Categorieën
7. Derde Tussenperiode

Dynastie XXIII

Vrouw met apen, een beeld uit deze dynastie 1

Introductie

Dynastie XXIII bestaat uit een paar zijtakken van XXII. Ook zij zijn, voor zover bekend, nakomelingen van Shoshenq I. Beide dynastieën hadden het land verdeeld en regeerden naast elkaar. Dat liep niet altijd even soepel; Pedubast I werd een rivaalkoning en Osorkon III meldde, toen hij nog geen koning was, dat hij iedereen had verslagen. Zoals gebruikelijk in Egypte noemt hij helaas geen namen.

Deze dynastie bestond uit twee families. De eerste is die van Pedubast I, mogelijk de zoon van zijn voorganger en waarschijnlijk co-heerser, Harsiese. De tweede is die van Takelot II en zijn zoon Osorkon III. Van de laatste koningen is geen afkomst bekend.

Eén koning blijft een raadsel; zelfs zijn naam is onduidelijk. Si/In-beb/redwy? is alleen bekend van een graffiti op de tempel van Khons in Karnak. Volgens Kitchen is de lezing van zijn naam ingewikkeld, en kan het een afkorting of bijnaam zijn van een beter bekende koning, zoals Iuput I of Osorkon III. 2 Tot er meer opduikt over deze koning hou ik het hierom daarbij.

Chronologie

De laatste koningen van dynastie XXIII heersten tegelijk met de Cusjieten van dynastie XXV. Op vergelijkbare reconstructies komt soms kritiek dat dat niet logisch is, want de Cusjieten lijken over heel Egypte geheerst te hebben. Voor vier bewijzen dat zij hun macht deelden met minstens een paar andere koningen, zie hier.

Syncellus kopieerde uit The Old Chronicle dat dynastie XXIII uit 2 generaties bestond, die in totaal 19 jaar regeerden. Ze volgen de 48 jaar op die de Chronicle aan dynastie XXII geeft, die eindigen met de kroning van Takelot II van XXIII in 771/0. 19 jaar is veel te kort voor XXIII. Voor een mogelijke uitleg, zie Harsiese.

Harsiese

Hedjkheperre Setepenamun Harsiese Meryamun
ca.775-760?

Hij regeerde tegelijk met Osorkon II (792-763/1): op standbeeld Cairo CG 42208 staan Osorkons complete titels, maar het beeld was gewijd “bij de gratie” van Harsiese. Harsiese is alleen bekend uit Opper-Egypte en werd begraven in Thebe. 3 Kitchen schat Harsieses koningschap, dankzij zijn monumenten, op 10-15 jaar. Er is geen datering op zijn regering bekend. 4

Harsiese was mogelijk een zoon van hogepriester van Amun Smendes III, een zoon van Osorkon I. Tanetamun, die bgraven werd in Herakleopolis, was namelijk een dochter van hogepriester van Amun Smendes en koningsmoeder [Aset]akhbyt (Ikhy). Tanetamun leefde na Osorkon I, want ze wordt vermeld met een zekere Osorkon, die net als Tanetamuns vader wr ‘3 n <pr>-Sḫm-ḫpr-R‘ was. 5

De naam van Harsieses enig bekende zoon is beschadigd op het enige monument dat hem noemt, uit Coptos; alleen du of aw is nog leesbaar. Het is mogelijk om Pedubast te lezen en de zoon is dan mogelijk Pedubast I. 6 Omdat Pedubast I koning werd in 760/59 schat ik Harsieses jaartallen op ca.775/0-760. Dan wordt het interessant dat Africanus de enige is van Manetho’s kopiïsten die Pedubast 40 jaar geeft, een aantal dat alleen te verenigen is met de andere kopiïsten als hij een fout heeft gemaakt. Africanus schrijft ook als enige dat in Pedubasts regering het Olympische festival voor het eerst werd gevierd. Dat was in 776, ruim voor Pedubasts tijd. Pedubast stierf in 736/4 en zolang dat 736/5 was, begonnen de 40 jaar in 776/5.

The Old Chronicle vermeldt 19 jaar in twee generaties voor dynastie XXIII. Dat is veel te kort. Maar als ze begonnen in 775 eindigen ze met de 44 jaar die The Old Chronicle aan dynastie XXIV geeft (756-712), die gevolgd worden door de 44 jaar van dynastie XXV (712-668).

Takelot II

Hedjkheperre Setepenre Takelot II Si-Ese Meryamun
10 november 771/21 februari 770-746

Takelot II regeerde tegelijk met Shoshenq III, niet voor hem, zoals eerder werd gedacht. Hij en zijn nakomelingen worden alleen vermeld in Opper-Egypte. 7 Hij lijkt Takelot F te zijn, een hogepriester van Amun; deze was de zoon van Nimlot C, de zoon van Osorkon II (787/6-minstens 758). 8

Het jaar 14 dat in de standaardchronologie zowel aan hem als aan Takelot III wordt toegeschreven, past in mijn chronologie alleen bij Takelot III. Voor de chronologie van II is het niet belangrijk, voor die van III juist wel.

De standaardchronologie plaatst Takelot II in ca.840-815, zo’n 70 jaar voor zijn datering hier. Maar hij moet later hebben geleefd. Op de doodskist die tegenwoordig catalogusnummer Cairo CG 41035 heeft, van zijn kleindochter, een dochter van kroonprins Osorkon B, staat een vorm van de naam Osiris die bekend is uit dynastie XXV, uit het eind van de achtste eeuw. 9 Als ze rond 700 stierf kan ze tussen 780-740 geboren zijn. Zelfs met generaties van 35 jaar werd Takelot nog maar geboren tussen 850-810, de periode waarin hij geregeerd zou hebben.

Takelot II’s vermelding in Cerro de San Cristobal in Spanje kan worden gedateerd op ca.700. 10

Takelot II en de maan

Uit de Kroniek van Prins Osorkon: “Now afterwards, in regnal year 15, fourth month of summer (shemu), day 25, under the Majesty of his noble father (Takelot II), the god who rules Thebes, the sky did not swallow the moon (in an eclipse), although a great (?) convulsion occurred in this land like […] the children of rebellion, as the inflicted civil strife in Upper and Lower Egypt […]” Een maansverduistering was een slecht voorteken voor de Egyptenaren, maar ondanks dat die er niet was naderde er toch onheil. 11

Ad Thijs 12 vindt deze conclusie niet logisch. Het zou namelijk betekenen dat de maan bij alle rampen signalen had moeten afgeven, maar die worden nergens vermeld. Over de rebellie van 4 jaar eerder schrijft Osorkon alleen over de maan in het deel waarin hij zichzelf als perfect beschrijft: “Not once did he miss a period of time, even as the moon in its [cour]se.” 13 Er moet iets gebeurd zijn met de maan rond het begin van de rebellie uit jaar 15, anders was er geen reden om de maan überhaupt te noemen.

Ik ben het met Thijs eens dat op of kort voor IV shemu 25 in jaar 15 iets met de maan gebeurd moet zijn, omdat het anders geen zin had om de niet-verduistering te vermelden. In heel de achtste eeuw past er volgens Thijs maar één bijna-maansverduistering, namelijk die van 15 februari 756, ofwel IV shemu 23. Dit is twee dagen voor de opstand en kon zo beschouwd worden als een voorteken. De eclipse past precies bij de omschrijving “the sky did not swallow the moon”: de maan ging door de schaduw van de aarde zonder achter haar te duiken. Uitgaande van deze datum werd Takelot gekroond tussen IV shemu 26, 22 februari 771, en IV shemu 25, 21 februari 770.

