Tussenperiode, dolven waarschijnlijk het onderspit tegen Psamtik I (664-610), die de eerste was sinds Ramses III (937-906) die over een verenigd Egypte heerste.

Chronologie

Chronologisch gezien is de dynastie door al die afzonderlijke koningen een flinke puzzel. Er is veel verwoest en vergaan, maar er is genoeg bewaard gebleven om ze in ieder geval ongeveer te kunnen dateren. Veel jaartallen zijn tot op 1-2 jaar nauwkeurig.

De chronologie is vanaf Shoshenq III (766-727) berekend, want zijn datering hangt samen met die van Takelot II (771/0-746) van dynastie XXIII; Takelot II is uitstekend te plaatsen. Vanaf Shoshenq III is eerst naar het heden toegewerkt, en daarna naar het verleden. Het is daarom dat bijvoorbeeld vanaf Osorkon I verwezen wordt naar de datering van Takelot I, en niet andersom.

Syncellus vermeldt uit een zekere The Old Chronicle dat dynastie XXII uit koningen van Tanis bestond, voor 3 generaties, die 48 jaar regeerden. Er verstreken 48 jaar tussen 819/8, toen Shoshenq I koning werd, en 771/0, toen Takelot II koning werd. Dit zijn vier generaties, Shoshenq I – Osorkon I – Takelot I – Osorkon II, maar omdat Takelot I zijn complete regering een co-heerser was, eerst met zijn vader en later met zijn zoon, hoeft hij niet mee te tellen.

Co-heerschappijen

Een ding wordt niet duidelijk uit de standaardchronologie, maar wel in een ingekorte: de Libiërs hielden van co-heerschappijen. Shoshenq I met Osorkon I, Osorkon I met zowel Takelot I als Shoshenq IIb, Takelot I met Osorkon II, de familie van Pedubast I, Osorkon III met Takelot III. Voor zover bekend zijn alle junior-heersers zonen van de seniors, wat kan verklaren waarom iemand naast hem op de troon wou hebben.

Dit was niet alleen zo in Egypte. In Juda begon de grote reeks co-heerschappijen in 798/7, toen Amazia koning werd terwijl zijn vader nog regeerde; de laatste co-heerser was Manasse, die sinds de dood van zijn vader Hizkia in 686 alleenheerser was. Het tienstammenrijk, dat verder bij Egypte vandaan lag en in de laatste halve eeuw niet meer onder Egyptische, maar Assyrische invloed stond, begonnen ze in 815, met Joas en Joahaz, en duurden tot 783, toen Jerobeam II alleenheerser werd.

Dit is precies de periode waarin volgens mijn chronologie ook in Egypte vele co-heerschappijen waren. De koningen van Juda zullen de kunst hebben afgekeken van hun buren.

Shoshenq I

Hedjkheperre Setepenre (Setepenamun, Setepenptah) Shoshenq I Meryamun
12 december 819/5 november 818-797

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Sesonchosis, 21 jaar
  • Jerome: Sesonchosis, 21 jaar
  • Book of Sothis: 71. Concharis, 21 jaar

Zijn hoogst gevonden jaar is 21. 2 Dat is een uitstekende match met Manetho.

Voor de “koningszonen van Ramses” die bekend zijn uit zijn regering en die van Osorkon I, zie Ramses XII (mogelijk 837-818).

Shoshenq I en de maan

De Larger Dakhleh Stela noemt IV peret 25 in jaar 5 van een Shoshenq die zowel I als III kan zijn, als de datum van een wrš-feest. Dit werd gevierd tijdens nieuwe maan of de dag daarna. 3 In de tijd van Shoshenq III wordt dit 22 oktober 762, zonder nieuwe maan in de buurt; voor Shoshenq I wordt het 4 november 814, precies nieuwe maan.

Op II shemu <1> in jaar 21 werd, volgens Stela nr. 100 uit Gebel Es-Silsila, een groot bouwproject in Thebe gestart. Er is reden om te geloven dat de oude Egyptenaren zulke projecten bij voorkeur startten tijdens nieuwe maan. 4 Dit 6 december 798, en nieuwe maan was 7 december. Dat scheelt een dag, maar in november en december was het weer in Thebe niet altijd goed genoeg om goede observaties van de maan te doen 5.

Uitgaande van deze datums werd Shoshenq gekroond tussen II shemu 2, 12 december 819, en IV peret 25, 5 november 818.

Godsvrouwen van Amun

Psusennes II (820-785) was de laatste koning van dynastie XXI, en naar mijn idee heerste hij tegelijk met Shoshenq. Het voordeel daarvan is dat er geen gat meer hoeft te zitten in de lijst van bekende godsvrouwen van Amun:

  • Maatkare A was een dochter van Pinudjem I. 6 Haar broer Menkheperre werd hogepriester van Amun in jaar 25 van Psusennes I (876/5) en was dat nog in jaar 48 (853/2). Mogelijk 875-850.
  • Tashakheper B was de “godsvrouw van farao Osorkon” 7. Osorkon was de koning van die naam uit dynastie XXI (845-839). Mogelijk 850-820.
  • Henttawy was mogelijk een dochter van een Istemkheb, mogelijk de Istemkheb wiens moeder Henttawy de dochter was van Menkheperre. 8 Ze was dan drie generaties jonger dan Maatkare en kan langer godsvrouw zijn geweest. Mogelijk 820-780.
  • Karoma Merytmut I was een tijdgenoot van Harsiese (773/2-minstens 761) en Takelot II (771/0-746). 9 Als ze al eerder godsvrouw was dan Harsiese koning, kan ze Henttawy direct zijn opgevolgd. Mogelijk 780-740.
  • Shepenupet I (koningin 718-708) was een dochter van Osorkon III. 10 Ze kan dan geboren zijn rond 760 en Karoma direct zijn opgevolgd. Mogelijk 740-708.

