Categorieën
7. Derde Tussenperiode Koningstijd

Shoshenq I’s oorlog in Juda en Israël

Shoshenqs reliëf in Karnak over zijn oorlog. Links van hem staan gevangenen afgebeeld, met onder elk van hen een plaatsnaam. 1

Inleiding

Shoshenq I (819/8-797) was, in tegenstelling tot wat bijna overal wordt beweerd, niet Sisak, de Bijbelse koning van Egypte die Jeruzalem plunderde in 926/5. Maar Shoshenq voerde overduidelijk wel oorlog in Juda en Israël. Hoe je het ook wendt of keert, in een op de Bijbel gebaseerde chronologie van Egypte moet deze oorlog een minstens redelijke plek krijgen. De vraag van deze post is dan ook of deze oorlog in te passen is in de Bijbel. Want na Sisaks plundering zwijgt de Bijbel over Egyptische invallen in Juda en Israël.

De enige manier waarop deze vraag een antwoord kan krijgen, is een goede chronologie. En omdat ik denk dat ik in de goede richting zit, is dit een uitstekende test.

Het waar en waarom

Shoshenq heeft een uitgebreide lijst met plaatsnamen nagelaten, waarvan helaas vele verwoest zijn. De verschillende egyptologen die een poging deden om dankzij de overgebleven namen een reconstructie van zijn oorlog te maken, hebben dan ook verschillende resultaten. Hieronder volgt de interpretatie van Kenneth Kitchen, die de vouwen in de interpretaties van zijn collega’s gladstrijkt. 2 Alleen zijn verwijzingen naar Sisak zijn genegeerd.

De nog leesbare plaatsnamen liggen door heel het huidige Israël. Van Raphia in de Gazastrook naar Ajalon, van zuidelijk Juda en de omgeving van Hebron naar mogelijk Tirza, van de omgeving van Jeruzalem naar Beth-Horon aan de noordwestelijke grens van Juda, van Mahanaïm in het Overjordaanse tot aan Sunem in het noorden, en de versterkte plaatsen van de Jizreëlvallei, onder andere Taänach en Megiddo. Shoshenq heeft dus niet alleen Juda aangedaan, maar ook het tienstammenrijk. Door de volgorde van de namen concludeert Kitchen dat Shoshenq zijn leger heeft opgesplitst, en verschillende afdelingen naar verschillende gebieden gingen.

De reden van deze oorlog is bewaard gebleven op fragmenten van een overwinningsstela uit Karnak. “Now, My [Ma]jesty found that … [they] were killing … [my soldiers?, and] my army-leaders. His Majesty was troubled about them, … [and acted? as] they desired. Then said His Majesty to his courtiers [in the following]: “[See …] these vile deeds that they have committed!” Then they replied [to His Majesty: “…”]. [Then His Majesty went forth …], his chariotry accompanying him, without their (i.e. the enemy’s) knowing (it). Lo, … His Majesty wrougth great slaughter among them … he [slew] them on the shore, the edge of the Bitter Lakes (Km-wr).” 3

De Bittermeren liggen tussen de Delta en het schiereiland Sinaï, dus Shoshenqs tegenstanders waren tot aan de grensposten van Egypte gekomen. Toen Shoshenq dat gemeld werd kwam hij in actie. Hij versloeg hen en marcheerde volgens het reliëf door naar Juda en Israël. Beide landen kunnen dus samen Egypte zijn aangevallen.

Het wanneer

De oorlog is niet gedateerd, maar het reliëf in Karnak, met de lijst plaatsnamen, komt uit jaar 21 (798/7). Een afbeelding van Shoshenq was niet afgemaakt, dus je kan concluderen dat hij tijdens het graveren moet zijn overleden. 4 Het kan betekenen dat de oorlog hoogstens een paar jaar eerder was.

Juda

In Juda regeerde rond 800 Joas (835-797/6). Tussen september 798 en april 797 was Amazia co-heerser geworden. Dat is net op tijd om Shoshenqs tegenstander te kunnen zijn, maar het was zijn vader die duidelijk nog de overhand had in Juda. Deze co-heerschappij was mogelijk afgekeken van Egypte. Nog geen jaar eerder, in november 799, was Osorkon I (799-784) namelijk Shoshenqs co-heerser geworden.