Op I shemu 11 in jaar 11 van Takelot II werd het Tepi Shemu-festival gevierd, dat begon met nieuwe maan. 14 Door de identificatie van de bijna-maansverduistering moet dit 6 november 760 zijn, precies de dag van nieuwe maan. Als je dat gegeven samenvoegt met de datum van de maansverduistering blijkt dat Takelot gekroond werd tussen I shemu 12, 10 november 771, en IV shemu 25, 21 februari 770.

Volgens de Kroniek van Prins Osorkon (Osorkon III) kwam na jaar 24 van Takelot II (748/7-747/6) het jaar 22 van Shoshenq III (745/4). 15 Maar Takelot regeerde langer; op een stela uit jaar 25 van Takelot (747/6-746/5) was Osorkon nog steeds hogepriester van Amun en werd land geschonken aan zijn zus Karoama, zangeres van Amun in Karnak. 16 Takelot zal in 746 zijn gestorven, plusminus een paar maanden.

Pedubast I

Usermaatre Setepenamun Pedubast I Meryamun Si-Ese (Si-Bast)
14 november 760/ca. september 759-8 november 736/ca. september 734

Manetho:

  • Africanus: Petubates, 40 jaar: in zijn regering werd het Olympische festival voor het eerst gevierd.
  • Eusebius: Petubastis, 25 jaar
  • Jerome: Petubastis, 25 jaar
  • Book of Sothis: Petubastes, 44 jaar

Manetho speelde met decennia; zie Osorkon III voor Petubastis’ opvolger die twee decennia te weinig kreeg. Pedubast I’s hoogst gevonden datering is jaar 23. 17 Hij zal daarom 24 jaar en een aantal maanden hebben geregeerd, dat door Eusebius en Jerome naar boven werd afgerond, en door de schrijver van het Book of Sothis naar beneden. Africanus mist een 4 of 5 op het eind. De enige manier om zijn 40 jaar met *24 jaar en X maanden te verenigen, is als hij “vieren” in “vierenveertig” heeft gemist. Voor een andere uitleg, zie Harsiese.

Pedubast I’s vermelding in Carthago kan worden gedateerd op ca.720, en zijn vermelding in Baixo Alentejo in Spanje op ca.700. 10 In welke chronologie dan ook moet zijn kroning daarvoor zijn geweest.

Datering

Nile Level Record vermeldt de hoogte van de vloed in een anoniem jaar 12, dat ook jaar 5 van Pedu[bast (I)] wordt genoemd. 18 Als jaar 12 van Shoshenq III was (755/4), die ook in Opper-Egypte regeerde, is de “rebellie” uit jaar 11 van Takelot II (761/59), zoals vermeld in de Kroniek van Prins Osorkon, de troonsbestijging van Pedubast. Hij was dan een rivaalkoning van Takelot II. Dit past bij de verschillende vermeldingen van de hogepriesters van Amun onder deze drie koningen in combinatie met een opstand in jaar 15 van Takelot. 19 De vloed uit jaar 12 van Shoshenq III was die van 755; Pedubast werd dan koning tussen ongeveer september, de tijd van de vloed, in 760 en 759.

Op I shemu <1> in jaar 7 van Pedubast (I) Meryamun werd “zijn zoon” Pediamonet gewijd als priester. 20 (Pediamonet was niet Pedubasts zoon, want in de regel hierna heet hij de zoon van Mehamunhat. De “zijn” in “zijn zoon” zal daarom de priester zijn wiens wijding in de regel hiervoor staat.) Op I shemu 19 in jaar 8 van Pedubast (I) Meryamun werd Paentyiufankh gewijd door de hogepriester van Amun, Harsiese. 21 Beide datums waren waarschijnlijk laat tijdens het Tepi Shemu-festival, dat begon met nieuwe maan en 4 of mogelijk 5 dagen later eindigde. 14 I shemu <1> in jaar 7 zal daarom alleen 25 oktober 753 zijn, 5 dagen na nieuwe maan, en I shemu 19 in jaar 8 is 8 november 752, 4 dagen na nieuwe maan. Het betekent dat Pedubast (I) gekroond werd tussen I shemu 19, 14 november 760, en I shemu <1>, 27 oktober 759.

Na het combineren van de vorige twee alinea’s blijkt dat Pedubast I tussen 14 november 760 en ongeveer september 759 koning werd. Als hij inderdaad *24 jaar en een onbekend aantal maanden regeerde stierf hij in jaar 25. Door de onzekerheid over zijn kroningsdatum kan alleen gezegd worden dat dit tussen I shemu 19, 8 november 736, en ongeveer september 734 was.

Pedubast Si-Ese en Pedubast Si-Bast

Pedubast I had de bijnaam Si-Ese. Een koning met dezelfde prenomen en nomen, maar die Si-Bast heette, is bekend van donatiestelae uit Memphis (Jaar 6), Herakleopolis of de oostelijke Delta (jaar onbekend) en Bubastis (jaar 23), en een standbeeld (mogelijk uit Tanis). Het verschil in bijnamen zou betekenen dat er twee Pedubasts waren, maar dat hoeft niet. Hor ix, de koninklijke schrijver van Pedubast Si-Ese, wordt namelijk vermeld in Memphis. 22

Als Pedubast Si-Ese en Pedubast Si-Bast dezelfde persoon waren, komt hij net als zijn tijdgenoot III voor in Memphis en Heracleopolis Magna. Dan’el Kahn vindt dit een ingewikkeld situatie en heeft het over “rival kingdoms”. 23 Zo rival waren ze niet: een jaar 12 dat alleen van Shoshenq III kan zijn wordt samen met jaar 5 van Pedubast I vermeld in de Nile Level Record no. 24. 24 Als ze samen erkend werden in Thebe kan dat ook gelden voor andere plaatsen. Hoe dan ook, het onderscheiden van de Pedubasts is omstreden, en het belangrijkste argument in mijn chronologie tegen een extra Pedubast is dat er geen ruimte is voor een extra koning die minstens 23 jaar regeerde. Kahn plaatst Pedubast Si-Bast tijdens de Cusjitische overheersing van
Egypte, ca.715-690. 25 In Tanis, waar de bronzen torso van Pedubast Si-Bast vandaan komt, 26 regeerden in een ingekorte chronologie al Shoshenq IV (726/4-715) en zijn opvolgers tot ver voorbij ca.690.

Iuput I/II

Usermaatre Setepenamun Iuput Meryamun Si-Bast
ca. september 746/ca. september 745-(726/4)

Nile Level Record no. 26 geeft de hoogte van de vloed uit jaar 16 van Pedubast I aan, dat is jaar 2 van Iuput (I) Meryamun. 27 De vloed uit Pedubasts jaar 5 was die van 755, dus die uit jaar 16 was de vloed van 744. Iuput besteeg dan de troon tussen ongeveer september, de tijd van de vloed, in 746 en 745. In Pedubasts latere vloeddata, uit jaar 18 (742), 19 (741) en 23 (737), wordt Iuput niet meer vermeld.

De jaren 9 (738/6) en 12 (735/3) van Iuputy (I) staan vermeld in graffiti’s 244, 245A en 245B op het dak van de tempel van Khonsu in Karnak. 28 Usermaatre Setepenamun Iuput (II) Meryamun Si-Bast wordt onder andere vermeld op een standbeeldvoet uit Tell el-Yahudieh, en in Tell Moqdam (Leontopolis) met hoofdkoningin Tentkat[…]. 29

In een ingekorte chronologie kan Iuput (I), de co-heerser van Pedubast I, geïdentificeerd worden met Iuput (II) van Leontopolis en Taan, die zich in 726 onderwierp aan Piye. Pedubast I noemde zich Si-Ese, de bijnaam van de koningen van Opper-Egypte, en Iuput (II) Si-Bast, de bijnaam van de koningen van Beneden-Egypte, wat zal betekenen dat hij Thebe had verloren of verlaten om zich in Leontopolis te vestigen.

“Jaar 21 van farao Iuput (II)” wordt vermeld op een donatiestela uit Mendes van de heerser van Mendes, Smendes de zoon van Harnakht. 29 In jaar 22 van Shoshenq III (745/4) was heerser van Mendes Harnakht, de zoon van Nes-khebit(?). Harnakht, de zoon van Smendes, was dat in jaar 11 van (Osorkon III) (717/6). 30 Als Iuput “II” dezelfde was als Iuput “I” wordt jaar 21 726/4, en past Smendes tussen zijn vader en zoon in.

Shoshenq VI

Usermaatre Meryamun Shoshenq VI Meryamun
ca. september 742/ca. september 736-(737/29)

I akhet 20 uit jaar 6 van een Shoshenq wordt vermeld op het dak van de tempel van Khonsu in Karnak. Hij wordt alleen koning van Opper-Egypte genoemd en kan daarom worden geïdentificeerd met Shoshenq VI. 31 Zijn jaar 6 wordt ook vermeld in Nile Level Record no. 25. Takelot was toen hogepriester van Amun, net als in jaar 23 van Pedubast I (737).

Shoshenq regeerde langer. Record no. 44 vermeldt jaar 6 van een koning wiens prenomen eindigt op […]re Meryamun; in deze periode had alleen Shoshenq VI de bijnaam Meryamun in zijn prenomen. Van de hogepriester van Amun die erbij wordt genoemd is de naam weggesleten, maar hogepriesters werden erbij genoemd vanaf Shoshenq III (766-728/7). Ook de structuur van de tekst lijkt het meest op no. 25. Het complete begin van no. 44 is helaas weggesleten, maar gezien het jaar 6 in no. 25 horen er minstens twee streepjes voor, zodat het minstens jaar 8 was. 32

De vloed uit jaar 6+[2] was uiterlijk die van 729, want de vloed van 728 werd geregistreerd door Shoshenq III in jaar 39. De vloed uit jaar 6 was weer op zijn vroegst die van 736, want de vloed uit 737 werd geregistreerd door Pedubast I. Het begin van Shoshenq VI’s koningschap kan daarom geplaatst worden tussen ongeveer september, de tijd van de vloed, in 742 en 736.

Buiten de Nile Level Records om is hij nauwelijks bekend. Bij een paar vermeldingen van een Usermaatre Meryamun Shoshenq is het de vraag of Meryamun bij de prenomen of nomen hoort, en dus kan ook Shoshenq III bedoeld worden. 33 Het is mogelijk dat hij bij de “iedereen die tegen hen vocht” hoorde, die door Osorkon III en zijn broer Bakenptah was verslagen; dit was kort voor I shemu 26 in jaar 39 van Shoshenq III, 13 november 728 34. Shoshenq VI regeerde dan 742/36-728.

Osorkon III

Usermaatre Setepenamun Osorkon III Meryamun Si-Ese Netjerheqawaset
(voor 25) januari 727-januari/ca. september 699

Manetho:

  • Africanus: Osorcho, 8 jaar: de Egyptenaren noemden hem Heracles.
  • Eusebius: Osorthon, 9 jaar: de Egyptenaren noemden hem Heracles.
  • Jerome: Osorthon, 9 jaar
  • Book of Sothis: 69. Osorthon, 9 jaar

Manetho rekende volgens de koningslijsten van dynastieën XVIII en XV die Josephus kopieerde met zowel jaren als maanden. Het verschil tussen 8 en 9 in Manetho’s verschillende kopiïsten zal daarom een afrondingsverschil zijn, vanaf 8 jaar en een aantal maanden. Hier zal twee decennia bij moeten worden opgeteld; zie onder voor Osorkons jaar 28. Dat is niet bijzonder, want Manetho speelde vaker met decennia en zijn kopiïsten deden hem na. In dynastie XVI heeft Psamtik soms een en soms vier decennia te weinig, Nekau II een decennium te weinig en Psamtik II weer een te veel. Ik ga er daarom vanuit dat Osorkon 28 jaar en een aantal maanden, maar minder dan 29 jaar, regeerde.

Osorkons datering begint bij Nile Level Record no. 13. Deze registreerde de hoogte van de vloed uit jaar 28 van Osorkon III, “dat is jaar 5 van zijn zoon” Takelot III. 35 Osorkon overleed binnen een jaar, want Nile Level Record no. 4 is alleen gedateerd op jaar 6 van Takelot III. 36 Dankzij de datering van Shoshenq VII blijkt dat de vloed uit jaar 28 = jaar 5 die van 700 was en die uit jaar 6 die van 699; zie onder. Osorkon stierf dan tussen ongeveer september, de tijd van de vloed, in 700 en 699. De vloed uit zijn jaar 1 is dan die van 727, zodat hij tussen ongeveer september 728 en 727 op de troon kwam. Dit past bij het idee dat Manetho hem twee decennia minder gaf.

Veel later kan hij niet geregeerd hebbe. Zijn vermelding in Carthago kan namelijk worden gedateerd op ca.720. 10

Kroning

Met dank aan de vloeddata is Osorkons kroning te dateren tussen ongeveer september 728 en ongeveer september 727. Deze periode kan iets worden ingekort. Op I shemu 26 in jaar 39 van Shoshenq III, 13 november 728, was Osorkon alleen nog hogepriester van Amun, geen koning. Op die dag was hij “in Thebes performing the festival of Amon in concord with his brother, the general of Heracleopolis and leader, Bakenptah, while all the gods were satisfied with them in overthrowing everyone who fought against them.” 34

Interessant wordt nu het verhaal Naneferkasokar and the Babylonians. Fragmenten hieruit zijn bewaard gebleven op een papyrus uit Tebtunis van de derde of tweede eeuw v.Chr., en een paar regels staan op een ostrakon uit de eerste eeuw n.Chr.. In dit verhaal staat de Egyptenaar Naneferkasokar voor een Babylonische koning, wiens naam niet wordt genoemd. Naneferkasokar zegt dat hij een machtige strijder is en vertelt de koning over een verschrikkelijke gebeurtenis in Egypte. Het is niet duidelijk of dat “nu” gebeurde of (kort) daarvoor, maar iemand was vermoord, kennelijk een heerser, en de Egyptenaren werden “hard van hart”. Ze offerden niet meer aan hun goden en stopten met werken. Uiteindelijk zochten de generaals “de sterkste onder hen” uit; de volgende regel vermeldt een farao die wordt gekroond en verrijkt met iemands bezittingen. Een expeditie wordt uitgezet naar de zuidelijke grens van Egypte, maar “de lucht maakte …” en de expeditie eindigde. De lucht maakte mogelijk regen, een zeldzaamheid in Egypte, of een eclips. In een ander fragment wordt jaar 15 van farao pỉ3 genoemd, wat een demotische versie is van de naam Piye. 37

Osorkon III is een goede kandidaat voor de gekroonde, de sterkste onder de generaals van Egypte. Manetho schrijft dat de Egyptenaren hem Heracles noemden, Osorkon wordt vermeld door Piye en vocht samen met de generaals van Egypte, of tenminste met zijn broer Bakenptah. De vermoorde heerser is dan de koning onder wiens jaartelling hij de overwinning met Bakenptah dateerde, Shoshenq III. De enige eclips tussen 13 november 728 en ongeveer september 727 is de gedeeltelijke maansverduistering van 25 januari 727, wat betekent dat Osorkon kort daarvoor gekroond werd.