Relatie met Israël

Hij voerde oorlog in het tienstammenrijk, maar was niet Sisak die in 926/5 Jeruzalem plunderde onder Rehabeam. Hij voerde oorlog in Juda en Israël nadat Egypte werd aangevallen, vermoedelijk door Joas van Juda (835-797/6) en Joas van Israël (800/799-784/3).

Hij was ook niet Salomo’s schoonvader.

Osorkon I

Sekhemkheperre Setepenre Osorkon I Meryamun
12 november 799-784

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Osorthon, 15 jaar
  • Jerome: Osorthon, 15 jaar
  • Book of Sothis: 72. Osorthon, 15 jaar

Hij is te dateren aan de hand van de maan.

In jaar 3 op II akhet 14 van een Oso[r]k[on] werd Hor, zoon van Nesankh[efenmaat], gewijd tot priester. Dit zal Osorkon I zijn en niet II, want Nesankhefenmaat werd gewijd in jaar 11 van Psusennes II (810/09). 11 Priesters werden gewijd met nieuwe maan, wat ook een reden is om Osorkon II uit te sluiten; de nieuwe maan in zijn jaar 3 was op II akhet 4. In de periode direct voor Takelot I is de enige nieuwe maan op II akhet 14 die van 22 april 796.

Hij regeerde 15 jaar, niet 35.

Kroningsdatum

Osorkon I is de enige koning uit de hele Derde Tussenperiode van wie de kroningsdatum bekend is. Op een grote pilaar in Bubastis, waarvan nu nog 29 fragmenten over zijn, worden de grote hoeveelheden goud en zilver beschreven die Osorkon aan de tempels van Egypte doneerde 12; dat deed hij over een periode van 3 jaar, 3 maand en 16 dagen, van I [shemu] 7 in [jaar 1] tot IV shemu 25 in jaar 4 13. De eerste datum was die van Osorkons kroning, want: “Every god remains upon his throne, uniting with his shrine in joy, [since] you are inducted to be [king(?)]”. Dankzij bovenstaande nieuwemaansdatum kan dit alleen 12 november 799 zijn.

Volgens Borchardt was volle maan de ideale datum voor een kroning. 14 12 november 799 is juist precies 364 dagen ná een volle maan. Maar Borchardts theorie is twijfelachtig 15 en wordt sowieso ontkracht door de datums waarop Osorkon II en Ramses IV gekroond werden, 3/9 november 787 en 16 februari 911. Rond beide is geen volle maan te bekennen. Osorkon II kan zelfs gekroond zijn tijdens de de níeuwe maan van 5 november.

Shoshenq IIb

Tutkheperre Setepen(re/amun) Shoshenq IIb Meryamun
26 november 789/13 mei 788-(ca. september 776, mogelijk ca. september 773/zomer 772)

Africanus: Drie andere koningen, 25 jaar

Africanus noemt tussen Osorkon I (799-784) en Takelot I (789/8-775) drie koningen, die hij 25 jaar geeft; de eerste van hen zal tussen 799 en 789/8 aan de macht zijn gekomen. Eusebius slaat hen over, dus ze zullen niet bij de hoofdlijn van de dynastie horen.

Er zijn ook drie koningen bekend, die alle drie Shoshenq heetten en in de eerste helft van de dynastie thuishoren, dus tussen Shoshenq I en Shoshenq III. Ze worden meestal IIa, IIb en IIc genummerd, wat de volgorde van ontdekking is, niet die van regeren. Zowel IIc als het feit dat IIb een aparte koning was, zijn pas deze eeuw ontdekt. Ze heten niet II, III en IV, omdat de nummering van de andere Shoshenqs al te lang vast lag om ze te hernummeren. Door de periode zijn deze drie Shoshenqs te identificeren met de drie koningen van Africanus.

Shoshenq IIb

Hij bouwde in Bubastis. Op een fragment van een deurlijst, die ooit deel was van de tempel van Bastet daar, staat “koning van Boven- en Beneden-Egypte, Tutkheperre Setep[enre/enamun] … Zoon van Re, Shoshe[nq] Meryamun”. Hij is ook bekend van een ostrakon, die in 1897 n.Chr. in Abydos werd gevonden. 16

Dit fragment is gevonden in een deel van de tempel dat door Osorkon II werd gebouwd, maar het is mogelijk dat het daar niet thuishoort. Eva Lange denkt dat hij in de eerste helft van XXII regeerde. 17 Dat past bij zijn prenomen; uitgezonderd Takelot I kozen alle koningen tot en met Osorkon II een andere prenomen. Daarna werden tot het eind van de Derde Tussenperiode slechts een paar prenomens gebruikt voor alle koningen.

Shoshenq C

Shoshenq IIc was een zoon van Psusennes II, en Shoshenq IIa waarschijnlijk een kleinzoon van Shoshenq I, dus Shoshenq IIb kan identiek zijn aan Shoshenq C. Shoshenq C was de oudste zoon van Osorkon I en Maatkare, een dochter van Psusennes II. In zijn eigen documenten en in het patroniem van zijn zoon, priester van Amun Osorkon, wordt hij hogepriester van Amun en generalissimo genoemd; het is alleen op standbeeld London BM 8 dat, in zijn titel van hogepriester, zijn naam in een cartouche en met de bijnaam Meryamun wordt geschreven. 18 Dat maakt hem een uitstekende kandidaat voor een van de drie koningen Shoshenq.

Volgens Karl Jansen-Winkeln kunnen de monumenten van zijn kinderen waarop hij alleen hogepriester van Amun wordt genoemd, van voor zijn koningschap dateren. 19 Een van deze kinderen was Harsiese, een priester van Amun. Hij was mogelijk de latere koning van die naam (773/2-minstens 761). 20 Het is onbekend waarom Harsiese koning werd, maar Shoshenq IIb/C kan hem hebben aangesteld als co-heerser. Shoshenq leefde dan nog in 773/2.

Tegelijk met Takelot I

Nile Level Records no. 16-21 noemen, voor zover bewaard gebleven, wel een regeringsjaar, maar in plaats van de koning de hogepriester van Amun. Broekman denkt dat dit negeren van de koning komt omdat er na Osorkon I twee koningen opstonden, en zo een keuze werd vermeden. Hij citeert de inscriptie op het standbeeld van DjedKhonsefankh (Cairo CG 559): “I was favoured by Sekhemkheperre Setepenre (Osorkon I); his heirs repeated the favours even more than he did. Each of them acceded to the throne…” 21

Als Broekman gelijk heeft, en daar lijkt het door DjedKhonsefankhs inscriptie wel op, werd Osorkons opvolger, Takelot I, tussen I shemu 26, 26 november 789, en III akhet 7, 13 mei 788, tegelijk koning met een ander. De erfgenaam was meestal een zoon van de vorige koning, dus logischerwijs was Takelots halfbroer Shoshenq IIb/C de andere erfgenaam.

Shoshenq IIb/C zal minstens een jaar 13 (niet 14) hebben bereikt, het hoogste anonieme jaar uit de Nile Level Records, en leefde dus nog rond september 776. Daarentegen is de dood van een Apis-stier gedateerd op niet een anoniem jaar 14, maar op dat van Takelot (I). Shoshenq IIb/C kan voor de zomer van 775, het moment dat Takelot al was overleden, zijn gestorven, maar het is nogal indirect om dit tot bewijs te verklaren.

Shoshenq IIc

Maakheperre Setepenre Shoshenq IIc Meryamun
7 september 786/6 september 785-(2 september 773)

Standbeeld Cairo CG 41292 uit Karnak is hergebruikt door een koning Shoshenq, die er zijn prenomen Maakheperre Setepenre in liet griffen en het opdroeg aan zijn verwekker, Psusennes II (820-785). 18 Psusennes was dus zijn vader.

Datering

Fragment 4 van de priesterlijke annalen van Karnak noemt III akhet 7 in jaar 2 van het opperhoofd van de Ma, Shoshenq, als de datum waarop een priester werd gewijd. 22 Priesters werden gewijd met nieuwe maan; het was nieuwe maan op III akhet 7 in jaar 2, 13 mei 787, van zowel Takelot I en Shoshenq IIb/D, die tegelijk op de troon lijken te zijn gekomen. Zie Shoshenq IIb en de datering van Takelot I.

De volgende aantekening op fragment 4 is interessant voor Shoshenq IIc. Op III peret 9 in jaar 13 van (een) koning Shoshenq Meryamun was er een herhaling van [gunst]. 22 Zo’n herhaling gebeurde minder dan een generatie na de priesterwijding. Een generatie duurde ongeveer 20 jaar en een herhaling van gunst werd 6 dagen na nieuwe maan gegeven. III peret 3 was nieuwe maan op 2 september 773, keurig minder dan een generatie na 787. Shoshenq Meryamun werd dan koning tussen III peret 4, 7 september 786, en III peret 3, 6 september 785.

Shoshenq Meryamun was duidelijk niet Shoshenq IIb/C, want IIb/C werd gekroond in 789/8. Tussen Shoshenq IIa en IIc is makkelijk te kiezen omdat Psusennes II in 785 stierf, en zijn laatste decennia waarschijnlijk nog (anoniem) worden vermeld in Thebe; zijn zoon kan hem in dat jaar hebben opgevolgd. Shoshenq Meryamun zal daarom IIc zijn geweest.

Shoshenq IIa

Heqakheperre Setepenre Shoshenq IIa Meryamun
-764/3?

Familie

Zijn mummie was die van een man van ongeveer 50 23 of boven de 50 24. Hij werd begraven met een pectoraal van “het opperhoofd van de Ma, het hoofd van de hoofden, Shoshe(n)q, de gerechtvaardigde, zoon van het opperhoofd van de Ma, Nimlot”, en twee armbanden van Shoshenq I als koning. 25 Daarnaast droeg hij een ring van ene DjedPtahefankh. Een tweede of derde profeet van Amun van die naam werd in jaar 11 van Shoshenq I (808) begraven in de cachette van Deir el-Bahri; dit was waarschijnlijk een zoon van Shoshenq I. Koningen werden vaak begraven met spullen van hun ouders, dus IIa was waarschijnlijk een zoon van I en droeg dan een ring van zijn overleden broer. 26

Als Shoshenq I inderdaad een jaar of 75 werd, valt aan die conclusie te twijfelen. Het opperhoofd van de Ma, Shoshe(n)q de zoon van Nimlot, hoeft dan niet Shoshenq I (zoon van Nimlot A) te zijn met de titel die hij had voor hij koning werd, maar Shoshenq IIa. IIa was dan de zoon van Nimlot B, een zoon van Shoshenq I, die Nimlot B had aangesteld als “leider van het complete leger” in Heracleopolis. 27 Grafgoederen waren namelijk niet altijd van ouders, maar ook van verdere voorouders; Shoshenq III werd bijvoorbeeld beraven met een scarabee en een canopische pot van Shoshenq I. 28 Nimlot B wordt nergens anders het opperhoofd van de Ma genoemd, maar deze titel kreeg hij dan later dan zijn bekende vermeldingen.

De 25 jaar van Africanus

789/8, het beginjaar van Shoshenq IIb/C, is aan het eind van 799-788, de periode waarin Africanus’ 25 jaar moeten zijn begonnen. Shoshenq IIc is na Shoshenq IIb/C te dateren en alhoewel Shoshenq IIa niet heel goed gdateerd kan worden, is dat voor hem ook een mogelijkheid. Shoshenq IIb/C begon dan de 25 met zijn kroning.

De 25 jaar eindigden in 764/3. De laatste van deze drie Shoshenqs zal toen zijn overleden. IIb/C leefde nog in 776 en IIc nog in 773; IIc was waarschijnlijk een generatie ouder dan de anderer twee, en zal eerder zijn gestorven. Op dit moment is het onmogelijk om een keuze te kunnen maken tussen IIb/C en IIa. Ik heb het alleen bij IIa neergezet omdat hij verder geen datering heeft.

Takelot I

Hedjkheperre Setepenre Takelot I Meryamun
26 november 789/13 mei 788-23 november 776/ca. september 775

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Takelothis (Armeense Eusebius: Tacelothis), 13 jaar
  • Jerome: Tacelothis, 13 jaar
  • Book of Sothis: 73. Tacalophis, 13 jaar

Hij kan goed worden gedateerd.

Takelots hoogst gevonden jaar is 14, waarin een Apis-stier stierf; zie onder. Dat past goed bij Manetho’s 13 als dat een afronding naar beneden is. Jaar 14 was begonnen tussen I shemu 26, 23 november 776, en III akhet 7, 10 mei 775, maar hij zal voor ca. september 775 zijn gestorven, want toen registreerde Osorkon II de hoogte van de Nijlvloed.

Apis-stier

In jaar 14 (776/5) stierf een Apis-stier. Het maakt de stier die in jaar 23 van Osorkon II stierf (765/4) nog geen 12 jaar oud.

Osorkon II

Usermare Setepenamun (Setepenre) Osorkon II Meryamun Si-Bast
3/8 november 787-(ca. september 758)

Africanus: Drie andere koningen, 42 jaar

Voor zijn datering, en de reden waarom ik hem als co-heerser plaatst met Shoshenq III, zie Osorkon II in de priesterlijke annalen van Karnak.

Van hem zal Nile Level Record no. 14 zijn, dat de vloed uit jaar 29 van een Usermare Setepenamun vermeldt. Dit kan zowel Osorkon II als Shoshenq III zijn, maar het meest waarschijnlijk is Osorkon; er wordt namelijk geen hogepriester genoemd, wat wel gebeurde in de Records uit Shoshenqs tijd. Bovendien was Osorkon II de eerste koning uit deze periode met deze prenomen. Het was niet nodig om verder onderscheid te maken. 29 Dankzij zijn kroningsdatum moet dit de vloed van 758 zijn geweest, wat omstreeks september was. Dat is ook zijn laatste gedateerde vermelding.

Apis-stier

In jaar 23 (765/4) stierf een Apis-stier. De volgende stier stierf in jaar 28 van Shoshenq III (739/8), maximaal 27 jaar oud, zo ongeveer de maximum leeftijd van een stier. De hypothetische extra stier die Kenneth Kitchen plaatst aan het begin van Shoshenq III’s regering 30, en nodig is voor zijn chronologie, bestaat niet.

Drie andere koningen, 42 jaar

Africanus is de enige kopiïst van Manetho die hen noemt, na Takelothis (Takelot I). Het was 42 jaar op een inclusieve manier van tellen vanaf Osorkon II’s kroning in 787, tot de dood van Takelot II in 746. De drie koningen zijn dan Osorkon II en zijn twee co-heersers, Shoshenq III en Takelot II die beiden erkend werden in Thebe, wat een logische eenheid is. Als het alleen ging om de periode vanaf Osorkon II tot het einde van de co-heerschappijen, maakt het kennelijk niet uit dat Shoshenq pas in 727 stierf.

Relatie met Israël

Osorkon II meldde in Bubastis dat Beneden-Retjenu en Boven-Retjenu aan zijn voeten liggen. Dit was na de tijd van Omri (885/4-874/3) en Achab (874/3-853), want uit hun paleizen in Samaria komen resten van een grote alabaster vaas, met sporen van de cartouches van Osorkon II, en de vermelding van de inhoud, ’81 hin‘. 31 Naar mijn mening veroverde Osorkon gebieden van Uzzia (783-732/1), en werd een deel van dit veroverde gebied weer ingenomen door Jerobeam II (785/4-745).

Shoshenq III

Usermare Setepenre (Setepenamun) Shoshenq III Meryamun Si-Bast Netjerheqaiunu
ca. september/23 november 766-herfst 727

In de Kroniek van Prins Osorkon (Osorkon III) volgt zijn jaar 22 direct op jaar 24 van Takelot II (771/0-746). Shoshenq III en Takelot moeten dus een flinke tijd tegelijk hebben geregeerd. Voor de details, zie Takelot II.

Een Tepi Shemu-festival, dat begon met nieuwe maan en vijf dagen duurde, werd gevierd op I shemu 26 in Shoshenqs jaar 39. 32 Dit is 13 december 728, een dag na nieuwe maan. Het festival was toen nog bezig. Hij werd daarom koning tussen I shemu 27, 24 november 767, en I shemu 26, 23 november 766.

Het is mogelijk om preciezer te zijn. Nile Level Record no. 23 vermeldt de vloed uit zijn jaar 6, wat dankzij dit jaar aan mogelijkheden 761 of 760 was. Maar de vloed van 761 werd al geregistreerd door Pedubast I (766/5-741/0), dus de vloed uit Shoshenqs jaar 6 was die van 760; hij werd daarom koning na de vloed van 766, rond september. De vloed van Shoshenqs jaar 39, die vermeld wordt in Nile Level Record no. 22, was daarom die van 727.

Een anoniem jaar 49, dat vermeld wordt in Papyrus Brooklyn 16.205 en gevolgd wordt door een helaas ook anoniem jaar 4, zal van Psusennes I van dynastie XXI zijn. 33 Shoshenq III, die in de standaardchronologie een van de andere kandidaten voor het jaar 49 is, wordt namelijk niet vermeld op de Overwinningsstela van Piye uit 726. Shoshenq III stierf toen Osorkon III koning werd, tussen ongeveer september 727 en ongeveer september 726, meest waarschijnlijk in de herfst van 727; zie Osorkon III.

Apis-stier

In jaar 28 (739/8) stierf een Apis-stier. Deze werd opgevolgd door een die in hetzelfde jaar nog geboren was, en geïnstalleerd op II akhet 1; zo’n installatie schijnt met volle maan te zijn gebeurd 34. Dit is 26 maart 738, twee dagen voor volle maan. Net als bij de stieren van Shoshenq V (713-677/1), Taharqa (690-664) en Psamtik II (595-589) is dit alleen ongeveer een match.

Shoshenq IV

Hedjkheperre Setepenre Shoshenq IV Meryamun Si-Bast Netjerheqaiunu
726/4-715

Op de Overwinningsstela van Piye, uit 726, was hij nog geen koning, maar Shoshenq, hoofd van de Ma (Meshwesh, een Libische stam) in Busiris. Van hem is een jaar 10 gevonden, op de donatiestela van Niumateped, opperhoofd van de Libu (een andere Libische stam) 35, een man die ook wordt vermeld op een donatiestela uit jaar 8 van Shoshenq V (706) 36. Doordat Shoshenq IV’s opvolger in 715 begon te regeren moet hij tussen 726-724 zijn gekroond.

Hij is begraven in het graf van Shoshenq III in Tanis. 37 Als hij zichzelf als opvolger zag van Shoshenq III kan hij in opstand zijn gekomen tegen Osorkon III (727-699/8), die machteloos bleek tegen Piye. Osorkon III regeerde volgens Piye in het district Ranofer, wat volgens Kitchen Tanis was 38, maar is daar niet gevonden 39. Dat kan verklaard worden als Shoshenq IV daar het stokje al snel van hem overnam.

Relatie met Israël

Hij is waarschijnlijk niet de Bijbelse koning So van Egypte (2 Kon 17:4).

Pami

Usermare Setepenre (Setepenamun) Pami Meryamun Si-Bast Heqawaset
715-709/1

Zijn jaar 6 wordt vermeld op stela Louvre E 1139 40, maar in een paar fragmenten van annalen uit Heliopolis (Iunu, het Bijbelse On) wordt na jaar 6 een nieuw jaar begonnen 41. Hij haalde dus minstens een jaar 7.

Op de Overwinningsstela van Piye, uit 726, wordt een Pamai vermeld, prins en hoofd van de Ma in Busiris. Piye noemt nog een hoofd van de Ma in Busiris, Shoshenq. Shoshenq kan geïdentificeerd worden met Shoshenq IV en Pamai daarom met zijn opvolger Pami.

Hij zal voor 701 zijn gesturven, want ergens tussen 703/1 heerste er maar een koning in Tanis.

Apis-stier

Pami kan gedateerd worden dankzij een Apis-stier. Deze werd geboren in jaar 28 van Shoshenq III en werd begraven in jaar 2 van Pami, toen hij 26 jaar geleefd had. Op de stela die Pediese oprichtte voor deze stier is een notitie bijgeschreven: “jaar 11+…” 42

Jaar 28 van Shoshenq III is 739/8, wat vaststaat dankzij de bijna-maansverduistering van Takelot II (771/0-746) en twee nieuwemaansdatums. Jaar 2 van Pami kan daarom alleen 714/3 zijn. Als bonus staat nog jaar 11+x vermeld voor deze stier. In mijn chronologie, die over deze eeuw grotendeels hetzelfde is als die van Ad Thijs, kan dit alleen jaar 14 van Osorkon III (714/3) zijn, wat ook de mening is van Thijs 42.

Voor de reden om deze stier te identificeren met degene die stierf in een anoniem jaar 4, zie Bakenranef.

Pir’û van Muṣur

In jaar 7 (715/4) ontving Sargon II, de koning van Assyrië (Jes 20:1), het tribuut van Pir’û (farao), koning van Muṣur (Egypte). 43 Sargon maakte verschil tussen Muṣur en [M]eluḫḫa (Cusj) 44, en Osorkon III (727-699/8) werd Šilkanni genoemd, de koning van Muṣur wiens locatie ver weg is 45, dus hier werd geen koning van dynastieën XXIII of XXV bedoeld. Pir’û kan daarom alleen Pami zijn, de toenmalige heerser van Beneden-Egypte.

Pirʾu, de koning van Muṣri, werd opnieuw genoemd in Sargons jaar 9 (713/2), toen Iāmānī, de pas aangestelde koning van Asdudi (Asdod), met met een gift om wou kopen om tegen Assyrië te strijden. Sargon schrijft over Pirʾu: “a ruler who could not save them, and they repeatedly asked him for (military) aid.” 46 Het ligt voor de hand dat ook hij Pami is.

Pami in de profetieën van Jesaja

Shoshenq V

Aakheperre Setepenre Shoshenq V Meryamun Heqawaset
15 september 714/6 maart 713-4 mei 677/671

Een stela uit het Serapeum, van zijn jaar 11 (703/2), noemt hem de zoon van koning Pami. 47 Hun co-heerschappij kwam alleen naar voren door de chronologie, maar als je kijkt naar de familie van Pedubast I en naar Takelot III, was het in deze tijd normaal dat een vader zijn troonopvolger tot co-heerser aanstelde.

Shoshenqs hoogst gevonden jaar is 37 (677/6), waarin een Apis-stier stierf; zie onder. Hij zal gestorven zijn voor 671, toen volgens de Assyriërs de heerser van Tanis niet Shoshenq, maar Puṭubāšti was.

Gebaseerd op de dateringen van de tweede Apis-stier die in zijn regering stierf, waarvoor zie onder, werd hij gekroond tussen IV peret 5, 15 september 714, en I akhet 18, 6 maart 713.

Apis-stieren

Er stierven twee Apis-stieren tijdens zijn regering.

De eerste ging op II akhet 18 in jaar 11 48, 2 april in 703 of 702, wat afhankelijk is van de datum van Shoshenqs kroning.

De tweede stier werd volgens de Pasenhor-stela begraven op III akhet 27 in jaar 37, 4 mei 677. Dit was een van de oudste stieren, hij had 26 jaar geleefd. Hij was geboren in jaar 11 van Shoshenq V, dus vlak na de dood van de vorige, en geïnstalleerd op IV peret 4 in jaar 12, 16 september 702. Apis-stieren schijnen geïnstalleerd te zijn met volle maan 49; 16 september 702 was drie dagen na volle maan. Net als bij de stieren van Shoshenq III (766-727), Taharqa (690-664) en Psamtik II (595-589) is dit alleen ongeveer een match.

Deze tweede stier is een reden om de Derde Tussenperiode een flink stuk in te korten. Jean-Frédéric Brunet identificeert deze stier namelijk met degene die stierf in jaar 14 van Taharqa (677/6). Twee donatiestelae van Taharqa’s stier zijn gedateerd op III akhet in jaar 14, de sterfmaand(sic) van Shoshenqs stier, en II peret 4/9 in jaar 14; afgaande op de sterfdatum(sic) werd Shoshenqs stier op II akhet 6/7 begraven. 48 Brunet maakt hier een fout doordat III akhet volgens Pasenhor de begraafmaand was, niet de sterfmaand. Ad Thijs nuanceert dit doordat de eerste datum die vermeld wordt rondom Shoshenqs stier I akhet 18 in jaar 37 is, 70 inclusieve dagen voor de begraafdatum. De donatie uit II peret is te verklaren doordat donaties vaker nog na de begrafenis werden gedaan. 50

Hoe dan ook, Brunets theorie is interessant. Ondanks zijn fout kan hij in mijn chronologie gelijk hebben. Shoshenqs stier werd 26 jaar oud; de eerste stier voor die van Taharqa was gestorven in jaar 2 van Shabaka (703/2), wat als Shoshenqs tweede stier dezelfde was al die van Taharqa, Shoshenqs jaar 11 was. Het belangrijkste hierbij is dat Shabaka’s regering onafhankelijk van de Apis-stieren is berekend. Bovendien werden er in deze periode slechts 7 stieren begraven, en als Shoshenqs stieren niet die van Shabaka en Taharqa waren, zijn er 9.

Shoshenq V en de profetieën van Jesaja

Pedubast III

Usermare Setepenamun Pedubast III Meryamun Si-Bast
ca.685-660?

Hij staat eerder genoemd dan Pedubast II, omdat hij pas later ontdekt is. Het nummer III heb ik hem gegeven, om hem beter te onderscheiden; het leek nog vrij te zijn voor een Pedubast.

Niet Pedubast I

Hij is door Alan Schulman 51 en Dan’el Kahn 52 onderscheiden van Usermare Setepenamun Pedubast I Meryamun. Het verschil is hun laatste bijnaam; Pedubast I noemde zich Si-Ese, de bijnaam van koningen van Opper-Egypte, en Pedubast III Si-Bast, de bijnaam van koningen van Beneden-Egypte. Zo klein zijn in deze periode de verschillen tussen koningsnamen. Dit verklaart waarom anders gedacht moet worden dat Pedubast I Si-Ese en zijn tijdgenoot Shoshenq III om de beurt heersten over Tanis(?), Memphis en Heracleopolis Magna; Heracleopolis Magna zou maar liefst drie keer hebben gewisseld van koning, terwijl hun regeringen over het algemeen vredig lijken te zijn verlopen.

Van Pedubast III Si-Bast noemt Kahn twee dateringen. Donatiestela Cairo JE 45330, gevonden in Memphis, dateert uit jaar 6, en jaar 23 wordt vermeld op stela Florence 7207, die uit Bubastis zou komen. Stela Copenhagen ÆIN 917 plaatst Pedubast III in de tijd van een Shoshenq. Deze noemt Pedubast III en vermeldt een donatie van land in combinatie met het eeuwige huis van de koning van Boven- en Beneden-Egypte Shoshenq, in het onbekende district t3-‘.t-n-ttrw (Ta-atentjeteru).

Chronologie

Pedubast III regeerde na Pedubast I en Shoshenq III, en vermoedelijk in Tanis, waar van hem een bronzen torso is gevonden 53. Piye noemt in 726 geen Pedubast, dus hij werd na 726 koning. Als hij bij dynastie XXII hoorde regeerde hij ook na 709/8, het laatst bekende jaar van Shoshenq V’s vader en co-heerser, Pami; een tweede co-heerser werd voor zover bekend pas aangesteld na de dood van de vorige. Shoshenq V was in 703/1 nog de enige koning. Dit maakt Pedubast III een tijdgenoot van Shoshenq V (713-677/1) of Shoshenq VII (691/89-minstens 666).

De Assyriërs noemen in 671-668 een Puṭubāšti als koning van Ṣa’nu (Tanis). Hij was de Pedubast die vermeld wordt in de Inarosverhalen 54; in het verhaal The Struggle for Inaros’ Armor wordt door Inaros’ zoon Pemu gezegd dat Esarhaddon Egypte had ingenomen van Pedubast 55, die toen de grootste macht zal hebben gehad. Hij is daarom vermoedelijk niet Pedubast II, die nauwelijks wordt vermeld, maar Pedubast III, die minstens een redelijk gebied had. Zijn tijdgenoot is dan Shoshenq VII, die geïdentificeerd kan worden met de Susinqu die volgens de Assyriërs heerste in Puširu (Busiris).

Zowel Shoshenq VII als Pedubast III lijken de laatste grotere koningen van hun dynastieën te zijn, en op de nauwelijks vermelde Osorkon IV na ook de laatsten met traditionele prenomens en nomens; latere koningen waren origineler. Ik plaats Pedubast III daarom rond 690-665, plusminus 5 jaar. Hij was dan een co-heerser van Shoshenq V, daarom mogelijk zijn vader; dat is tenminste het patroon in de familie van Pedubast I.

Osorkon IV

Usermare Osorkon IV
ca.660/55?

Ik vermoed dat hij tussen Pedubast III en II regeerde. Osorkon had namelijk net als Pedubast III, de laatste grotere koning van de dynastie, nog een traditionele prenomen, ook al werd hij op een ouderwetse manier geschreven; Pedubast II en zijn opvolgers gebruikten prenomens van bekende farao’s die eeuwen voor hen leefden.

Hij was niet koning So van Egypte (2 Kon 17:4).

Aanwijzingen voor zijn bestaan

Koning Usermare Osorkonu wordt vermeld op twee steenblokken, die in 2010/1 zijn gevonden in het heilige meer van (de tempel van) Mut in Tanis. Deze zullen horen uit de periode na Osorkon III, in de laatste fase van de Derde Tussenperiode, toen er in de stijl van schrijven teruggegrepen werd op veel eerdere periodes; Osorkonu werd in die stijl vermeld. 39

Hij is waarschijnlijk de koning Osorkon die samen met ene Tadibast vermeld wordt; zij was moeder van de koning en vrouw van de koning. Ze was in ieder geval niet de moeder van Osorkon I (Karamat), II (Kapes) of III (Kamama). 38 Osorkon uit dynastie XXI valt ook af, want zijn moeder heette Mehtemweskhet. 7 Als Tadibast de moeder van Osorkon IV was kan ze getrouwd zijn geweest met Pedubast III, mogelijk zijn vader.

In het familieoverzicht van de Libische Periode wordt een koning Usermare Osorkon genoemd, op een standbeeld dat is opgericht door DjedBastefankh en zijn zoon Neseramun; zij lijken, afgaande op de datering van verschillende familieleden, omstreeks 700 en 680 geboren te zijn. Als Neseramun ongeveer 15-20 was tijdens het maken van het standbeeld past dat bij mijn plaatsing van Osorkon tussen de beide Pedubasts; de eerste regeerde tot omstreeks 660.

Pedubast II

Sehotepibre Pedubast II

Hij bouwde in Tanis, en mogelijk op andere plekken. 56

GemenefKhonsbak

Shepseskare Irenre GemenefKhonsbak

Zijn naam is alleen gevonden in Tanis. 56

Hij is mogelijk de eigenaar van de Horus-naam Seankhtawy. Dat plaatst hem in ongeveer dezelfde tijd als Pedubast II, wiens Horus-naam Sehoteptawy was; namen van tijdgenoten leken vaker op elkaar. Takelot III (704-691/89) en zijn tijdgenoot Shabaka (704-690) hadden beide een Horusnaam die eindigde op -tawy. 57

P(?)…

Neferkare P(?)…

De naam Neferkare P(?)…, ook Netjerty-khau, is alleen in Tanis gevonden. Volgens Kitchen kan hij Neferkare Pepi II uit dynastie VI zijn, en dus niks te maken hebben met de Derde Tussenperiode. 56 Hij staat vermeld op een kroonlijst met Psamtik I (664-610). 58 Hij is dan mogelijk net als Iny (na 666-na 662) een van de koningen die verslagen werd door Psamtik, die daardoor de eerste koning werd in minstens twee eeuwen die de volledige macht had in Egypte.

laatste wijziging: 18 januari 2022

  1. By Rama, CC BY-SA 3.0 fr, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=87623458[]
  2. AEC, p. 238[]
  3. Krauss (2015), p. 366, 372-373[]
  4. Thijs (2011), p. 54[]
  5. Krauss (2015), p. 363[]
  6. TIP, § 43[]
  7. Ritner (2009), p. 13[][]
  8. TIP, § 46[]
  9. TIP, § 282[]
  10. TIP, § 317[]
  11. Frédéric Payraudeau, Karnak Priestly Annals, fragment P/Block Karnak 94, CL 2149, in Bulletin de l’institut français d’archéologie orientale, Tome 108 (2008), p. 294[]
  12. Ritner (2009), p. 249-258[]
  13. Ritner (2009), p. 251-252. Ritner reconstrueert het seizoen peret voor de eerste datum, maar drie maanden voor IV shemu is I shemu. Met dank aan Thijs (2010), p. 186, voetnoot 135. De periode is twee dagen langer dan gemeld.[]
  14. Thijs (2010), p. 186-187[]
  15. Winfried Barta, Thronbesteigung und Krönungsfeier als unterschiedliche Zeugnisse königlicher Herrschaftsübernahme, in Studien zur Altägyptischen Kultur (SAK), Bd. 8 (1980), p. 33[]
  16. Eva Lange, King Shoshenqs in Bubastis, in Egyptian Archaeology (2009 of daarna), p. 2[]
  17. Eva Lange, Ein neuer König Schoschenk in Bubastis, in Göttinger Miszellen (2004), p. 66-72[]
  18. AEC, p. 236[][]
  19. Karl Jansen-Winkeln, Historische Probleme der 3. Zwischenzeit, in Journal of Egyptian Archaeology 81 (1995), p. 148[]
  20. Karl Jansen-Winkeln, Historische Probleme der 3. Zwischenzeit, in Journal of Egyptian Archaeology 81 (1995), p. 129-132[]
  21. Broekman (2002), p. 170, 173[]
  22. Ritner (2009), p. 51[][]
  23. TIP, § 93, voetnoot 169[]
  24. AEC, p. 237[]
  25. Ritner (2009), p. 270[]
  26. AEC, p. 237, met voetnoten 32-33[]
  27. TIP, § 246-247[]
  28. TIP, § 93[]
  29. Broekman (2002), p. 174-175[]
  30. TIP, Table 20[]
  31. TIP, § 284[]
  32. Karnak Priestly Annals, fragment 7, Ritner (2009), p. 53[]
  33. TIP, § 83[]
  34. Gautschy (2015), p. 84[]
  35. Ritner (2009), p. 393[]
  36. Ritner (2009), p. 77-78. Deze identificatie is niet van mij, maar ik weet niet meer van wie wel. In mijn eerste versies van dit project deed ik niet tot nauwelijks aan bronvermelding.[]
  37. Ritner (2009), p. 392-393[]
  38. TIP, § 92[][]
  39. Aidan Dodson, Chapter One, The Coming of the Kushites and the Identity of Osorkon IV, in Thebes in the First Millennium BC (2014), p. 6-10[][]
  40. Ritner (2009), p. 401-402[]
  41. Ritner (2009), p. 46[]
  42. Thijs (2011), p. 50[][]
  43. RINAP, tekst Sargon II 001, regel 123-124[]
  44. RINAP, tekst Sargon II 008, regel 12[]
  45. RINAP, tekst Sargon II 063, regel 8-11, en tekst Sargon II 082, regel 3-8[]
  46. RINAP, tekst Sargon II 082, regel vii 15”-32”[]
  47. TIP, § 84[]
  48. Jean-Frédéric Brunet, Apis and the late Third Intermediate Period, A Chronological Study following the Ph.D. Thesis of Mohamed Ibrahim Aly (Lyon II, 1991)[][]
  49. Gautschy (2015), p. 83[]
  50. Thijs (2010), p. 174[]
  51. Alan R. Schulman, A Problem of Pedubasts, in Journal of the American Research Center in Egypt, 5 (1966), p. 33-41[]
  52. Dan’el Kahn, A problem of Pedubasts? in Antiguo Oriente 4 (2006), p. 23-42[]
  53. Marsha Hill en Deborah Schorsch, The Gulbenkian Torso of King Pedubaste: Investigations into Egypt Large Bronze Statuary, in Metropolitan Museum Journal, vol. 40, Essays in Memory of John M. Brealy (2005), p. 167[]
  54. TIP, § 427[]
  55. Ryholt (2004), p. 495[]
  56. TIP, § 78[][][]
  57. Morkot en James (2009), p. 22-23[]
  58. TIP, Table 23[]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.