Joas is gelukkig een van de koningen waarover meer is opgeschreven dan een korte samenvatting. “Joas deed wat juist was in de ogen van de HEERE, al zijn dagen waarin de priester Jojada hem onderwees.” (2 Kon 12:2) Hij gaf opdracht om de tempel te herstellen, waar pas in het 23e jaar (814/3) aan begonnen werd (vers 6-16). Hazaël, de koning van Syrië, veroverde Gath en wou Jeruzalem veroveren, en Joas kocht hem af (vers 17-18). Maar toen stierf Jojada, 130 jaar na de scheuring van het rijk (931-801) 5, en een golf van afgoderij overspoelde Juda (2 Kro 24:15-17). Jojada’s zoon Zacharia profeteerde: “Waarom overtreedt u de geboden van de HEERE? Daarom zult u niet voorspoedig zijn. Omdat u de HEERE verlaten hebt, zal Hij u verlaten.” (vers 20) Bij “de wisseling van dat jaar” drong het Syrische leger (het leger van Mari) Jeruzalem binnen, vermoordden de leiders en stuurden de buit naar Damascus (vers 23). Direct daarna, in 797/6, werd Joas vermoord (vers 25).

Er moet meer rampspoed zijn geweest dan alleen de plundering van Jeruzalem. Dat kan je halen uit 2 Kronieken 24:27: “Wat betreft zijn (Joas’) zonen, en de grootte van de last (de profetieën, vers 19), hem opgelegd, en het fundament van het huis van God, zie, die zijn beschreven in het verslag van het boek van de koningen.” Deze last was van hem, niet van zijn opvolgers, en zal tijdens zijn leven zijn voltrokken. Het was na Zacharia’s dood dat de waarschuwingen van de profeten werkelijkheid werden. Ergens tussen Zacharia’s dood en de inval van het Syrische leger, maar voor de laatste jaarwisseling die Joas meemaakte, 4 april 797, zal er meer rampspoed zijn geweest.

Nergens staat dat deze rampspoed Shoshenqs oorlog in Juda was. Nergens staat dat wat Joas en het volk van plan waren en waarin ze niet voorspoedig zouden zijn, een oorlog tegen Egypte was. Het is alleen mijn chronologie die deze rampspoed en het plan naast Shoshenqs oorlog zet. Maar het past en verklaart waarom Shoshenq Juda plunderde, en Jeruzalem negeerde. God had Jeruzalem kennelijk bewaard voor de Syriërs.

Israël: Joahaz

In Israël heersten in deze periode Joahaz (816/5-800/799) en, om het makkelijk te houden, een andere Joas (800/799-784/3).

Het eerste deel van beide namen, Jo-, is een afkorting van Gods naam, YHWH, maar beiden deden wat slecht was in YHWH’s ogen (2 Kon 13:2, 11). God gaf het Israël van Joahaz dankzij deze zonden in de handen van Hazaël, de koning van Syrië, en diens zoon Benhadad. Toen Joahaz “trachtte het aangezicht van de HEERE gunstig te stemmen” verhoorde God hem. “En de HEERE gaf Israël een verlosser, zodat zij van onder de hand van de Syriërs uitkwamen; en de Israëlieten woonden als voorheen in hun tenten.” (vers 3-5)

In Joahaz’ tijd is alleen plaats voor een inval van Egypte als deze onbekende verlosser Shoshenq was, die dan de Syriërs uit Israël verdreef of versloeg in hun thuisland, want God beschermde Israël. Maar deze verlosser was de Assyrische koning Adad-nirari III; zie hier. Hij onderwierp Damascus tijdens Joahaz’ regeirng, zodat Israël weer vrij kon worden.

Israël: Joas

Aan het begin van Joas’ regering is wel ruimte voor een inval van Egypte.

Toen de profeet Elisa bijna stierf ging Joas naar hem toe en huilde om hem. “Hij zei: Mijn vader, mijn vader, wagen van Israël en zijn ruiters!” (2 Kon 13:14) Elisa profeteerde dat hij de Syriërs driemaal zou verslaan (vers 19), en dat gebeurde (vers 25). Aan het eind van Joas’ leven nodigde Amazia, de koning van Juda die net Edom had verslagen, hem uit voor een krachtmeting. Joas wees dat eerst af met een vergelijking; Amazia was daarin de distel op de Libanon is en hijzelf de ceder op de Libanon (2 Kon 14:8-11).

Er was een groot verschil tussen Joas’ wanhoop bij Elisa’s naderende dood en het zelfvertrouwen waarmee hij tegen Amazia spreekt. Als Shoshenq hem na het verslaan van de Syriërs een flinke slag toebracht, is dat zelfvertrouwen nogal opmerkelijk. Amazia nodigde Joas uit tot een krachtmeting, en er is weinig krachtmeting met een grondig verslagen koning. Een inval van Egypte past daarom alleen voordat Joas de Syriërs had verslagen, toen Israël nog zwak genoeg was om de jaarlijks benden uit Moab niet te kunnen weerstaan (2 Kon 13:20-21).

Daar is een extra aanwijzing voor te vinden. Als een koning niet in Gods wet wandelde waarschuwde Hij en, als daar niet naar geluisterd werd, ondernam Hij actie. Hazaël veroverde op Jehu heel het Overjordaanse (2 Kon 10:31-33), Joahaz’ land kwam zoals verteld in handen van Hazaël, onder Jerobeam II was de ellende van Israël zeer bitter, tot God ingreep (2 Kon 14:24-27), en Zacharia werd vermoord (2 Kon 15:9-10). Joas beging dezelfde zonden als de rest van zijn familie, en alleen als Shoshenq in zijn tijd binnenviel werd hij daarvoor gestraft.

Conclusie

Shoshenq versloeg zijn binnenvallende tegenstanders en voerde daarna oorlog in Juda en Israël. Als de bovenstaande reconstructie klopt waren zijn tegenstanders Judeeërs, die daarna de wraak van Shoshenq over zich heen kregen.

Het Judeese plan dat mislukte omdat de Heer niet meer bij hen was, is dan de door Shoshenq genoemde aanval op Egypte. De Bijbel geeft dan het jaar voor het laatste nieuwjaar dat Joas van Juda meemaakte, 798/7, als het jaar van Shoshenqs oorlog. 798/7 is het 21e jaar van Shoshenq, dat waarin hij in Karnak zijn overwinningen liet optekenen. Ik heb het berekend zonder te denken aan zijn oorlog in Juda en Israël.

Voor Israël is er alleen een aanwijzing dat Shoshenq in deze tijd langs kan zijn gekomen. Als de inval in Egypte van Juda, en mogelijk ook Israël, alleen met politiek te maken had, en niet met geloof, kan dat de reden zijn dat Shoshenqs oorlog niet in de Bijbel staat. De Bijbel gaat tenslotte over geloof. De slag van Qarqar staat er niet in, net als de oorlog van Osorkon II; dat Juda na Sisaks inval dienaren zouden zijn van Egypte, is alleen bekend omdat God het tegen de profeet Semaja zei (2 Kro 12:8). Maar dat Shoshenqs oorlog mogelijk is in de goede periode, is genoeg om mijn chronologie niet naar de prullenbak te hoeven verwijzen.

Laatste wijziging: 7 februari 2022

  1. By Ovedc – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=63424603[]
  2. TIP, Excursus E, § 398-415[]
  3. TIP, § 253[]
  4. Simons (1937), p. 89[]
  5. Letterlijk: “Hij was honderddertig jaar oud, toen hij stierf.” Leeftijden werden vaker gebruikt om een periode aan te geven, langer of korter dan iemands leven. Ahazia van Juda (841) was zowel 22 (2 Kon 8:26) als 42 (2 Kro 22:2) toen hij koning werd; het was 42 jaar sinds het koningshuis van Achab, waar hij geestelijk gezien bij hoorde, op de troon kwam. Saul (1052-1011) was 1 jaar oud toen hij koning werd (1 Sam 13:1), maar duidelijk een volwassen man (1 Sam 9:2). Aan het eind van Joas’ regering bestond Juda 130 jaar als apart koninkrijk.[]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.