Als bonus heeft dit chronologische betekenis voor zowel Shoshenq III als Piye. Shoshenq III’s dood is nu te plaatsen tussen 13 november 728 en 25 januari 727. Het in het verhaal genoemde jaar 15 van Piye zal in dezelfde periode zijn.

Identificaties

Osorkon III was dezelfde persoon als Osorkon B, hogepriester van Amun onder zijn vader Takelot II en onder Shoshenq III. Het bewijs hiervoor is de Akoris Stela, die hem zowel koning als hogepriester van Amun noemt. 9.

Op de Overwinningsstela van Piye, uit 726, wordt een Osorkon vermeld die regeerde over Bubastis en het district Ranofer, wat volgens Kenneth Kitchen Tanis is 38. In Tanis is hij alleen niet gevonden, wat een grote reden is om beide Osorkons juist niet te identificeren. 39 Dat laatste klopt niet; zie onder, bij Osorkon IV. Dat Osorkon III daar zo weinig wordt vermeld komt in mijn chronologie doordat Shoshenq IV tussen 726-724, kort na zowel Osorkon III’s kroning en Piyes veroveringen, koning werd in Tanis.

In 716 bereikte het leger van Sargon II, de koning van Assyrië, de Rivier van Egypte (Wadi el Arish) en kreeg hij als geschenk twaalf grote paarden van Šilkanni, de koning van Muṣur (Egypte) wiens locatie ver weg is. 40 Dit zal Osorkon III zijn, de koning van Boven-Egypte; de medeklinkers passen bij elkaar.

Ook is Osorkon III te identificeren met koning So, die van Hosea, de laatste koning van Israël (731/0-722), het verzoek kreeg om hem te helpen in zijn opstand tegen de Assyriërs.

Osorkon IV

Als laatste is Osorkon III te identificeren met Osorkon IV. Deze koning is een uitvinding van de standaardchronologie, die Osorkon III niet in de goede tijd geplaatst krijgt 41. De meeste van “zijn” vermeldingen zijn eigenlijk van Osorkon III.

Een Usermaatre Osorkonu wordt vermeld op twee steenblokken die gevonden zijn in het heilige meer van Mut in Tanis. Zijn prenomen is hier geschreven zonder de sikkel-hiëroglief, zoals alleen gebeurde in de prenomen van Osorkon III in de Osiris-heqa-djet-kapel in Karnak. 42 Ook de spelling Osorkonu, met een extra u, komt alleen voor bij Osorkon III in deze kapel. Dodson vindt het niet kloppen dat Osorkon III in de kapel de bijnaam Si-Ese heeft en Osorkonu niet. Een pagina eerder schrijft hij daarentegen dat de steenblokken de archaïsche stijl uit de tijd van dynastie XXV hebben waarbij bijnamen worden weggelaten. 43 Zolang Osorkon vanaf 727 regeerde leefde hij in de tijd dat die stijl gebruikt werd.

Een koning Osorkon wordt vermeld op een aegis, samen met “God’s Mother (cartouche:) King’s Wife, Tadibast”. Meestal wordt gedacht dat zij zijn moeder was, en de moeders van de andere Osorkons heetten anders (Osorkon van XXI: Mehtenweskhet A, Osorkon I: Karamat, Osorkon II: Kapes, Osorkon III: Kamama). Het is daarentegen ook mogelijk dat Tadibast getrouwd was met Osorkon en er een connectie is met Tadibast ii, de vrouw van Shoshenq III en dochter van Tadibast i. 44 Klopt dit, dan was de bedoelde Osorkon opnieuw nummer III. De precieze relatie met Tadibast is onbekend.

De ring van en het reliëf dat Akheperre Setepenamun Osorkon Meryamun noemt zullen van Akheperre Setepenre Osorkon Meryamun uit XXI zijn. De bijnamen Setepenamun en Setepenre zijn namelijk inwisselbaar, zoals blijkt in de verschillende vermeldingen van Pami I. 45 Ook past de stijl van zowel de ring als het reliëf beter in de tijd van XXI’s Osorkon. 41

De Osorkon die in 726 door Piye wordt vermeld, de Shilkanni uit de tijd van Sargon II en de Bijbelse koning So van Egypte zijn in een herziene chronologie zoals gezegd vermeldingen van Osorkon III. Van Osorkon IV blijft daarom niets anders over dan een poging om een in mijn ogen verkeerde chronologie te redden. Daar wil ik niet over oordelen, want ik heb het ook regelmatig fout.

Apis-stier

In jaar 2 van Pami I (714/3) stierf een Apis-stier, wiens dood ook gedateerd is op een anoniem jaar 11+x. In zowel mijn chronologie als die van Ad Thijs is 714/3 jaar 14 van Osorkon III. 46

Shepenupet I

Khenemetibamun Shepenupet I
705/4-695/4

Psammus

Volgens Manetho werd Osorcho/Osorthon (Osorkon III) opgevolgd door een zekere Psammus. Psammus krijgt in de vier bewaard gebleven uittreksels telkens 10 jaar:

  • Africanus: Psammus, 10 jaar
  • Eusebius: Psammus, 10 jaar
  • Jerome: Psammus, 10 jaar
  • Book of Sothis: 70. Psammus, 10 jaar

Wie Psammus was is onduidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat Psammus een variant is van Takelot, want de namen van zijn voorgangers zijn duidelijk herkenbaar als een Pedubast en een Osorkon. 47

De naam Psammus kan een verbastering zijn van Shepenupet I Merytmut, een godsvrouw van Amun. Shepenupet kan via een alternatieve spelling ingekort zijn tot Psa-. In het late Egyptisch werd de t regelmatig weggelaten, werd mery- uitgesproken als ma- en was de r veranderd in een glottislag (een stilte in een woord als be’amen). Samen kan dat Psammus zijn. 48 Shepenupet I schreef haar naam in een cartouche, had zowel een prenomen als Horus-naam en was de enige godsvrouw die koninklijke titels aannam, “heer van de Twee Landen” en “heer van verschijningen”. Als koningin wordt ze samen afgebeeld met Osorkon III. In twee scènes wordt ze net als koningen gezoogd door een godin en er is een scène waarin ze gekroond werd. 49 Voor haar datering, als godsvrouw wordt ze afgebeeld in de kapel van Osiris Heqa-Djet in Karnak, samen met Osorkon III (727-699) en Takelot III (705/4-691). Haar opvolgster, Amenirdis I, wordt net als Shebitku (712-704) afgebeeld in de buitenste hal van die kapel. 50

Shepenupet I werd dus als godsvrouw opgevolgd door Amenirdis I in 705/4. Haar koningschap kan dan gedateerd worden op 705/4-695/4, tegelijk met haar broer.

Takelot III

Usermaatre Setepenamun Takelot III Meryamun Si-Ese Netjerheqawaset
14 oktober 705/ca. september 704-691

Datering

Nile Level Record no. 13 is gedateerd op zowel jaar 28 van Osorkon III als jaar 5 van Takelot III. 35 Uit de datering van Shoshenq VII, waarvoor zie onder, blijkt dat dit alleen de vloed van het jaar 700 kan zijn. Takelot kwam dus op de troon tussen ongeveer september, de tijd van de hoogste vloed, in 705 en 704.

Takelots hoogst gevonden jaar is 14 (692/1 of 691/0). Dit wordt soms toegeschreven aan Takelot II, wat alleen mogelijk is in de (te lange) standaardchronologie; zie hier voor de redenen om het in een ingekorte chronologie aan Takelot III toe te schrijven. Voor 691 als zijn sterfjaar, zie onder, Shoshenq VII.

In I shemu in jaar 7 van Usermaatre Setepenamun Takelot (III) werden twee priester gewijd. Een dagnummer wordt beide keren niet genoemd. 51 Krauss denkt dat in zulke gevallen dag 1 bedoeld wordt en dat het niet per se gaat om een dag van nieuwe maan. 52 Het zal 12 oktober 698 zijn geweest, een dag voor nieuwe maan. De maan was dan een dag eerder al onzichtbaar. Als dit klopt kan Takelots kroning geplaatst worden tussen I shemu 2, 14 oktober 705, en I shemu 1, 13 oktober 704, wat perfect aansluit bij de data van de Nile Level Records. Ik neem daarom aan dat dit klopt.

Een andere nieuwemaansdatum is mogelijk ook van hem. Op I shemu 22[+x] in een jaar 10 werd een priester gewijd; de namen van priester èn farao zijn helaas verdwenen. 53 Wel duidelijk is dat deze nieuwe maan op of na dag 22 in I shemu viel. Dan blijven er slechts twee mogelijkheden over: 22 november 756, I shemu 28 in jaar 10 van Pedubast I, en 8 november 695, I shemu 29 in jaar 10 van Takelot III. Een keuze is helaas niet te maken.

De nieuwe maan van I shemu 22[+x] uit een jaar 10 is mogelijk van hem, en dan I shemu 29, 8 november 695. Maar zie Pedubast I (766/5-741/0), wiens regering ook een mogelijkheid is.

Tegelijk met de Cusjieten

Wadjtawy was zowel Takelots Horus-, Nebty- als Gouden Horus-naam. Shabaka (704-690) had voor deze drie ook dezelfde naam, Sebaqtawy, en eenzelfde prenomen als Takelot. Ze lijken dus in dezelfde tijd te hebben geregeerd. 54

Takelots jaar 13 (692/1) wordt vermeld op de Amheida Stela en noemt als hoofd van de Shamain Nesdjehuty. Deze man komt als opperhoofd van de Shamain voor op de Lesser Dakhla Stela uit jaar 24 van Piye (720/19). 54 Takelot en Piye kunnen dus niet te lang na elkaar hebben geregeerd.

In de Osiris-heqa-djet-kapel in Karnak wordt Takelot III afgebeeld met een korte kilt met brede plooien. Hij heeft daar brede schouders, een driehoekige torso, een heel smal middel en lange benen. Dat past beter bij de stijl van de afbeeldingen van Shabaka en Shebitku uit XXV, dan afbeeldingen van Iuput, Tefnakht, Bakenranef en Taharqa; zij kregen een laag middel en korte benen. 55

Voordat Takelot gekroond werd was hij hogepriester van Amun. Door de chronologie in te korten en hem 70 jaar later te plaatsen dan de standaardchronologie, wordt een van de grootste problemen van die chronologie opgelost: wat er gebeurde met dit hogepriesterschap nadat hij gekroond werd. 56 De enig bekende hogepriester uit deze tijd, een zekere Osorkon F, wordt alleen genoemd op twee monumenten van zijn nakomelingen. 57 De volgende met zekerheid bekende hogepriester van Amun in Thebe was Haremakhet, een zoon van Shabaka die diende onder Taharqa (690-664) en Tantamani (664-656). Haremakhets zoon Harkhebi was hogepriester in jaar 9 en 14 van Psamtik I (656/5 en 651/0). 58 Als Osorkon F hogepriester was in de tijd van Takelot III en de laatste gedateerd kan worden zoals ik doe, verdwijnt elke mogelijkheid voor een “lege” periode tussen Takelot III en Taharqa.

Rudamun

Usermaatre Setepenre Rudamun Meryamun
691-689

Deze zoon van Osorkon III komt maar weinig voor. Er is niks gedateerd op zijn regering. 59 Kenneth Kitchen geeft hem 3 jaar op basis van zijn chronologie. 60 Zijn precieze jaartallen hier zijn een gevolg van zijn vaders datering en die van zijn opvolger, Shoshenq VII. Voor de details, zie Shoshenq VII.

Peftjauawybast

Rudamuns dochter Irbastwedjanefu trouwde met Neferkare Peftjauawybast, koning van Nen-nesut (Heracleopolis Magna). Peftjauawybast hoort bij geen enkele dynastie en door zijn huwelijk met Rudamuns dochter wordt dan meestal ook gedacht dat hij jonger was dan zijn schoonvader. 61 In mijn chronologie regeerde de schoonzoon een kwart eeuw eerder. Hij onderwierp zich namelijk aan Piye in 726.

Voor het huwelijk bestaan twee bronnen. De eerste is een genealogie op een fragment van de doodskist van [Pediamun]nebnesuttawy of een van zijn nakomelingen; zijn moeder …b…h‘‘ was de dochter van Peftjauaywybast en Irbastwedjanefu, de dochter van Rudamun. Volgens de tekst op de doodskist van Sopdet was zij de dochter was van Peftjauawybast en Irbastwedjanefu, de dochter van Rudamun. 62 Het verschil tussen Peftjauaywybast in 726 en Rudamun in 691-689 is ruim 25 jaar. Als Rudamun al op leeftijd was toen hij koning werd is het mogelijk dat Irbastwedjanefu trouwde met een man van haar vaders leeftijd. Haar dochter kan rond 720 zijn geboren en was in 691 dan slechts 30. Ze kan makkelijk haar opa hebben overleefd om hem uiteindelijk als koning te kunnen vermelden.

Van Peftjauawybast is een jaar 10 gevonden op een donatiestela. 63 Morkot en James identificeren hem met Peftjauawybast, de hogepriester van Memphis die wordt vermeld in jaar 28 van Shoshenq III (739/8). In de standaardchronologie is dat onmogelijk, maar in een ingekorte chronologie past dat. In plaats van gestorven te zijn voordat zijn broer Harsiese als hogepriester wordt vermeld in jaar 2 van Pami (714/3) legde hij dan zijn ambt neer om koning te worden. Datzelfde deden Osorkon III en Takelot III. 64 Peftjauawybasts troonsbestijging is dan te dateren tussen 739-726.

Shoshenq VII

Hedjkheperre Setepenre Shoshenq VII Meryamun Si-Ese
689-665/4

Een alternatief nummer voor hem is VIa.

Shoshenqs jaar 5 komt voor in de Nile Level Record no. 3. Hij heeft dezelfde prenomen en bijna dezelfde nomen als Shoshenq I en IV, maar kan geen van beide zijn. Hij wordt namelijk Si-Ese genoemd, de bijnaam van koningen van Boven-Egypte; Shoshenq I heeft deze bijnaam niet en Shoshenq IV heet Si-Bast, de bijnaam van koningen van Beneden-Egypte. Dat, samen met de plaatsing van no. 3 op de kade en de gebruikte spelling van het woord ḥ‘pj (Hapi, de god van de Nijl), leidde Gerard Broekman tot de conclusie dat dit jaar 5 niet van Shoshenq I of IV is, maar van een latere koning van Boven-Egypte. 65

Nile Level Record no. 45 is waarschijnlijk ook van hem. Hierin wordt een jaar 17, 18 of 25 vermeld van een koning met Meryamun in zijn nomen. De structuur van no. 45 lijkt het meest op de Records uit dynastieën XXII en XXIII, vooral op die van Shoshenq VII. Voor zover bekend misten andere koningen uit deze tijd de bijnaam Meryamun. 66

Shoshenq VII lijkt na Rudamun, de tweede zoon en tweede opvolger van Osorkon III, te hebben geregeerd. Zijn prenomen is namelijk anders dan die van Osorkon en zijn zonen. Ook is Shoshenq afwezig in de kapel van Osiris-heqa-djet in Karnak, die werd gebouwd en gedecoreerd door Osorkon III, zijn dochter Shepenupet I en Takelot III, en waar Rudamun zijn cartouches plaatste. 67 (In deze kapel is Rudamuns naam niet volledig bewaard gebleven, maar de reconstructies [Rud]amun Meryamun en [Rud]amun [Mery]amun is “mit an Sicherhiet grenzender Wahrscheinlichkeit”. 68 ) Ook is het niet logisch als Shoshenq tussen de broers Takelot en Rudamun in kwam. 69 Omdat Shoshenq in tegenstelling tot Iny nog een onoriginele prenomen heeft, plaats ik hem tussen Rudamun en Iny in.

Shoshenq VII in Thebe

Als Broekmans ideeën over Shoshenq VII kloppen regeerde hij voor deze tijd bijzonder lang, terwijl hij maar een paar keer wordt vermeld. Heel opmerkelijk is dat niet, veel koningen uit de Derde Tussenperiode zijn slecht bekend, maar dit is zeker voor Thebe bijzonder weinig. Zelfs Rudamun, die hooguit een paar jaar regeerde, komt regelmatig voor. 59

Een en ander wordt duidelijker door de Nile Level Records uit deze periode:

  • 710 of 709: jaar 3 van Shebitku (712-704)
  • 703 of 702: jaar 2 van Shabaka (704-690)
  • 701 of 700: jaar 4 van Shabaka
  • 685 of 684: jaar 6 van Taharqa (690-664)
  • 684 of 683: jaar 7 van Taharqa
  • 683 of 682: jaar 8 van Taharqa
  • 682 of 681: jaar 9 van Taharqa

In een ingekorte chronologie hoort ook het record van jaar 28 van Osorkon III = jaar 5 van Takelot III, en dat uit jaar 6 van Takelot III, ergens in deze periode thuis. Diodorus Siculus schreef dat de Ethiopiërs iets minder dan 36 jaar heersten in totaal, “not consecutively but with intervals between”. 70 Het is mogelijk dat jaar 6 Taharqa’s eerste jaar in Thebe was. In dat jaar schreef hij dat hij de tempels herbouwde die vervallen waren 71; de Bijbelse koningen deden vergelijkbare dingen meestal aan het begin van hun regering (David in 2 Sam 6, Asa in 2 Kro 14:1-5, Hizkia in 2 Kon 18:1-8). Ook een andere zin uit Taharqa’s tekst doet aan het begin van zijn koningschap denken: “His Majesty (Taharqa) had been requesting an inundation from his father Amon-Re, Lord of the Thrones of the Two Lands (Egypte), to prevent the occurence of famine in his time.” 72 Tussen jaar 4 van Shabaka en jaar 6 van Taharqa is daarom ruimte voor de Records van Osorkon III, Takelot III en het eerste van Shoshenq VII.

Als Record no. 45 ook van Shoshenq VII was, past het alleen als het jaartal 25 was. Taharqa behield de macht over Thebe namelijk tot 671, toen hij voor de Assyriërs uit naar Cusj vluchtte. Bij de opstand van Nekau I (672-664) werd hij teruggeroepen naar Egypte, maar toen de Assyrische koning Assurbanipal in 668 deze opstand neersloeg, vluchtte Taharqa uit Egypte “and he was never heard of again.” 73 Ook de periode tussen 671-668 valt af, want toen heerste volgens de Assyriërs burgemeester Mantimeanḫe (Montuemhat) in Thebe. Met jaar 5 van Shoshenq VII in uiterlijk 686 of 685 komen jaar 17 en 18 in uiterlijk 674-672.

Deze wisseling van de macht verklaart waarom Shoshenq VII, ondanks dat zijn jaar 25 in Thebe wordt vermeld, hij er nauwelijks voorkomt: hij moest al snel zijn macht afstaan. Hij kwam alleen even terug na de Cusjitische overheersing.

Datering van Shoshenq VII

De vloed uit Shoshenq VII’s jaar 5 kwam dus voor de vloed uit jaar 6 van Taharqa (685 of 684), en die uit jaar 25 kwam nadat Taharqa definitief was verdreven in 668. Het betekent dat Shoshenq tussen 692-689 werd gekroond, de vloed uit jaar 5 registreerde tussen 688-685 en de vloed uit jaar 25 tussen 668-665. Dat past net. Taharqa’s opvolger Tantamani noemt het begin van zijn koningschap (664) al in Thebe, op zijn ‘dream stela’. 74

Van Takelot III is een jaar 14 bekend. Hij werd opgevolgd door Rudamun, van wie geen dateringen bekend zijn, maar hij wordt weinig vermeld en Kitchen denkt dat hij slechts 3 jaar regeerde. 75 Tussen de vloed uit jaar 4 van Shabaka, 701 of 700, en die uit jaar 6 van Taharqa, 685 of 684, moet dus tijd zijn voor de jaren 5-14 van Takelot III, Rudamun en de eerste 5 jaar van Shoshenq VII. Dat past alleen als de vloed uit Takelot III jaar 5 die van 700 was en de vloed van Shoshenq VII jaar 5 die van 685. Takelots dood kan daarom geplaatst worden in 691, Rudamuns regering in 691-689 en Shoshenqs kroning in 689. De vloed uit zijn jaar 25 kwam nu in 665, vlak voor Tantamani’s kroning.

Shoshenq zal tussen 665/4 gestorven zijn; zie onder.

Andere vermeldingen

Een jaar 4 van een Shoshenq Meryamun, dat vermeld wordt op het dak van de tempel van Khonsu in Karnak, past het beste bij hem. Zie onder, bij Iny.

Minstens tussen 684-668 had Shoshenq VII geen macht in Thebe. De Assyriërs kennen in 671-668 maar één koning Shoshenq, die ze Susinqu, koning van Puširu (Busiris), noemen. Dit moet Shoshenq VII wel zijn. Het verklaart waar hij in de tussentijd regeerde.

Hij is vermoedelijk de koning van Boven- en Beneden-Egypte, Shoshenq, die vermeld wordt als tijdgenoot van Pedubast III.

Iny

Menkheperre Iny Si-Ese Meryamun
665/4-660

Op stela Louvre C. 100 wordt Iny afgebeeld met zijn dochter, Mutirdis; zijn Horus-naam is hier Ḥr sm3 t3wy, “Horus verenigend de Twee Landen”. Deze stela kan worden gedateerd op de vroege dynastie XXV. In tegenstelling tot alle koningen uit de Derde Tussenperiode, inclusief degenen die elkaar bevochten, onderging zijn nagedachtenis damnatio memoriae. 76 Iny’s jaar 5 wordt vermeld in een graffiti van een priester op het dak van de tempel van Khonsu in Karnak. Als je dat combineert met twee andere graffiti’s waarin familie van deze priester wordt genoemd, blijkt dat Iny twee generaties na een jaar 4 van een Shoshenq Meryamun leefde. 77 Samen geven ze namelijk de volgende genealogie:

Iny werd Si-Ese genoemd, de bijnaam van de koningen van deze dynastie. Ook wordt hij net als zij vermeld in Thebe. Zijn prenomen, Menkheperre, is voor deze periode origineel, maar direct gekopieerd van Thutmose III (1229-1175). Hij leefde dus na het opkomen van de archaïsche stijl die ontwikkeld werd in de tijd van Osorkon III (727-699/8). Deze stijl bevat onder andere een simpele titulatuur zonder bijnamen 78.

Shoshenq Meryamun was volgens Jacquet-Gordon waarschijnlijk Shoshenq III, en jaar 4 wordt dan 763/2. Met een datering van Iny aan het begin van XXV, ofwel 726-ca.690, is dat een logische keuze. Daarentegen werd Thebe in die periode geregeerd door Osorkon III en zijn twee zonen. Zij werden opgevolgd door Shoshenq VII, wiens bestaan nog niet bekend was toen Jacquet-Gordon Shoshenq Meryamun identificeerde. Omdat Iny in tegenstelling tot hen een prenomen zonder bijnamen had identificeer ik Shoshenq Meryamun met Shoshenq VII en plaats Iny aan het eind van de dynastie. Het betekent dat op Iny’s stela een stijl werd gebruikt die al uit de mode was, maar geeft een logische reden voor de damnatio memoriae.

Manetho’s Zet

Van Manetho’s kopiïsten noemt alleen Africanus een opvolger van Psammus: een zekere Zet, met 31 (variant, 34) jaar.

Zet is volledig onbekend. Er werd onder andere gedacht dat hij Sethon was, een priester van Ptah genoemd door Herodotus (Histories, boek II, 141), wat hem na Shabaka plaatst, maar dat is te laat. Volgens Petrie is het mogelijk dat het, in een periode toen Egypte bijzonder verdeeld was, 31 jaar lang niet duidelijk wie de belangrijkste heerser was. Manetho schreef dan Ζητείται, “A question (remians) about thirty-one years” of “Query”, of misschien een andere vergelijkbare afleiding van Ζητέω, “I search after.” In een manuscript kan dat worden afgekort tot Ζητ. 79 Omdat er geen koningsnaam te vinden is die op Zet lijkt, neem ik aan dat Petrie gelijk heeft.

Deze 31 jaar zijn te kort voor de periode na de dood van Psammus in 695/4. Shoshenq VII was zo’n 30 jaar later nog in leven, in 665, en daar moet Iny’s minstens 4-jarige regering bij worden geteld. Ik denk dat de 31 jaar beginnen met de dood van Takelot III in 691. Hij werd niet zoals normaal opgevolgd door een zoon, hij had er minstens drie 80, maar door een broer, Rudamun, en twee koningen waarvan de afkomst onbekend is. Tussen 691-660 is precies ruimte voor Rudamun (691-689), Shoshenq V (689-minstens 665) en Iny (minstens tot in jaar 5). Iny’s regering is daarom te plaatsen in 665/4-660.

Het einde van de dynastie

Het einde van de dynastie wordt vermoedelijk beschreven door Diodorus Siculus. Volgens hem handelde Psammetichus (Psamtik I, 664-610) met de Feniciërs en Grieken, waardoor hij rijk werd en op vriendelijke voet stond met volken en heersers van buiten Egypte. Dit was de reden waarom de andere 11 koningen van Egypte jaloers werden en oorlog tegen hem voerden. Met dank aan huursoldaten uit Carië en Ionië overwon Psammetichus hen in de stad Momemphis; sommige koningen sneuvelden, anderen werden verdreven naar Libië, en waren geen partij meer voor hem. 81

laatste wijzigingen:
26 februari 2023: Osorkon III is degene die in Tanis wordt vermeld, niet Osorkon IV
31 juli 2023: nieuwe datering van Iny. Osorkon IV is een verdubbeling van Osorkon III. Osorkon III was niet hogepriester van Amun Osorkon F, die te dateren is op het eind van de 8e eeuw, want hij was toen al gekroond.
5 augustus 2023: herziening van Iny’s datering. Nieuwe verklaring van de 19 jaar die The Old Chronicle voor XXIII heeft.
18 augustus 2023: de ring en het reliëf van Osorkon “IV” zijn in een stijl uit dynastie XXI
22 augustus 2023: identificatie van Iuput I met Iuput II. Fout in de omrekening van Pedubast I’s kroningsperiode naar de Juliaanse datums hersteld.
3 januari 2024: datering van Shoshenq VII verfijnd en op deze pagina gezet, waar het hoort
6 januari 2024: Rudamuns vermelding in de kapel van Osiris-heqa-djet is waarschijnlijk, niet zeker. Verplaatsing van Peftjauawybasts gegevens naar deze post. Iny’s datering aangesloten op die van Shoshenq VII.
25 april 2024: nieuwe identificaties van Psammus en Zet met de opvolgers van Osorkon III. Identificaties met Shepenupet I en Piye 82 losgelaten en vervangen door een uitleg die me meer zint, want Zet hoorde bij XXIII en niet bij XV. Bovendien passen die identificaties alleen in de (te lange) standaardchronologie; in een ingekorte chronologie waren Osorkon III, Shepenupet I en Piye tijdgenoten.
26 april 2024: datering van Osorkon III op deze pagina gezet, waar hij hoort. Een paar kleine fouten in zijn datering en die van Takelot III verbeterd.
10 mei 2024: chronologie van Osorkon III en zijn opvolgers herschreven, maar met dezelfde conclusies. Het uitgangspunt van hun dateringen is nu Shoshenq VII in combinatie met de Nile Level Records. Shepenupet I teruggezet als identificatie met Psammus, want zij is de enige optie. Shoshenq VIII (Wasneterre) weggezet als losse opmerking bij Shoshenq III.
12 mei 2024: nieuwe datering Pedubast I
13-14 mei 2024: herziene datering Harsiese, Iuput I/II en Shoshenq VI
27 mei 2024: Harsiese was alleen gedateerd op “tweede kwart 8e eeuw”. Dat is nu aangepast met een vermoeden naar 776/5-760/59.
11 juni 2024: Pedubast Si-Bast lijkt toch dezelfde te zijn als Pedubast Si-Ese
14 juni 2024: toegevoegd aan de inleiding de alinea over de laatste koningen

  1. Rama[]
  2. TIP, § 78[]
  3. AEC, p. 241[]
  4. TIP, § 159[]
  5. AEC, p. 241, voetnoot 64[]
  6. Royal Families, p. 215[]
  7. AEC, p. 242-243[]
  8. Royal Families, p. 224[]
  9. Morkot en James (2009), p. 24[][]
  10. Thijs (2010), p. 172[][][]
  11. Ritner (2009), p. 363, met voetnoot 20 op p. 376[]
  12. Thijs (2010), p. 180-182[]
  13. Ritner (2009), p. 354[]
  14. Krauss (2015), p. 338[][]
  15. Ritner (2009), p. 371-372[]
  16. TIP, § 294[]
  17. AEC, p. 250[]
  18. Ritner (2009), p. 37[]
  19. AEC, p. 248-249[]
  20. Karnak Priestly Annals, fragment 1, Ritner (2009), p. 48[]
  21. Karnak Priestly Annals, fragment 2, Ritner (2009), p. 49[]
  22. AEC, p. 250, 252[]
  23. Dan’el Kahn, A problem of Pedubasts? in Antiguo Oriente 4 (2006), p. 27-28[]
  24. AEC, p. 248[]
  25. Kahn, op. cit., p. 31-32[]
  26. Marsha Hill en Deborah Schorsch, The Gulbenkian Torso of King Pedubaste: Investigations into Egypt Large Bronze Statuary, in Metropolitan Museum Journal, vol. 40, Essays in Memory of John M. Brealy (2005), p. 166-167[]
  27. Ritner (2009), p. 38[]
  28. Jacquet-Gordon (2003), p. 84-85[]
  29. TIP, § 98[][]
  30. TIP, Table 22[]
  31. Jacquet-Gordon (2004), p. 40-41[]
  32. Gerard P. F. Broekman, The Nile Level Records of the Twenty-Second and Twenty-Third Dynasties in Karnak: A Reconsideration of Their Chronological Order, in The Journal of Egyptian Archaeology, Vol. 88 (2002), p. 174[]
  33. TIP, § 99, 303. Shoshenq VI is Kitchens Shoshenq IV, zie zijn prenomen in TIP, § 66[]
  34. Ritner (2009), p. 53[][]
  35. Ritner (2009), p. 39-40[][]
  36. Ritner (2009), p. 40[]
  37. Ryholt (2004), p. 502-504, met voetnoot 82[]
  38. TIP, § 92[]
  39. Aidan Dodson, Chapter One, The Coming of the Kushites and the Identity of Osorkon IV, in Thebes in the First Millennium BC (2014), p. 6-10[]
  40. TIP, § 115, en RINAP, teksten Sargon II 063 en 082[]
  41. Aidan Dodson, Chapter One, The Coming of the Kushites and the Identity of Osorkon IV, in Thebes in the First Millennium BC (2014), p. 6[][]
  42. Robert M. Porter, Osorkon III of Tanis: the contemporary of Piye? in Göttinger Miszellen 230 (2011), p. 111-112[]
  43. Aidan Dodson, Chapter One, The Coming of the Kushites and the Identity of Osorkon IV, in Thebes in the First Millennium BC (2014), p. 8-9[]
  44. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 35, met voetnoot 22[]
  45. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 33-34[]
  46. Thijs (2011), p. 50[]
  47. David A. Aston, Takeloth II, A King of the Herakleopolitan/Theban Twenty-Third Dynasty Revisited: The Chronology of Dynasties 22 and 23, in The Libyan Period in Egypt, Historical and Cultural Studies into the 21th-24th Dynasties: Proceedings of a Conference at Leiden University, 25-27 October 2007 (2009), p. 13[]
  48. Matthew J. Adams, Manetho’s Twenty-third Dynasty and the Legitimization of Kushite Rule over Egypt, in Antiguo Oriente, Volumen 9, Volumen en honor de Alicia Daneri Rodrigo con motivo de su retiro (2011), p. 38[]
  49. Adams, op. cit., p. 29[]
  50. Robert G. Morkot, The Late-Libyan and Kushite God’s Wives. Historical and Art-historical Questions, in “Prayer and Power”, Proceedings of the Conference on the God’s Wives of Amun in Egypt during the First Millennium BC (2016), p. 111-112[]
  51. Ritner (2009), p. 12, 14[]
  52. Krauss (2015), p. 363-364[]
  53. Karnak Priestly Annals, fragment 38, Ritner (2009), p. 61[]
  54. Morkot en James (2009), p. 22[][]
  55. Morkot en James (2009), p. 23[]
  56. TIP, § 201[]
  57. TIP, 1986 supplement, § 485[]
  58. TIP, § 157[]
  59. TIP, § 101[][]
  60. TIP, § 450, supplement 1986[]
  61. Morkot en James (2009), p. 17[]
  62. Claus Jurman, Die Namen des Rudjamun in der Kapelle des Osiris-Hekadjet. Bemerkungen zu Titulaturen der 3. Zwischenzeit und dem Wadi Gasus-Graffito, in Göttinger Miszellen 210 (2006), p. 71, 73, aangevuld met de naam van Irbastwedjanefu’s dochter en de transcriptie van de namen in Morkot en James (2009), p. 15[]
  63. Morkot en James (2009), p. 15[]
  64. Morkot en James (2009), p. 20[]
  65. Gerard P. F. Broekman, The Chronological Position of King Shoshenq Mentioned in Nile Level Record No. 3 on the Quay Wall of the Great Temple of Amun at Karnak, in Studien zur Altägyptischen Kultur, Bd. 33 (2005), p. 75-76[]
  66. Broekman, op. cit., p. 86-88[]
  67. Broekman, op. cit., p. 81-82[]
  68. Claus Jurman, Die Namen des Rudjamun in der Kapelle des Osiris-Hekadjet. Bemerkungen zu Titulaturen der 3. Zwischenzeit und dem Wadi Gasus-Graffito, in Göttinger Miszellen 210 (2006), p. 70, 76-77[]
  69. Broekman, op. cit., p. 88-89[]
  70. Diodorus Siculus, Library of History, boek I, 44.2[]
  71. Ritner (2009), p. 542-543[]
  72. Ritner (2009), p. 543[]
  73. ANET, p. 294-295[]
  74. TIP, § 139[]
  75. TIP, § 322, met Table 3 op p. 467[]
  76. Gerard P. F. Broekman, The Chronological Position of King Shoshenq Mentioned in Nile Level Record No. 3 on the Quay Wall of the Great Temple of Amun at Karnak, in Studien zur Altägyptischen Kultur, Bd. 33 (2005), p. 84[]
  77. Jacquet-Gordon (2004), p. 49 (no. 126) en 55-56 (no. 145-148) []
  78. Robert Morkot en Peter James, Dead-reckoning the Start of the 22nd Dynasty: from Shoshenq V back to Shoshenq I, in Solomon and Shishak (2015): BICANE Colloquium (Cambridge 2011), p. 33[]
  79. William Matthew Flinders Petrie, The mysterious Zêt, in Ancient Egypt Part I (1914), p. 32[]
  80. Royal Families, p. 226-227[]
  81. Diodorus Siculus, Library of History, boek I, 66.9-12[]
  82. Matthew J. Adams, Manetho’s Twenty-third Dynasty and the Legitimization of Kushite Rule over Egypt, in Antiguo Oriente, Volumen 9, Volumen en honor de Alicia Daneri Rodrigo con motivo de su retiro (2011), p. 19-46[]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *