Categorieën
7. Derde Tussenperiode

Dynastie XXII

Sfinx, waarop de cartouches staan van Amenemhat II (1578-1540), Merenptah (977-968) en Shoshenq I, de stichter van XXII 1

Inleiding

Dynastie XXII is de belangrijkste uit de hele Derde Tussenperiode. Shoshenq I wist zichzelf op te werken van het hoofd van een Libische stam, de Ma (Meshwesh), tot de eerste koning van een nieuwe dynastie en kreeg de macht stevig in handen. Van Psusennes II (820-785), de laatste heerser van XXI, is sindsdien nauwelijks nog iets bekend.

De eerste koningen heersten over het grootste deel van Egypte en aan het eind was Shoshenq V nog machtig genoeg om door Juda als een steun te worden gezien. Maar tussendoor versnipperde de macht doordat het land verdeeld raakte. Twee andere takken uit Shoshenqs familie stonden op en staan tegenwoordig bekend als dynastie XXIII. Ook de drie Shoshenqs IIa, IIb en IIc deden hun best.

Toen voor het eerst in de geschiedenis de Cusjieten over Egypte heersten, in plaats van andersom, was Shoshenqs familie al niet meer zo belangrijk. Maar ook de Cusjieten kregen hen er niet onder. De laatste koningen van Shoshenqs familie, de laatsten uit de Derde Tussenperiode, dolven waarschijnlijk pas het onderspit tegen Psamtik I (664-610), de eerste die sinds Ramses III (937-906) over een verenigd Egypte heerste.

Chronologie

Chronologisch gezien is de dynastie door al die versnippering een flinke puzzel. Er zijn veel monumenten en teksten verwoest en vergaan, maar er is genoeg bewaard gebleven om ze in ieder geval ongeveer te kunnen dateren. Veel jaartallen zijn tot op 1-2 jaar nauwkeurig.

De chronologie is vanaf Shoshenq III (766-727) berekend, want zijn datering hangt samen met die van Takelot II (771/0-746) van dynastie XXIII; Takelot II is uitstekend te plaatsen dankzij een maansverduistering die er net niet was. Vanaf Shoshenq III is eerst naar het heden toegewerkt, en daarna naar het verleden. Het is daarom dat bijvoorbeeld vanaf Osorkon I verwezen wordt naar de datering van zijn zoon Takelot I, en niet andersom.

Syncellus vermeldt uit een zekere The Old Chronicle dat dynastie XXII uit koningen van Tanis bestond, voor 3 generaties, die 48 jaar regeerden. Er verstreken 48 jaar tussen 819/8, toen Shoshenq I koning werd, en 771/0, toen Takelot II koning werd. Dit zijn vier generaties, Shoshenq I – Osorkon I – Takelot I – Osorkon II, maar omdat Takelot I zijn complete regering een co-heerser was, eerst met zijn vader en later met zijn zoon, hoeft hij niet mee te tellen.

Shoshenq I

Shoshenq I stierf naar mijn idee slechts 31 jaar voor de kroning van Shoshenq III in 766. Dat is een grotere inkorting dan ik ooit heb gezien en het heeft een reden. In Egypte aanbaden ze onder andere Apis, een god die afgebeeld werd als een stier. Er was ook altijd een echte stier die voor hem werd aangezien. Van deze stieren was er altijd maar eentje tegelijk en tussen de twee of drie die begraven werden onder Ramses XI (876-839/8) en de stier uit Takelot I jaar 14 (776/5) stierven slechts twee stieren. In ieder geval de tweede werd begraven in de tijd van Shoshenq I; zie hier voor de details. Elk van de drie stieren die leefden tussen Ramses XI en jaar 14 werd met deze jaartallen gemiddeld minstens 20 jaar, wat tegen het maximum van 25-30 jaar aan kruipt. Omdat de middelste van deze drie uit de tijd van Shoshenq I kwam regeerde hij daarom op zijn vroegst 25-30 jaar voor Takelot I, ofwel rond 805-800. Hieronder zijn zijn jaartallen 819/8-797.

Een paar jaar na mijn eerste datering van deze dynastie onderzocht ik de hogepriesters van Amun uit dynastieën XX en XXI. De laatste van hen was Psusennes, die nog vermeld wordt in een waarschijnlijk jaar 5 dat dan van Psusennes II is (816/5). 2 Psusennes II wordt ook vermeld als hogepriester 3 en kan zijn naamgenoot zijn opgevolgd. (Voor de details, en de aanwijzing dat hogepriester Psusennes niet koning Psusennes II is, zie hier.) Shoshenq I stelde op zijn beurt zijn zoon Iuput aan als hogepriester en Iuput kan logischerwijs alleen na Psusennes zijn opgetreden. Iuput wordt als hogepriester vermeld in jaar 10 en 21 4, wat met onderstaande jaartallen 809 en 798 is.

Zoals aan de dateringen te zien is heerste Shoshenq naar mijn idee tegelijk met Psusennes II (820-785), de laatste koning van dynastie XXI. Dat dat mogelijk is bewijst de lijst met bekende godsvrouwen van Amun. Hier was er altijd maar eentje van en in mijn chronologie is het voor het eerst mogelijk om het gat tussen de godsvrouwen uit XXI en XXII te dichten:

  • Maatkare A was godsvrouw tot ze ca.851 stierf. Voor ca.890-885 als haar geboortejaar en andere details, zie hier.
  • De godsvrouw Henttawy is alleen bekend van haar ushabti’s, en is mogelijk de dochter van een Istemkheb die als “moeder van de godsvrouw” wordt vermeld op een baksteen. Als Istemkheb de vrouw van Menkheperre was, naar een idee van Kitchen, is Henttawy hun dochter, de vrouw van haar broer Smendes, de hogepriester van Amun (851-851/46). 5 Henttawy kan Maatkare direct zijn opgevolgd. Haar vader lijkt geboren te zijn rond 875 en Henttawy kan dat rond 855-850 zijn. Ze was dan waarschijnlijk lang godsvrouw, de rest van haar leven.
  • Karoma Merytmut I was een tijdgenoot van Harsiese (773/2-minstens 761) en Takelot II (771/0-746). 6 Ze kan de oud geworden Henttawy zijn opgevolgd.
  • Shepenupet I werd als godsvrouw aangesteld door haar vader, Osorkon III (727-699/8). 7

Een zekere Tashaenkheper was volgens een lange genealogie de “godsvrouw van farao Osorkon”. 8 In deze genealogie is het logischer om haar te zien als de vrouw van koning Osorkon, zoals een niet-koninklijke vader van een koning “vader van de god” kon worden genoemd, en was ze waarschijnlijk geen godsvrouw van Amun.

Genealogie van Padihor

Een laatste bevestiging dat het begin van XXII kort duurde, is een genealogie. 9 Het begint met standbeeld Cairo JE 36742. Hierop staan Nespaneferhor, de zoon van Djedkhonsefankh, de zoon van Nespaneferhor, de zoon van Serdjehuty, allemaal financieel schrijver van de tempel van Amun in Thebe.

Twee gegevens vullen deze stamboom aan. Als eerste is dat uit Bab el-Gasus de mummie van Nespaneferhor, schrijver van de tempel van Amun en zoon van Serdjehuty, op wiens windsels jaar 48 en hogepriester Menkheperre staan (dan 853/2), en jaar 1 met op braces diens zoon Pinudjem (dan waarschijnlijk van Siamun en 839/8). Vader Serdjehuty was directeur van de tempelrekruten en goddelijke vader. Het zijn andere titels dan die op het beeld, maar dat is geen probleem (zie bijvoorbeeld Buirtuhura). Het tweede gegeven is een standbeeld dat nu in Edinburgh staat. Dit is van Padihor, zoon van Nespaneferhor, en erop staat de cartouche van Osorkon II (787/6-minstens 758). Vader Nespaneferhor kan zowel de overledene uit Bab el-Gasus zijn als zijn kleinzoon.

Het beeld JE 36742 is door Helmut Brandl gedateerd op “waarschijnlijk Osorkon I” (799-784), door de genealogie en de stijl. 10

In Egypte geldt voor oudste zonen een gemiddelde generatielengte van ongeveer 20 jaar; zie hier. Omdat Serdjehuty en zijn eerste drie generaties nakomelingen dezelfde titel hebben kunnen ze de oudste zonen zijn. Veel maakt het niet uit. Met 20 jaar per generatie levert het bovenstaande een passende genealogie op:

  1. Serdjehuty, geboren omstreeks 910
  2. Nespaneferhor, geboren omstreeks 890, gestorven kort na 839/8
  3. Djedkhonsefankh, geboren omstreeks 870
  4. Nespaneferhor, geboren omstreeks 850, liet JE 36742 maken waarschijnlijk in de tijd van Osorkon I (799-784)
  5. Padihor, geboren omstreeks 830, vermeld onder Osorkon II (787/6-minstens 758)

Shoshenq I

Hedjkheperre Setepenre (Setepenamun, Setepenptah) Shoshenq I Meryamun
12 december 819/5 november 818-797

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Sesonchosis, 21 jaar
  • Jerome: Sesonchosis, 21 jaar
  • Book of Sothis: 71. Concharis, 21 jaar

Zijn hoogst gevonden jaar is 21. 11 Dat is een uitstekende match met Manetho.

Shoshenq I en de maan

De Larger Dakhleh Stela noemt IV peret 25 in jaar 5 van een Shoshenq die zowel I als III kan zijn, als de datum van een wrš-feest. Dit werd gevierd tijdens nieuwe maan of de dag daarna. 12 In de tijd van Shoshenq III is dit 22 oktober 762, zonder nieuwe maan in de buurt; voor Shoshenq I is het 4 november 814, precies nieuwe maan.

Op II shemu <1> in jaar 21 werd volgens Stela nr. 100 uit Gebel Es-Silsila een groot bouwproject in Thebe gestart. Er is reden om te geloven dat de oude Egyptenaren zulke projecten bij voorkeur startten tijdens nieuwe maan. 13 Dit 6 december 798, en nieuwe maan was 7 december. Dat scheelt een dag, maar in november en december was het weer in Thebe niet altijd goed genoeg om goede observaties van de maan te doen 14 en de maan kan een dag eerder al gemist zijn.

Uitgaande van deze datums werd Shoshenq gekroond tussen II shemu 2, 12 december 819, en IV peret 25, 5 november 818.

Relatie met Israël

Shoshenq I was in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt niet Sisak die in 926/5 Jeruzalem plunderde onder Rehabeam. Hij voerde oorlog in Juda en Israël nadat Egypte werd aangevallen, vermoedelijk door Joas van Juda (835-797/6) en Joas van Israël (800/799-784/3).

Hij was ook niet Salomo’s schoonvader.

Osorkon I

Sekhemkheperre Setepenre Osorkon I Meryamun
12 november 799-784

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Osorthon, 15 jaar
  • Jerome: Osorthon, 15 jaar
  • Book of Sothis: 72. Osorthon, 15 jaar

In jaar 3 op II akhet 14 van een Oso[r]k[on] werd Hor, zoon van Nesankh[efenmaat], gewijd tot priester. Dit zal Osorkon I zijn en niet II, want Nesankhefenmaat werd gewijd in jaar 11 van Psusennes II (810/09). 15 Priesters werden gewijd met nieuwe maan, wat ook een reden is om Osorkon II uit te sluiten; de nieuwe maan in zijn jaar 3 was op II akhet 4. In de periode direct voor Takelot I is de enige nieuwe maan op II akhet 14 die van 22 april 796.

Osorkon I is de enige koning uit de hele Derde Tussenperiode van wie de kroningsdatum bekend is. Op een grote pilaar in Bubastis, waarvan nu nog 29 fragmenten over zijn, werden grote hoeveelheden goud en zilver beschreven die Osorkon aan de tempels van Egypte doneerde 16; dat deed hij over een periode van 3 jaar, 3 maand en 16 dagen, van I [shemu] 7 in [jaar 1] tot IV shemu 25 in jaar 4 17. De eerste datum was die van Osorkons kroning: “Every god remains upon his throne, uniting with his shrine in joy, [since] you are inducted to be [king(?)]”. Dankzij bovenstaande nieuwemaansdatum kan dit alleen 12 november 799 zijn.

Geen 35 jaar

Osorkons regering wordt meestal uitgerekt van 15 naar 35 jaar. Daar zijn uiteraard argumenten voor, maar elk argument is tegen te spreken. Als eerste Osorkons zoon Iuwelot. Hij was nog een jongere in zijn vaders jaar 10, en hogepriester van Amun in een jaar 5 dat van Takelot I zal zijn. Hij was ook bevelhebber en gouverneur van het zuiden van Opper-Egypte. Volgens Kitchen was hij daar met een 15-jarige regering te jong voor. 18 Het is daarentegen prima mogelijk. Osorkon B was hogepriester van Amun en generaal in Takelot II jaar 11 (760) 19 en werd later koning als Osorkon III (727-699/8) 20. Hij was ruim 60 jaar aan het werk en dus hogepriester toen hij maximaal ongeveer 20 was.

De series derde en vierde profeten van Amun passen volgens Kitchen alleen binnen een langere regering, en zijn anders “onrealistisch”. 18 De enige derde profeet die hij daarentegen in Osorkons tijd kan plaatsen, en dan alleen nog “waarschijnlijk”, is Djedthutefankh i/A. De serie vierde profeten is Nesankhefenmaat, waarschijnlijk al vierde profeet onder Shoshenq I, Pashedbast A, mogelijk een zoon van zijn voorganger, en Djedkhonsfankh A, de schoonzoon van Osorkons broer Iuput. Djedkhonsefankh schreef dat hij al oud was toen hij Thebe bereikte. Dit ambt was een soort pensioen. 21 In een 15-jarige regering kan Nesankhefenmaat al snel na Osorkons kroning zijn gestorven en Pashedbast kort daarna vervangen zijn door Djedkhonsefankh. Als het een ambt was voor oude mannen is er niks onrealistisch aan een snelle opvolging. In de 15 jaar na Merneferre Ay van XIII kwamen maar liefst 5 koningen. Pausen bleven tussen 1503-1700 n.Chr. gemiddeld slechts 7 jaar zitten.

Een ander argument is de leeftijd van Shoshenq IIa, die stierf toen hij ongeveer 50 was. Dit is volledig gebaseerd op Kitchens identificatie met Osorkons zoon Shoshenq. 18 Shoshenq IIa was daarentegen een zoon van Shoshenq I; zie onder. Osorkons zoon van die naam zal een andere koning zijn, Shoshenq IIb, over wiens leeftijd ik niets kon vinden.

Osorkon I zou 2 heb sed-festivals hebben gevierd. 22 Dit festival werd in het Middenrijk alleen gevierd vanaf jaar 30 23 en Kitchen gaat er kennelijk vanuit dat dat altijd zo was, maar een paar voorbeelden zijn al genoeg om dat tegen te spreken. Kort voor het Middenrijk vierde Mentuhotep III (1596-1584) een Heb Sed in jaar 12. 24 In het Nieuwe Rijk vierden Amenhotep I (1265-1244) een Heb Sed in jaar 21 25 en Thutmose I (1244-1232) ergens in zijn 13 jaar 26. Kort na Osorkon I’s dood vierde Osorkon II het festival in jaar 22. 27 De enige tekst die ik kon vinden over Osorkons Heb Sed komt uit Karnak en is gepubliceerd door Ritner: “[Repeating] the jubilee”. Hij schrijft hierover: “Purely prospective wishes, as Osorkon celebrated no jubilees.” 28 Vanuit eenzelfde tekst is zo te zeggen dat Shoshenq I twee jubilees vierde, wat Kitchen juist afwijst. 29 Het is mogelijk dat ik de echte tekst over de jubileeën heb gemist, maar ook als Osorkon ze daadwerkelijk vierde is een connectie met jaar 30 niet vanzelfsprekend.

Pashedbast dateerde als vierde profeet zijn stela in Abydos op de tijd van Osorkon I. 30 Hier werd ooit jaar 36 gelezen, maar dat bleek bij een herlezing “[jaar …, maand … van] peret dag 26” te zijn. 31 Van alle argumenten blijven dan een paar anonieme jaren over die aan Osorkon worden toegeschreven. De mummie van Nakhtefmut F uit het Ramesseum had een windsel met jaar 33, een windsel met jaar 3 en een leren hanger met de naam Osorkon I. 32 De mummie van Khonsmaakheru heeft op verschillende windsels de jaren 11, 12 en 23, en armbanden met de naam Osorkon I. 33 Het is logisch dat per mummie minstens één jaartal van Osorkon I is. 34 In mijn chronologie kan Psusennes II (820-785) de eigenaar zijn van de hoge jaren; jaar 23 wordt dan 798/7, een decennium voor Osorkons jaren 11 en 12 (789/8 en 788/7), en jaar 33 wordt dan 788/7, een decennium na Osorkons jaar 3 (797/6). Een decennium verschil is oké; volgens Kitchen kan het windsel uit jaar 3 een oud stuk zijn uit Osorkons eigen regering 18.

Shoshenq IIa

Heqakheperre Setepenre Shoshenq IIa Meryamun
799/88-(uiterlijk 774/63)

Africanus: Drie andere koningen, 25 jaar

Africanus schrijft tussen Osorkon I (799-784) en Takelot I (789/8-775) drie koningen kwamen, die samen 25 jaar aan de macht waren; de eerste van hen zal tussen 799 en 789/8 aan de macht zijn gekomen. Eusebius slaat hen over, dus ze zullen niet bij de hoofdlijn van de dynastie horen.

Uit de eerste helft van XXII zijn drie koningen bekend die niet zomaar in de hoofdlijn te plaatsen zijn, dus tussen Shoshenq I en Shoshenq III. Ze heetten allemaal Shoshenq en worden meestal IIa, IIb en IIc genummerd. Zowel IIc als het feit dat IIb een aparte koning was, is pas deze eeuw ontdekt. Ze worden niet II, III en IV genummerd, omdat de nummering van de andere Shoshenqs al te lang vast ligt om ze te wijzigen. Door de periode identificeer ik Shoshenq IIa, IIb en IIc met de drie koningen van Africanus.

Over zijn precieze datering, en daarmee het begin en eind van Africanus’ 25 jaar, is helaas niks te zeggen.

Vader

De mummie van Shoshenq IIa was die van een man van ongeveer 50 35 of boven de 50 36. Hij werd begraven met een pectoraal van “het opperhoofd van de Ma, het hoofd van de hoofden, Shoshe(n)q, de gerechtvaardigde, zoon van het opperhoofd van de Ma, Nimlot”, en twee armbanden van Shoshenq I als koning. 37 Daarnaast droeg hij een ring van ene Djedptahefankh. Een tweede of derde profeet van Amun van die naam werd in jaar 11 van Shoshenq I (808) begraven in de cachette van Deir el-Bahri; dit was waarschijnlijk een zoon van Shoshenq I. Koningen werden vaak begraven met spullen van hun ouders, dus IIa was waarschijnlijk een zoon van I en droeg dan een ring van zijn overleden broer. 38

Grafgoederen waren niet altijd van ouders, maar ook van voorouders; Shoshenq III werd bijvoorbeeld beraven met een scarabee en een canopische pot van Shoshenq I. Uit IIa’s graf komen daarentegen geen nieuwere items dan die van Shoshenq I. 39 Hij zal dus een (waarschijnlijk jongere) zoon van Shoshenq I en de eerste van Africanus’ drie koningen zijn.

Shoshenq IIb

Tutkheperre Setepenamun Shoshenq IIb Meryamun
26 november 789/13 mei 788-(mogelijk voor 779)

Hij is bekend van een ostrakon uit Abydos en bouwde in Bubastis. Hij wordt daar vermeld op een fragment van een deursteun, die ooit onderdeel was van de tempel van Bastet. Dit fragment is gevonden in een deel van de tempel dat door Osorkon II werd gebouwd, maar het is mogelijk dat het daar niet thuishoort. Eva Lange denkt dat hij in de eerste helft van XXII regeerde. 40 Dat past bij zijn prenomen; alle koningen na Osorkon II herhaalden dezelfde paar prenomens, en daar zat geen Tutkheperre bij.

Shoshenq Q

Shoshenq IIa was een zoon van Shoshenq I en Shoshenq IIc van Psusennes II. Shoshenq IIb kan dan identiek zijn aan Shoshenq Q. Dit was de oudste zoon van Osorkon I en Maatkare, een dochter van Psusennes II. In zijn eigen documenten en in het patroniem van zijn zoon Osorkon is hij hogepriester van Amun en generalissimo; alleen op standbeeld London BM 8 werd zijn naam in een cartouche geschreven, met de bijnaam Meryamun. 41

Shoshenq Q wordt door zijn nakomelingen geen koning genoemd. Dit zijn twee zonen, Osorkon D en Harsiese, en Osorkon D’s zoon Iuput B. Iuput B is bekend van zijn cartonnage en toen hij dus al volwassen en overleden was, was zijn opa nog geen koning. 42 Het is daarentegen mogelijk dat deze nakomelingen hun teksten schreven voordat Shoshenq Q koning werd. 43 Als Shoshenq IIb al op leeftijd was toen hij gekroond werd past het net. Iuput B werd dan een jaar of 20.

Tegelijk met Takelot I

Nile Level Records no. 16-21 noemen of noemden, niet alle tekst is bewaard gebleven, wel een regeringsjaar, maar op de plaats van de koning staat de hogepriester van Amun. Broekman denkt dat dit negeren van de koning komt omdat er na Osorkon I twee koningen opstonden, en zo een keuze werd vermeden. Hij citeert de inscriptie op het standbeeld van Djedkhonsefankh A (Cairo CG 559): “I was favoured by Sekhemkheperre Setepenre (Osorkon I); his heirs repeated the favours even more than he did. Each of them acceded to the throne…” 44

Takelot I, de opvolger van Osorkon I, werd dan tegelijk gekroond met Osorkons andere erfgenaam. Die erfgenaam was meestal een zoon van de vorige koning, dus logischerwijs was dit Takelots halfbroer Shoshenq IIb.

Takelot wordt nog anoniem vermeld in jaar 13, in de Nile Level Records; zie bij hem waarom het in mijn chronologie niet jaar 14 kan zijn. Jaar 14 van nu duidelijk Takelot I duikt op bij de dood van een Apis-stier. Het kan betekenen dat Shoshenq IIb stierf tussen de vloed van jaar 13 en 14, maar daarentegen wordt Takelot I zonder co-heerser vermeld op een stela uit jaar 9 (779). 45 Het is dus mogelijk dat Shoshenq IIb voor jaar 9 stierf. Dat verklaart waarom hij zo weinig wordt genoemd.

Shoshenq IIc

Maakheperre Setepenre Shoshenq IIc Meryamun
7 september 786/6 september 785-(8 september 773)

Standbeeld Cairo CG 41292 uit Karnak is hergebruikt door een koning Shoshenq, die er zijn prenomen Maakheperre Setepenre in liet griffen en het opdroeg aan zijn verwekker, Psusennes II (820-785). 41 Psusennes was dus zijn vader.

Datering

Volgens fragment 4 van de priesterlijke annalen van Karnak werd op III akhet 7 in jaar 2 van het opperhoofd van de Ma, Shoshenq, een priester gewijd. Op III peret 9 in jaar 13 van koning Shoshenq, was er een “herhaling van [gunst]”. 46

Het opperhoofd Shoshenq was geen koning. De echte heerser bleef dus anoniem en is daarom te identificeren met Takelot I; zie onder. De datum is 13 mei 787. Een herhaling van gunst kwam waarschijnlijk binnen een generatie later, 6 dagen na nieuwe maan; zie Osorkon II. In jaar 13 van de bedoelde koning Shoshenq Meryamun was het daarom nieuwe maan op III peret 3. In de periode kort na 787 is de enige nieuwe maan op die datum die van 2 september 773. Shoshenq werd dan gekroond tussen III peret 4, 7 september 786, en III peret 3, 6 september 785.

De bedoelde koning Shoshenq was niet IIb, want hij werd gekroond in 789/8. Over blijven dan alleen IIa, een zoon van Shoshenq I, en IIc, een zoon van Psusennes II. Omdat Psusennes in 785 stierf vermoed ik dat het aantreden van de bedoelde koning Shoshenq in 786/5 geen toeval is, en zal hij IIc zijn.

Takelot I

Hedjkheperre Setepenre Takelot I Meryamun
28 november 789/13 mei 788-23 november 776/ca. september 775

Manetho:

  • Africanus en Eusebius: Takelothis (Armeense Eusebius: Tacelothis), 13 jaar
  • Jerome: Tacelothis, 13 jaar
  • Book of Sothis: 73. Tacalophis, 13 jaar

Takelots hoogst gevonden jaartal is 14, waarin een Apis-stier stierf; zie onder. Dat past goed bij Manetho’s 13 als dat een afronding is op hele jaren.

Datering

Volgens de priesterlijke annalen van Karnal, fragment 26+27, werd op I shemu 25 in jaar 11 van een [Takelo]t een priester gewijd. 47 Priesters werden gewijd met nieuwe maan en dat sluit Takelot II en III uit, want op 20 november 761 of 760 (II) en 4 november 694 (III) was het geen nieuwe maan. De enige andere Takelot was nummer I. Zijn zoon Osorkon II werd gekroond in 787/6 en afhankelijk van of Takelot een co-heerschappij met hem had, moet jaar 11 tussen 791-772 gezocht worden. In deze periode was I shemu 25 alleen nieuwe maan op 25 november 778. Hij werd dan gekroond tussen I shemu 26, 28 november 789, en I shemu 25, 27 november 788.

Verschillende jaartallen uit de Nile Level Records waarin geen koning wordt genoemd, alleen de toenmalige hogepriester van Amun, worden traditoneel aan Takelot I toegewezen. Dit zijn de jaren 5, 8 en 13 of 14. De hogepriesters uit deze jaren waren net als Takelot zonen van Osorkon I. 48 In de standaardchronologie is alleen de vermelding van deze vloedjaren belangrijk, maar in mijn ingekorte chronologie is de precieze datering interessanter. De vloed bereikte haar hoogste punt rond september en Osorkon II registreerde de vloed in jaar 12, ofwel 775. Met dank aan bovenstaande datering kan Takelots hoogste vloedjaar alleen 776 zijn en moet het jaar 13 zijn. Takelot stierf dan tussen de vloed van 776 en die van 775.

In fragment 4 van de priesterlijke annalen staat dat op III akhet 7 in jaar 2 van het opperhoofd van de Ma, Shoshenq, een priester werd gewijd. 46 (Voor de volgende inschrijving in dit fragment, zie Shoshenq IIc.) Kitchen heeft dag 17 en dacht dat Shoshenq I wordt bedoeld, maar hij in Thebe zijn koningstitels niet kreeg. 49 In dat geval is het vreemd dat zijn jaartelling wel werd gevolgd. Jaar 2 zal daarom van Takelot I zijn, wiens jaartelling in de Nile Level Records ook anoniem bleef. In zijn tijd was het nieuwe maan op III akhet 7, 13 mei 787, en III akhet 17, 23 mei 788. De eerste datum past perfect bij zijn datering uit de vorige twee alinea’s. Zijn kroningsdatum kan nu worden geplaatst tussen I shemu 26, 28 november 789, en III akhet 7, 13 mei 788.

Apis-stier

In jaar 14, wat nu 776/5 is, stierf een Apis-stier. Het maakt zijn opvolger, de stier die in jaar 23 van Osorkon II stierf (765/4), 11-12 jaar oud.

Osorkon II

Usermaatre Setepenamun (Setepenre) Osorkon II Meryamun Si-Bast
4 november 787/3 november 786-(ca. september 758)

Africanus: Drie andere koningen, 42 jaar

Het is goed mogelijk dat Osorkon II een co-regent was van zijn vader Takelot I, want Osorkons heerschappij wordt niet vermeld voor jaar 12. 33

Van hem zal Nile Level Record no. 14 zijn, dat de vloed uit jaar 29 van een Usermaatre Setepenamun vermeldt. Dit kan zowel Osorkon II als Shoshenq III zijn, maar het meest waarschijnlijk is Osorkon; er wordt namelijk geen hogepriester genoemd, wat wel gebeurde in de Records uit Shoshenqs tijd. Bovendien was Osorkon II de eerste koning uit deze periode met deze prenomen. Het was niet nodig om verder onderscheid te maken. 50

Co-heerschappij met Shoshenq III

Toen Osorkon II stierf was Shoshenq III al koning. Osorkons zoon Shoshenq D wordt nog genoemd in zijn vaders jaar 23, 51 maar was nog steeds kroonprins toen hij werd begraven. In zijn graf lag een amulet van Shoshenq III. 52

Een tweede bewijs voor de co-heerschappij is de Apis-stier die stierf in jaar 23 van Osorkon II. Stieren kunnen maximaal 25-30 jaar oud worden en de twee oudste Apissen onder de bekende stieren werden allebei 26. Zoals Ad Thijs schreef, “On our present knowledge, any bull with a hypothetical lifespan over 26 years should be considered suspicious.” 53 De volgende stierf in jaar 28 van Shoshenq III (739/8). Afgaande op de maximale 30 jaar werd Osorkon II in 792/1 of later gekroond. Omdat hij minstens tot in jaar 29 regeerde valt het laatste deel van zijn regering samen met Shoshenq III’s tijd.

Kitchen plaatst een hypothetische extra stier in de eerste jaren van Shoshenq III, omdat zijn veel langere chronologie van de Derde Tussenperiode daarom vraagt. 54 Daar is alleen geen ruimte voor op de begraafplaats. De co-heerschappij met Shoshenq III maakt deze theoretische bovendien overbodig.

Precieze datering

De volgende stap in zijn datering is fragment 5 van de priesterlijke annalen van Karnak. Hier is helaas alleen letterlijk een fragment van overgebleven: 55

“(1) [Regeringsjaar …] van koning [O]sorkon [Meryamun]: de dag van [de introductie van …]
(2) Regeringsjaar 14, de eerste maand van shemu, van koning Usimare Setepenamun, zoon van Re […]
(3) Regeringsjaar 23, de eerste maand van shemu, van koning Usimare [Setepen]a[mun …]
(4) Herhaling van zijn gunst in jaar 11, de eerste maand van sh[emu …]
(5) Regeringsjaar […]
(6) [… Usi]mare Setepenamun, zoon van Re Shoshenq Meryamun Si-Bast Netjerheqaiunu, die voor altijd leeft.
(7) […] gerechtvaardigd, om vizier te worden van de Zuidelijke Stad (Thebe), om voorspoedig te maken […]”

De lange naam in regel 6 is Shoshenq IV (726/4-715). De koning in regel 5 kan zowel Shoshenq IV als zijn voorganger, Shoshenq III (766-727) zijn, maar het jaar 11 uit regel 4 moet van nummer III zijn. IV heerste maximaal tot in jaar 12 en als regels 4 en 5 allebei in zijn regering geschreven werden, werd hetzelfde jaar 11 drie keer vermeld voor minstens twee verschillende gebeurtenissen. Zoiets gebeurt nergens in de annalen. Regels 3 en 2 zijn logischerwijs van Osorkon II, de eerste koning uit de dynastie met de prenomen Usimare Setepenamun, en regel 1 van Osorkon I.

De eerste conclusie uit dit fragment is dat jaar 23 van Osorkon II voor jaar 11 van Shoshenq III (756/5) kwam. Hij werd dus uiterlijk gekroond in 779/8.

In regels 2 en 3 staat geen precieze datum, maar volgens Egyptisch gebruik kan je hiervoor de eerste dag van de maand selecteren. 14 Wat vervolgens opvalt is dat beide datums 9 jaar uit elkaar liggen, in plaats van 11, 14 of 25 jaar of een veelvoud daarvan; na deze periodes vallen dezelfde Egyptische datums weer ongeveer op dezelfde dag in de maancyclus. Een van beide datums zal daarom een herhaling van zijn gunst zijn, zoals in regel 4. Met een kroning tussen 792-778 moet tussen 779-754 gezocht worden naar een nieuwe maan op I shemu 1. De enige mogelijkheid is 31 oktober 773, maar dit was I shemu 2; het verschil kan verklaard worden als de maan een dag eerder al onzichtbaar was. Dit kan niet de bedoelde dag uit jaar 23 zijn, want dan werd Osorkon in 796/5 gekroond, ofwel voor het vroegst mogelijke jaar 792/1. Op I shemu 1 in 773 was het daarom jaar 14. Osorkon I’s kroning kan nu worden geplaatst tussen I shemu 2, 4 november 787, en I shemu 1, 3 november 786. Zijn laatste vermelding komt uit de vloedperiode van jaar 29 en is dan ongeveer september 758.

De andere datum, I shemu 1 in jaar 23, is nu 28 oktober 764. Dit is 6 dagen na nieuwe maan en een opvallende datum, want het Tepi Shemu-festival waarbij priesters werden gewijd, begon met nieuwe maan en duurde 5 dagen 56. Het kan daarom een “herhaling van zijn gunst” zijn zoals in regel 4. Voor het belang van deze ontdekking, zie boven, bij Shoshenq IIc.

Drie andere koningen, 42 jaar

Africanus is de enige kopiïst van Manetho die hen noemt, na Takelothis (Takelot I). Het was 42 jaar op een inclusieve manier van tellen vanaf Osorkon II’s kroning in 787/6, tot de dood van Takelot II in 746. De drie koningen zijn dan Osorkon II en zijn twee co-heersers, Shoshenq III en Takelot II die beiden erkend werden in Thebe, wat een logische eenheid is. Als het alleen ging om de periode vanaf Osorkon II tot het einde van de co-heerschappijen, maakt het kennelijk niet uit dat Shoshenq pas in 727 stierf.

Relatie met Israël

Osorkon II meldde in Bubastis dat Beneden-Retjenu en Boven-Retjenu aan zijn voeten liggen. Dit was na de tijd van Omri (885/4-874/3) en Achab (874/3-853), want uit hun paleizen in Samaria komen resten van een grote alabaster vaas, met sporen van de cartouches van Osorkon II, en de vermelding van de inhoud, ’81 hin‘. 57 Naar mijn mening veroverde Osorkon gebieden van Uzzia (783-732/1), en werd een deel van dit veroverde gebied weer ingenomen door Jerobeam II (785/4-745).

Shoshenq III

Usermaatre Setepenre (Setepenamun) Shoshenq III Meryamun Si-Bast Netjerheqaiunu
2 april/ca. september 766-13 november 728/25 januari 727

In de Kroniek van Prins Osorkon (Osorkon III) volgt Shoshenq III’s jaar 22 direct op jaar 24 van Takelot II (771/0-746). Ze moeten dus een flinke tijd tegelijk hebben geregeerd. Voor de details, zie Takelot II.

Op I shemu 26 in Shoshenqs jaar 39 werd Harsiese tot priester gewijd. 58 Priesters werden gewijd met nieuwe maan en dankzij de datering van Takelot II kan dit alleen 13 november 728 zijn, precies de dag van nieuwe maan. Shoshenq werd daarom koning tussen I shemu 27, 24 november 767, en I shemu 26, 23 november 766.

In jaar 28 stierf een Apis-stier. Deze werd opgevolgd door een stier die in hetzelfde jaar nog geboren was, en geïnstalleerd op II akhet 1; zo’n installatie schijnt met volle maan te zijn gebeurd. 59 Met bovenstaande datering blijft alleen 26 maart 738 over, twee dagen voor volle maan. Net als bij de stieren van Shoshenq V (713-677/1), Taharqa (690-664) en Psamtik II (595-589) is dit alleen ongeveer een match. Shoshenq III werd dan gekroond tussen II akhet 2, ofwel 2 april 766, en II akhet 1, ofwel 1 april 765. Samen met de vorige datum blijft alleen de periode 2 april tot 23 november 766 over.

Shoshenq III zal voor 25 januari 727 gestorven zijn; zie hier, de datering van Osorkon III. Nile Level Record no. 23 vermeldt de hoogte van de vloed uit Shoshenqs jaar 6 en no. 22 die van de vloed uit jaar 39. Deze twee kunnen door zijn uiterste sterftdatum alleen 761 en 728 zijn. Zijn kroningsdatum is nu te plaatsen tussen ongeveer september, de tijd van de vloed, in 767 en 766.

Athribis

Volgens een stela uit jaar 15 van Shoshenq III (752/1) was zijn oudste zoon Bakennefi A gouverneur van Athribis en Heliopolis. Op de stela wordt ook zijn zoon(?) Pediese F genoemd. Beiden waren “grote eerste erfprins van zijne majesteit”. 60 In een ingekorte chronologie kunnen zij worden geïdentificeerd met erfprins Bakennefi B en zijn zoon Pediese G. Bakennefi B vroeg samen met zijn oudste zoon, Nesnaiu, het hoofd van de Ma in Hesebu, hulp aan de Cusjitische koning Piye in 726, omdat Tefnakht I tegen hen vocht. Toen Piye aankwam in Athribis was Bakennefi B’s zoon Pediese G daar heerser. Bakennefi zal in de tussentijd zijn gestorven en opgevolgd door een jongere zoon. 61

Een zoon van Pediese F/G is mogelijk Bakennefi C. Hij wordt door de Assyriërs vermeld als Bukkunanni’pi, koning van Ḫatḫiribi, onder de heersers die in 671 werden aangesteld of bevestigd en in 668 herbevestigd. In 668 kwam een onbekend aantal van deze heersers in opstand tegen de Assyriërs en werd vermoord. Aan het eind van deze opstand werd Nabû-šēzibanni, een zoon van Nekau I (672-664) aangesteld in Athribis, dus Bakennefi C zal bij de ter dood veroordeelde heersers horen.

Bakennefi C zal Bokennife zijn, de vader van Inaros, de hoofdpersoon uit de Inarosverhalen. 62 Dit zijn een serie verhalen die ontstonden rondom de Egyptische strijd tegen de Assyriërs. Inaros wordt niet vermeld in zijn eigen tijd, maar mogelijk wel in de Arameese Sheikh Fadl Inscription uit de vroege 5e eeuw v.Chr.. In de verhalen komt hij samen voor met Necho (Nekau I) en Taharqa (690-664). 63 Na zijn dood werd volgens het verhaal Contest of the Breastplate of Inaros om zijn harnas gevochten door onder andere zijn zoon Pamu van Heliopolis. Dit gebeurde in de tijd van koning Pedubast van Tanis (ca.690-665?). 64

Wasneterre

Wasneterre Setep(en)re Shosh(enq Mery)amun Netjerheqawaset is alleen bekend van een bronzen hanger. Volgens Kitchen zijn de Was- en -neter- hiërogliefen heel duidelijk, net als alle andere; maar de spelling is slecht, want verschillende letters missen. Dus of Wasneterre Shoshenq was een aparte koning, of Was- en -neter- zijn fouten voor Use(r)- en -maat- (-neter- omgedraaid), in Usermaatre, ofwel Shoshenq III. 65 Verder is hij onbekend. 66 Ik beschouw Wasneterre daarom als verschrijving van Usermaatre.

Shoshenq IV

Hedjkheperre Setepenre Shoshenq IV Meryamun Si-Bast Netjerheqaiunu
726/4-715

Op de Overwinningsstela van Piye, uit 726, was hij nog geen koning, maar Shoshenq, hoofd van de Ma (Meshwesh, een Libische stam) in Busiris. Van hem is een jaar 10 gevonden, op de donatiestela van Niumateped, opperhoofd van de Libu (een andere Libische stam) 67, een man die ook wordt vermeld op een donatiestela uit jaar 8 van Shoshenq V (706) 68. Doordat Shoshenq IV’s opvolger in 715 begon te regeren moet hij tussen 726-724 zijn gekroond.

Hij is begraven in het graf van Shoshenq III in Tanis. 69 Als hij zichzelf als opvolger van Shoshenq III zag kan hij in opstand zijn gekomen tegen Osorkon III (727-699/8), die machteloos bleek tegen Piye. Osorkon III regeerde volgens Piye in het district Ranofer, wat volgens Kitchen Tanis was. 70

Relatie met Israël

Hij is niet de Bijbelse koning So van Egypte (2 Kon 17:4).

Pami I

Usermaatre Setepenre (Setepenamun) Pami I Meryamun Si-Bast Heqawaset
715-709/1

Zijn jaar 6 wordt vermeld op stela Louvre E 1139 71 en in een paar fragmenten van annalen uit Heliopolis (Iunu, het Bijbelse On) wordt na zijn jaar 6 een nieuw jaar begonnen 72. Hij haalde dus minstens een jaar 7.

Op de Overwinningsstela van Piye, uit 726, wordt een Pamai vermeld, prins en hoofd van de Ma in Busiris. Piye noemt nog een hoofd van de Ma in Busiris, Shoshenq. Shoshenq kan geïdentificeerd worden met Shoshenq IV en Pamai daarom met zijn opvolger Pami.

Hij zal voor 701 zijn gesturven, want ergens tussen 703/1 heerste er maar een koning in Tanis.

Later dan hier kan Pami I niet worden geplaatst. Zijn vermelding in Carthago kan namelijk worden gedateerd op ca.720. 73

Apis-stier

Pami kan gedateerd worden dankzij een Apis-stier. Deze werd geboren in jaar 28 van Shoshenq III en begraven in jaar 2 van Pami, toen hij 26 jaar geleefd had. Op de stela die Pediese oprichtte voor deze stier is een notitie bijgeschreven: “jaar 11+…” 74 De stijl van deze stela is gemaakt in de archaïsche stijl die, ook in de standaardchronologie, pas aan het eind van de 8e eeuw opduikt. Dit is ook de stijl uit de tijd van Taharqa (690-664). 75

Jaar 28 van Shoshenq III is 739/8, dus jaar 2 van Pami kan alleen 714/3 zijn. Als bonus staat nog jaar 11+x vermeld voor deze stier. In zowel mijn chronologie als die van Ad Thijs is dit jaar 15 van Osorkon III (714/3). 74

Voor de reden om deze stier te identificeren met degene die stierf in een anoniem jaar 4, zie Bakenranef.

Pir’û van Muṣur

In jaar 7 (715/4) ontving Sargon II, de koning van Assyrië (Jes 20:1), het tribuut van Pir’û, koning van Muṣur (Egypte). 76 Pir’û lijkt op geen van de bekende koningsnamen en zal gewoon farao betekenen. Sargon maakte verschil tussen Muṣur en [M]eluḫḫa (Cusj), 77 dus Pir’û was geen koning van dynastie XXV. Osorkon III (727-699/8) werd door Sargon Šilkanni genoemd, de koning van Muṣur wiens locatie ver weg is, 78 wat alleen Beneden-Egypte overlaat. De farao is daarom waarschijnlijk Pami I.

In jaar 9 van Sargon II (713/2) probeerde Iāmānī, de pas aangestelde koning van Asdudi (Asdod), koning Pirʾu van Muṣri, om te kopen met een gift om samen tegen Assyrië te strijden. Sargon schrijft over Pirʾu: “a ruler who could not save them, and they repeatedly asked him for (military) aid.” 79 Dit is mogelijk ook Pami I.

Pami in de profetieën van Jesaja

Shoshenq V

Aakheperre Setepenre Shoshenq V Meryamun Heqawaset
15 september 714/6 maart 713-4 mei 677/671

Een stela uit het Serapeum, van zijn jaar 11 (703/2), noemt hem de zoon van koning Pami. Hun namen staan in cartouches. 80 Hun co-heerschappij blijkt alleen uit de chronologie.

Gebaseerd op de dateringen van de tweede Apis-stier die in zijn regering stierf, waarvoor zie onder, werd hij gekroond tussen IV peret 5, 15 september 714, en I akhet 18, 6 maart 713. Shoshenqs hoogst gevonden jaar is 37 (677/6). Toen stierf Apis-stier; zie onder. Hij zal gestorven zijn voor 671, toen volgens de Assyriërs de heerser van Tanis niet Shoshenq, maar Puṭubāšti heette.

De godinnen die afgebeeld worden op een stela uit jaar 22 van Shoshenq V, en een stela uit jaar 2 van Shabaka, hebben hetzelfde archaïsche uiterlijk: brede rechte schouders, smal middel, uit-stekend dijbeen. (Ook zijn ze allebei graatmager.) 81

In de standaardchronologie wordt gedacht dat hij werd opgevolgd door Osorkon IV. Dit klopt niet, want IV is een verdubbeling van III; zie hier.

Apis-stieren

De eerste Apis-stier in zijn regering ging op II akhet 18 in jaar 11, 82 2 april in 703 of 702. Het jaartal is afhankelijk van de datum waarop Shoshenq gekroond werd.

De tweede stier werd volgens de Pasenhor-stela begraven op III akhet 27 in jaar 37, 4 mei 677. Dit was een van de oudste stieren, hij had 26 jaar geleefd. Hij was geboren in jaar 11 van Shoshenq V, dus vlak na de dood van zijn voorganger, en geïnstalleerd op IV peret 4 in jaar 12, 16 september 702. Apis-stieren schijnen geïnstalleerd te zijn met volle maan 83; 16 september 702 was drie dagen na volle maan. Net als bij de stieren van Shoshenq III (766-727), Taharqa (690-664) en Psamtik II (595-589) is dit alleen ongeveer een match.

Deze tweede stier is een reden om de Derde Tussenperiode een flink stuk in te korten. Jean-Frédéric Brunet identificeert hem namelijk met degene die stierf in jaar 14 van Taharqa (677/6). Twee donatiestelae van Taharqa’s stier zijn gedateerd op III akhet in jaar 14, de sterfmaand(sic) van Shoshenqs stier, en II peret 4/9 in jaar 14; afgaande op de sterfdatum(sic) werd Shoshenqs stier op II akhet 6/7 begraven. 82 Brunet maakt hier een fout doordat III akhet volgens Pasenhor de begraafmaand was, niet de sterfmaand. Ad Thijs nuanceert dit doordat de eerste datum die vermeld wordt rondom Shoshenqs stier I akhet 18 in jaar 37 is, 70 inclusieve dagen voor de begraafdatum. De donatie uit II peret is te verklaren doordat donaties vaker nog na de begrafenis werden gedaan. 84

Er zijn twee argumenten voor deze identificatie. De voorganger van Shoshenqs stier stierf in jaar 11 (703/2); de voorganger van Taharqa’s stier stierf in jaar 2 van Shabaka (703/2). Dit is hetzelfde jaar. Het belang hiervan is dat Shabaka’s regering onafhankelijk van de Apis-stieren is gedateerd. Het tweede argument is dat na de tijd van Osorkon II slechts 7 stieren werden begraven, en als Shoshenq V’s stieren niet dezelfde twee zijn als die van Shabaka en Taharqa, zijn het er 9.

Shoshenq V en de profetieën van Jesaja

Pedubast III

Usermaatre Setepenamun Pedubast III Meryamun Si-Bast
ca.690-665?

Hij staat eerder genoemd dan Pedubast II, omdat hij pas later ontdekt is. Het nummer III heb ik hem gegeven om hem te kunnen onderscheiden; het leek nog vrij te zijn voor een Pedubast.

Niet Pedubast I

Hij is door Alan Schulman 85 en Dan’el Kahn 86 onderscheiden van Usermaatre Setepenamun Pedubast I Meryamun. Het verschil is hun laatste bijnaam; Pedubast I noemde zich Si-Ese, de bijnaam van de Opper-Egyptische koningen, en Pedubast III Si-Bast, de bijnaam van de koningen van Beneden-Egyptische koningen. Zo klein zijn in deze periode de verschillen tussen de koningsnamen. Als Pedubast Si-Bast een ander was dan Pedubast Si-Ese verklaart dat waarom anders gedacht moet worden dat Pedubast Si-Ese en zijn tijdgenoot Shoshenq III om de beurt heersten over Tanis(?), Memphis en Heracleopolis Magna. Heracleopolis Magna zou zelfs drie keer hebben gewisseld van koning, terwijl hun regeringen over het algemeen vredig lijken te zijn verlopen.

Van Pedubast III Si-Bast noemt Kahn twee dateringen. Donatiestela Cairo JE 45330, gevonden in Memphis, dateert uit jaar 6, en jaar 23 wordt vermeld op stela Florence 7207, die uit Bubastis zou komen. Stela Copenhagen ÆIN 917 noemt Pedubast III en vermeldt een donatie van land in combinatie met het eeuwige huis van de koning van Boven- en Beneden-Egypte Shoshenq, in het onbekende district t3-‘.t-n-ttrw (Ta-atentjeteru).

Chronologie

Gebaseerd op Pedubast III Si-Basts vermeldingen past hij volgens Kahn niet in de tijd van Shoshenq III (766-727) of Shoshenq V (714/3-677/1); anders overlapten hun koninkrijken. Hier kan Tanis aan worden toegevoegd. Maspero noemde deze stad als de vindplaats van de bronzen torso van Usermaatre Setepenre Pedubast Meryamun Si-Bast. 87 Piye noemt in 726 geen Pedubast, dus hij werd na 726 gekroond. Als hij bij dynastie XXII hoorde regeerde hij ook na 709/8, het laatst bekende jaar van Shoshenq V’s vader en co-heerser, Pami I; een tweede co-heerser werd voor zover bekend pas aangesteld na de dood van de vorige. Shoshenq V was in 703/1 nog de enige koning. Dit maakt Pedubast III een tijdgenoot van Shoshenq V (713-677/1) of Shoshenq VII (689-665/4).

De Assyriërs noemen in 671-668 een Puṭubāšti als koning van Ṣa’nu (Tanis). Hij was de Pedubast die vermeld wordt in de Inarosverhalen. 88 In het verhaal The Struggle for Inaros’ Armor wordt door Inaros’ zoon Pemu gezegd dat Esarhaddon Egypte had veroverd op Pedubast, 89 die toen de grootste macht zal hebben gehad. Dit zal daarom niet Pedubast II, die nauwelijks wordt vermeld, maar Pedubast III, die minstens een redelijk gebied had. Zijn tijdgenoot is dan Shoshenq VII, die geïdentificeerd kan worden met de Susinqu die volgens de Assyriërs heerste in Puširu (Busiris).

Zowel Shoshenq VII als Pedubast III waren de laatste grote koningen van hun dynastieën te zijn, en de laatsten met traditionele prenomens en nomens; latere koningen waren origineler. Door de onderstaande datering van Gemenefkhonsbak plaats ik Pedubast III daarom rond 690-665, plusminus een jaar of 5. Hij was dan een co-heerser van Shoshenq V.

Gemenefkhonsbak

Shepseskare Irenre Gemenefkhonsbak
(voor 664)

Zijn naam is alleen gevonden in Tanis. 90 Hij komt voor op een paar steenblokken met de archaïsche stijl die voorkomt sinds de tijd van Osorkon III (727-699/8). Zijn naam staat zelfs net als die van Osorkon III in een archaïsche cartouche. Een meer gestileerde vorm is gevonden in de tijd van Shoshenq V (714/3-677/1) en een Nekau, waarschijnlijk Nekau I (672-664). 91 Gemenefkhonsbak zal geregeerd hebben tussen 727 en 664.

Pedubast II

Sehotepibenre Pedubast II

Hij bouwde in Tanis. 90

Pami II

Neferkare [Mery]a[mun] Pami II

De volledige naam van Pami II werd pas in 2019 gepubliceerd. Hiervoor was van zijn nomen alleen een onzekere P bekend. Pami II, ofwel Horus Netjer(y)kha, wordt vermeld op verschillende steenblokken met delen van reliëfs. Deze zijn gevonden in de heilige meren van Amun en Mut in Tanis. De stijl lijkt op de hier gevonden steenblokken van Osorkon IV (ofwel III 727-699/8), maar is meer archaïsch; Pami zal na hem hebben geregeerd. Zijn naam is uitgewist, net als die van Iny (ca.660/655?). 92

Dat Pami’s naam uitgewist is maakt een verhaal van Diodorus Siculus interessant. Volgens hem handelde Psammetichus (Psamtik I, 664-610) met de Feniciërs en Grieken, waardoor hij rijk werd en op vriendelijke voet stond met volken en heersers van buiten Egypte. Dit was de reden waarom de andere 11 koningen van Egypte jaloers werden en oorlog tegen hem voerden. Met dank aan huursoldaten uit Carië en Ionië overwon Psammetichus hen in de stad Momemphis; sommige koningen sneuvelden, anderen werden verdreven naar Libië, en waren geen partij meer voor hem. 93

Wahibre

Neferkare Wahibre
(na 664)

Neferkare Wahibre is bekend van de kroonlijst Cairo JE 9273 en twee sistrumgrepen. Hij regeerde waarschijnlijk later dan Pami II, in Saïtische tijden of kort daarna. 94 Volgens Kitchen wordt hij op deze kroonlijst vermeld met Psamtik I (664-610). 95 Als dat klopt bestond deze koning niet, maar is Wahibre de prenomen van Psamtik I en Neferkare de prenomen van Pami II; zie boven.

laatste wijzigingen:
26 februari 2023: Osorkon IV blijkt niet de Osorkon die vermeld wordt op de steenblokken uit Tanis
13 juli 2023: de inleiding aangevuld met drie bevestigingen van mijn datering van Shoshenq I
14 juli 2023: het stuk over de godsvrouwen van Amun daaraan toegevoegd
28 juli 2023: dateringen van Takelot I en Osorkon II in deze post gezet, want bij nader inzien is er niet genoeg over te zeggen om een eigen post te rechtvaardigen. Shoshenq IIa als eerste van de Shoshenq II’s geplaatst, omdat hij een zoon lijkt van Shoshenq I en niet zijn kleinzoon, zoals ik eerder (fout) dacht. Fout in de dateringen van Takelot I en Osorkon II gecorrigeerd. Tashaenkheper uit de lijst met godsvrouwen van Amun gehaald door een beter passende interpretatie van de genealogie waar ze in voorkomt.
29 juli 2023: datering van Osorkon I in deze post gezet, want ook voor hem is er niet genoeg tekst om een eigen post te rechtvaardigen. Shoshenq IIb kan gestorven zijn voor Takelot I jaar 9. Toegevoegd de archaïsche stijl bij Pami I en Shoshenq V. HPA Shoshenq de zoon van Osorkon I en Maatkare was niet Shoshenq C, hij heeft alleen het nummer II omdat hij geïdentificeerd wordt met een koning Shoshenq II.
31 juli 2023: Osorkon IV verwijderd; hij is een verdubbeling van Osorkon III. P…(?) blijkt Pami II te heten, en de andere Pami is nu I genummerd. Toevoeging van Wahibre.
15 augustus 2023: herziene datering van Pami II
18 augustus 2023: toegevoegd discussie over Osorkon I’s Heb Sed-festivals, herziene datering van Gemenefkhonsbak.
22 augustus 2023: ingevoeged bij Shoshenq III de heersers van Athribis. Fout in de prenomen van Pedubast II hersteld (Sehotepibre > Sehotepibenre).
26 april 2024: herziene datering van Shoshenq III

  1. By Rama, CC BY-SA 3.0 fr, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=87623458[]
  2. TIP, § 8[]
  3. Royal Families, p. 222[]
  4. TIP, § 157[]
  5. TIP, par. 46, (iii) []
  6. TIP, § 282[]
  7. TIP, § 317[]
  8. Ritner (2009), p. 13[]
  9. Frédéric Payraudeau, Une familie de generaux du Domaine d’Amon sous les 21eme et 22eme dynasties (Statue Caire JE 36742), in Egyptian Museum Collections Around the World, Vol. 2 (2002), p. 917-928. De paper is niet online te vinden, maar samengevat en becommentarieerd hier.[]
  10. Helmut Brandl, Untersuchungen zur steinernen Privatplastik der Dritten Zwischenzeit: Typologie – Ikonographie – Stilistik, p. 170-171. Online staat alleen de index, de conclusie staat hier.[]
  11. AEC, p. 238[]
  12. Krauss (2015), p. 366, 372-373[]
  13. Thijs (2011), p. 54[]
  14. Krauss (2015), p. 363[][]
  15. Frédéric Payraudeau, Karnak Priestly Annals, fragment P/Block Karnak 94, CL 2149, in Bulletin de l’institut français d’archéologie orientale, Tome 108 (2008), p. 294[]
  16. Ritner (2009), p. 249-258[]
  17. Ritner (2009), p. 251-252. Ritner reconstrueert het seizoen peret voor de eerste datum, maar drie maanden voor IV shemu is I shemu. Met dank aan Thijs (2010), p. 186, voetnoot 135. De periode is twee dagen langer dan gemeld en zal precies tussen de datums vallen.[]
  18. TIP, § 89[][][][]
  19. Ritner (2009), p. 348, 350[]
  20. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 28[]
  21. TIP, § 266, met voetnoot 365[]
  22. K.A. Kitchen, Egyptian Chronology: Problem or Solution? in Cambridge Archaeological Journal, 1:2 (1991), p. 237[]
  23. Edward F. Wente, Review van The Third Intermediate Period in Egypt (1100-650 B.C.) van Kenneth A. Kitchen, in Journal of Near Eastern Studies, Vol. 35, No. 4 (Oct., 1976), p. 278[]
  24. Arnold (2008), p. 93[]
  25. Aston (2012), p. 299-300[]
  26. Ancient Records, deel II, § 89[]
  27. Ritner (2009), p. 237-238[]
  28. Ritner (2009), p. 232[]
  29. TIP, § 260, voetnoot 321[]
  30. TIP, § 263[]
  31. Helen K. Jacquet-Gordon, The illusory year 36 of Osorkon I, in The Journal of Egyptian Archaeology, Vol. 53 (Dec., 1967), p. 63-68[]
  32. TIP, § 89, en Ritner (2009), p. 262-264[]
  33. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 24[][]
  34. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 23-24[]
  35. TIP, § 93, voetnoot 169[]
  36. AEC, p. 237[]
  37. Ritner (2009), p. 270[]
  38. AEC, p. 237, met voetnoten 32-33[]
  39. TIP, § 93[]
  40. Eva Lange, Ein neuer König Schoschenk in Bubastis, in Göttinger Miszellen (2004), p. 66-71[]
  41. AEC, p. 236[][]
  42. Aidan Dodson, The Prophet of Amun Iuput and his Distinguished Ancestors, in The Journal of Egyptian Archaeology 95 (2009), p. 51-64[]
  43. Karl Jansen-Winkeln, Historische Probleme der 3. Zwischenzeit, in Journal of Egyptian Archaeology 81 (1995), p. 148[]
  44. Broekman (2002), p. 170, 173[]
  45. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 23[]
  46. Ritner (2009), p. 51[][]
  47. Ritner (2009), p. 59[]
  48. TIP, § 96. Ritner (2009, p. 36 heeft jaar 14, maar volgens Kitchen (TIP, § 96) en Broekman (2002, p. 170) kan jaar 13 ook. Broekmans tekening van de hiërogliefen (2002, p. 171) laat beide mogelijkheden open.[]
  49. TIP, § 242[]
  50. Broekman (2002), p. 174-175[]
  51. TIP, § 81[]
  52. AEC, p. 239-240[]
  53. Thijs (2011), p. 49, voetnoet 37. Helaas brengt hij dit zelf niet altijd in praktijk: hij plaatst Osorkons kroning rond 793 en plaatst daarom Osorkons stier rond 771/0. Shoshenq III’s stier werd dan 31-33.[]
  54. TIP, Table 20[]
  55. Ritner (2009), p. 51-52[]
  56. Krauss (2015), p. 337[]
  57. TIP, § 284[]
  58. Karnak Priestly Annals, fragment 7, Ritner (2009), p. 53[]
  59. Gautschy (2015), p. 84[]
  60. TIP, § 305, met voetnoot 571[]
  61. TIP, § 326, voetnoot 702[]
  62. Ryholt (2004), p. 488-489[]
  63. Ryholt (2004), p. 491-493[]
  64. TIP, § 424[]
  65. TIP, § 67[]
  66. David A. Aston, Takeloth II, A King of the Herakleopolitan/Theban Twenty-Third Dynasty Revisited: The Chronology of Dynasties 22 and 23, in The Libyan Period in Egypt, Historical and Cultural Studies into the 21th-24th Dynasties: Proceedings of a Conference at Leiden University, 25-27 October 2007 (2009), p. 3[]
  67. Ritner (2009), p. 393[]
  68. Ritner (2009), p. 77-78. Deze identificatie is niet van mij, maar ik weet niet meer van wie wel. In mijn eerste versies van dit project deed ik niet tot nauwelijks aan bronvermelding.[]
  69. Ritner (2009), p. 392-393[]
  70. TIP, § 92[]
  71. Ritner (2009), p. 401-402[]
  72. Ritner (2009), p. 46[]
  73. Thijs (2010), p. 172[]
  74. Thijs (2011), p. 50[][]
  75. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 32, 37[]
  76. RINAP, tekst Sargon II 001, regel 123-124[]
  77. RINAP, tekst Sargon II 008, regel 12[]
  78. RINAP, tekst Sargon II 063, regel 8-11, en tekst Sargon II 082, regel 3-8[]
  79. RINAP, tekst Sargon II 082, regel vii 15”-32”[]
  80. TIP, § 84[]
  81. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 32[]
  82. Jean-Frédéric Brunet, Apis and the late Third Intermediate Period, A Chronological Study following the Ph.D. Thesis of Mohamed Ibrahim Aly (Lyon II, 1991)[][]
  83. Gautschy (2015), p. 83[]
  84. Thijs (2010), p. 174[]
  85. Alan R. Schulman, A Problem of Pedubasts, in Journal of the American Research Center in Egypt, 5 (1966), p. 33-41[]
  86. Dan’el Kahn, A problem of Pedubasts? in Antiguo Oriente 4 (2006), p. 23-42[]
  87. Marsha Hill en Deborah Schorsch, The Gulbenkian Torso of King Pedubaste: Investigations into Egypt Large Bronze Statuary, in Metropolitan Museum Journal, vol. 40, Essays in Memory of John M. Brealy (2005), p. 167[]
  88. TIP, § 427[]
  89. Ryholt (2004), p. 495[]
  90. TIP, § 78[][]
  91. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 31, 33, 36[]
  92. Raphaële Meffre – Frédéric Payraudeau, Un noveau roi à la fin de l’époque libyenne : Pami II, in Revue d’égyptologie 69 (2019), p. 147-158, en TIP, § 78[]
  93. Diodorus Siculus, Library of History, boek I, 66.9-12[]
  94. Raphaële Meffre – Frédéric Payraudeau, Un noveau roi à la fin de l’époque libyenne : Pami II, in Revue d’égyptologie 69 (2019), p. 148[]
  95. TIP, Table 23[]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *