Categorieën
2. Oude Rijk Aartsvaders

Jozef als Imhotep?

Jozef brengt zijn broers en vader naar farao (1896 n.Chr.) 1

Inleiding

In een eerdere post bleek dat Jozef uitstekend te plaatsen is in dynastie III of het eind van II, mogelijk onder Djoser. Ik ben niet de enige die hem in die tijd plaatst. Wel ben ik voor zover ik weet de enige die dat deed op basis van Genesis 47 en zijn schoonvader.

Veel revisionisten denken dat Jozef Imhotep is, de vizier van Djoser. Dat gebeurt vooral op basis van de hongersnoodstela, waarin het eind van een 7-jarige hongersnood onder Djoser wordt beschreven. Dat klinkt op zich logisch; zowel Imhotep als dromenuitleg worden hierin genoemd. Deze stela is alleen nogal omstreden. Hij komt namelijk niet uit Djosers regering, maar uit jaar 18 van Ptolemaeus V (187/6). 2 Ook de meeste andere redenen om Imhotep met Jozef te identificeren zijn, hoe goed bedoeld ook, vaak het gevolg van aannames. Mijn excuses voor de agressieve en vooringenomen toon in de link.

Los van de hongersnoodstela en de andere argumenten is het, omdat Jozef ook naar mijn idee in Djosers tijd leefde, de moeite waard om te kijken of hij Imhotep kan zijn. Er is namelijk genoeg van beide bekend om daar iets over te zeggen. Ik wil dat graag zorgvuldig doen, dus het is een nogal lange post geworden. De hongersnoodstela wordt hier nog even genegeerd.

Titels (1)

Uit deze heel vroege tijden is maar weinig bewaard gebleven; dat geldt ook voor Imhotep. Een van de weinige vermeldingen uit zijn eigen tijd is op een standbeeld van Djoser, dat gevonden is in de trappenpiramide in Saqqara. De tekst op het beeld noemt Djoser bij zijn Horus-naam: “Horus Netjerychet. The twin (?) of the king of Lower Egypt. The seal-bearer of the king of Lower Egypt, first under the king, administrator of the great estate/mansion, iry pat, great seer, controller of sculptors, Imhotep, maker of stone vessels (?).” 3 iry pat kan volgens Wolfram Grajetzki het beste worden vertaald met “lid van de elite”. Deze titel werd alleen gegeven aan een kleine groep mensen rondom de koning, of aan de hoogste ambtenaren in de provincies. 4

Op de laatste twee titels na is dit ook een manier om Jozefs functies te omschrijven. Hij droeg het zegel van de farao (Gen 41:42), was de eerste onder de koning (Gen 41:40, 44), een administrateur (Gen 41:48-49) en ging over de steden (Gen 41:48, 47:21), waar mogelijk de ḥwts en ḥwt-‘3ts mee worden bedoeld, centra voor onder andere landbouw en administratie van de koningen van het Oude Rijk. Door zijn huwelijk werd hij een iry pat (Gen 41:45) en hij hoorde bij de hoogste ambtenaren; hij kreeg de enorme taak op zich om Egypte voor te bereiden op de komende hongersnood (Gen 41:46-49) 5. wr m3, “grote ziener”, daarentegen was de titel van de hogepriester van Ra in Heliopolis, het Bijbelse On, waar Jozefs schoonvader priester was (Gen 41:45, 50); prins Rahotep, aan het begin van dynastie IV, was, vollediger, wr m3 Ỉwnw (grote ziener van Iunu, ofwel Heliopolis). 6 Dat zou een serieuze reden zijn om Imhotep juist niet met Jozef te identificeren, als het niet zo was dat dit in de tijd voor dynastie VI geen echte priesterlijke titel lijkt te zijn, maar een administratieve. 7 Dat is niet uniek. In het Middenrijk was iemand met de titel ḫrp ns.ty hogepriester van Thoth in al-Ashmūnayn, maar oorspronkelijk was het alleen een administratieve functie. 8

Imhoteps laatste twee titels zijn niet van Jozef bekend. Als Jozef ze al had is dat niet heel verrassend; de Bijbel beschrijft hem vanaf de tijd dat de farao hem aanstelde als vizier, vooral als het gaat over de hongersnood en Gods plan om Jakobs familie daarvan te redden (Gen 45:5). Wat hij verder deed blijft in nevelen gehuld. In die zin is hij vergelijkbaar met de koningen van Juda en Israël, van wie vooral of alleen hun al dan niet aanwezige relatie met God wordt besproken.

Dat Imhotep genoemd wordt op een standbeeld van de koning is een bijzonder privilege; volgens Miroslav Bárta kan hij beschouwd zijn als een lid van de koninklijke familie. 2 Toen de farao hoorde dat Jozefs broers naar Egypte waren gekomen, “was het goed in de ogen van de farao” (Gen 45:16). Jozef was “als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en als heerser over heel het land Egypte.” (Gen 45:8) De titel “vader van de god (farao)” kan betekenen dat iemand lid was van de koninklijke familie of een priester; in ieder geval in het Nieuwe Rijk was het ook een titel van de leraar van een koningszoon. 9 De titel gaat dan over Jozefs persoonlijke band met de farao, die, als hij Imhotep is, geïmpliceerd wordt door zijn vermelding op Djosers standbeeld.

Architect

Volgens latere Egyptenaren was Imhotep de uitvinder van het bouwen met gehouwen stenen. Hij werd gezien als wiskundige, wetenschapper, ingenieur en architect. In zijn opdracht werd de piramide van Djoser gebouwd, de allereerste piramide uit de Egyptische geschiedenis. Uit Djosers tijd komen bovendien de oudst bekende stenen zuilen èn de oudst bekende bouwwerken van gehouwen stenen. 10

Het is mogelijk dat Jozef een architect was. Zoals in de link uit de inleiding staat wordt Jozef gezien als de bouwer van de graanschuren (Gen 41:48), maar deze opslagplaatsen bestonden al toen Djoser en Imhotep aan de macht kwamen; zie hier. Volgens James Strickling is het mogelijk dat Jozef bouwprojecten startte om de Egyptenaren bezig te houden, in de zeven jaren waarin het zinloos was om te landbouwen. Er wordt gedacht dat veel van het werk aan de grote bouwprojecten in Egypte gedaan werd in de tijd van het jaar dat er niet gelandbouwd werd. De bouw van de piramides was dan een manier om de economie te onderhouden. De administrateurs na hem kunnen dat idee van hem hebben overgenomen. 5 Dat is allemaal mogelijk, maar dat maakt het nog niet bewezen, en is daarom geen bepalende factor.

Beker

Jozef had een zilveren beker, waarover hij tegen zijn broers liet zeggen: “Is dit niet de beker waaruit mijn heer drinkt en waarmee hij dingen met zekerheid kan waarnemen?” (Gen 44:4-5) Toen hij met zijn broers sprak, zei hij: “Weet u niet dat een man als ik zoiets met zekerheid kan waarnemen?” (Gen 44:15) Het is niet bekend of hij die beker daar ook voor gebruikte; hij zegt het alleen. Josephus schrijft alleen dat Jozef er graag uit dronk. 11 Het Hebreeuwse woord voor beker, gabia, betekent ook kom.

Imhotep werd later vereerd als een god. In een tombe uit Thebe uit de tijd van Amenhotep III (1142-1105) komt deze tekst voor de eigenaar van de tombe: “The wab-priest may give offerings to your ka (ziel). The wab-priests may stretch to you their arms with liberations on the soil, as it is done for Imhotep with the remains of the water bowl.” Imhotep kreeg dit vaker geofferd, volgens de aanroep die vaak geschreven werd op de papyrusrol op zijn standbeelden uit de Late Periode: “Water from the water-pot of every scribe for your ka, O Imhotep.” 12

Imhotep, zoals hij meestal werd afgebeeld, zittend met een rol papyrus op zijn schoot 13

Vader

Imhoteps familie is, om het zacht te zeggen, niet de makkelijkste om te researchen. Op internet worden verschillende namen genoemd, er staan twee namen voor zijn vader en het is onduidelijk of Renpetneferet zijn zus of vrouw was. Een bron erbij zoeken is me dan ook niet altijd gelukt. Vandaar dat elk van de familieleden – vader, moeder en Renpetneferet – een eigen gedeelte op deze pagina heeft.

Als vader van Imhotep wordt al minstens sinds het Nieuwe Rijk de Egyptische god Ptah genoemd. 2 Toch duikt op internet soms een zekere architect Kanefer, ook Kanofer, op als vader. De eerste bron die ik over hem kon vinden kwam uit 1926, van J.B. Hurry, en daarin 14 wordt verwezen naar de genealogie van de architecten van Khnemibre. Khnemibre leefde in jaar 26 van Darius I (496/5) en noemt volgens Karl Jansen-Winkeln maar liefst 22 voorvaderen, waarvan generatie 22 de vizier Rahotep van Ramses II (1043-977) is. Van de andere 21 voorouders kunnen er slechts twee worden geplaatst. Generatie 15, Amenhorpamesha, heeft het type naam en een verzameling titels die past bij dynastie XXI, en generatie 12, Horemsaf, wordt waarschijnlijk vermeld in jaar 21 van Shoshenq I (799/7). 15 Maar geen van deze 22 voorvaderen heet Imhotep of Kanefer.

Wanneer je een volledige publicatie van Khnemibres genealogie erbij haalt blijkt dat Jansen-Winkeln het laatste deel van de genealogie negeert. Rahotep was bovendien niet Imhoteps zoon, Khnemibre vergeleek alleen Rahoteps eer met die van Imhotep. 16 De vraag is nu wie van de twee Kanefers zoon was. De tekst kan namelijk op beide manieren gelezen worden 17 en de naam Kanefer komt al voor in het Oude Rijk 18. Naar mijn idee ligt het antwoord in de titels die Khnemibre aan zijn voorouders geeft. Hij noemt ze bijna allemaal zowel vizier als architect, maar zo is alleen Rahotep bekend. Horemsaf wordt vermeld in de tijd van Shoshenq I, maar niet als vizier. 19 Ik denk dat Khnemibre op Rahotep na helemaal niet van die belangrijke voorouders had en hij daarom hun titels heeft overdreven. Hij vergeleek Rahotep met Imhotep, die aanbeden werd als god – letterlijk staat er: “Das Geschrei, der Lärm von ihm (ging) über Imhotep” 20 – en noemde daarna de vader van Rahotep, Kanefer.

Hier hoort een opmerking bij over Rahotep (die ook Parahotep werd genoemd). Onder Ramses II waren er mogelijk twee viziers met die naam; een canopische kruik van Parahotep heeft de naam van de Egyptische god Qebehsenuef, die de gedroogde darmen in de kruik zou beschermen, net als een canopische kruik uit de tombe van de Parahotep uit Abydos. Die kunnen niet van dezelfde persoon zijn. Als er maar één (Pa)rahotep was werd hij ergens na jaar 52 van Ramses II (992/1) hogepriester van Ptah in Memphis, als opvolger van zijn vader Pahemnetjer, en hogepriester van Ra in Heliopolis. 21 De Rahotep uit Khnemibres stamboom had na de vizierstitel de titel hogepriester van Ra in Heliopolis (letterlijk n pr-r‘, van Ra-huis 22 ). Khnemibres stamboom is dan het bewijs dat er twee viziers met de naam (Pa)rahotep waren, waarvan degene die later hogepriester van Ra werd de zoon was van Kanefer.

Terug naar Imhotep. Zijn enig genoemde vader is daarom de god Ptah. Ptah was de god van de handwerkslieden; tijdens het Oude Rijk heette zijn hogepriester de “grote leider van de handwerkslieden”. Vandaar dat Ptah ook een god van de schepping werd en de “beeldhouwer van de aarde” heette. 23 Het kan te maken hebben met Imhoteps titel “opzichter van beeldhouwers” en zegt dan mogelijk alleen dat Imhoteps kennis die hij gebruikte bij het bouwen van Djosers piramide, bij Ptah vandaan kwam.

Titels (2)

Meer titels van Imhotep staan dus in de stamboom van Khnemibre, uit jaar 26 van Darius I (496/5). Volgens hem was Imhotep “chief architect of Upper and Lower Egypt, mayor, vizier and chief lector-priest of the king of Upper and Lower Egypt, Djoser”. 24 Over vizier is in ieder geval geen twijfel.

Khnemibre had gelijk over de titels van Rahotep, met wie Imhotep vergeleken werd. Het is een andere vraag of hij gelijk heeft over de titels van iemand die ook in mijn ingekorte chronologie nog eens 850 jaar eerder leefde. Er wordt gezegd dat Jozef een bouwer was, maar over het enige wat ik daarover kon vinden bij de revisionisten die hem identificeren met Imhotep, zijn de steden waar tijdens de 7 jaar overvloed het graan werd opgeslagen (Gen 41:48). Maar dit vers zegt alleen dat de steden toen al klaar stonden om gebruikt te worden en kennelijk al bestonden. Dat Imhotep de hoofdarchitect van Boven- en Beneden-Egypte was zal gaan over Djosers piramide.

Er zijn weinig bronnen over burgemeesters, maar in Wahsut, de stad bij de tombe van Senusret III (1537-1499) in Abydos, was de burgemeester verantwoordelijk voor zijn eigen stad, en mogelijk ook het platteland en de landgoederen die daarbij hoorden. In Abydos zat alweer een andere burgemeester. 25 God had Jozef “aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en als heerser over heel het land Egypte.” (Gen 45:8) Het is mogelijk dat hij burgemeester van de hoofdstad was, burgemeester Montemhat van Thebe werd door de Assyriërs geteld onder de heersers van Egypte, maar dat is voor Jozef speculatie en daarom geen argument.

Een lectorpriester speelde een rol in de verering van een mens na de dood. Zijn taak was vooral symbolisch: hij liet de overledene overgaan in een 3ḫ-geest door de “manipulatie van hiërogliefen”. 26 Het zou betekenen dat Imhotep na Djosers dood de hoogste was onder zijn lectorpriesters. Ik kan me niet indenken dat Jozef, die de God van Abraham, Izak en Jakob aanhing, zoiets deed. In de kelders van Djosers piramide staat op stenen vazen de titel opperlectorpriester, maar de eigenaar van de titel wordt niet genoemd, 27 dus dat kan iedereen zijn. Maar Khnemibre noemde Imhotep wel opperlectorpriester en voor een vergelijking met Jozef brengt me dat bij het volgende punt: astrologie en magie.

Astrologie en magie: Imhotep

In een verhaal dat speelt in de tijd van Nechepsos (Nekau II, 610-595) vertelt een zekere Peteisis dat in de tempel van Heliopolis een astrologische verhandeling ontdekt is; “a fragment(?) of stone fell from the wall to the ground”, waardoor een “shrine of stone” zichtbaar werd. Deze verhandeling was het p3 dm‘ (n) Ỉy-m-ḥtp wr s3 Ptḥ p3 ntr ‘3, “the book of Imhotep the Great, son of Ptah, the great god”. Peteisis wordt door Nechepsos gevraagd om de verhandeling te interpreteren, wat hij succesvol doet; daarna wordt hij beloond voor zijn kennis. 28 Ook in andere verhalen wordt gezegd dat Imhotep astrologische handleidingen schreef. 29

Daarnaast wordt Imhotep in in het Demotisch geschreven verhalen gepresenteerd met de elementen van magiërs. 29 Op een papyrus uit de tempelbibliotheek van Tebtunis, uit de eerste of mogelijk de tweede eeuw n.Chr., staat een verhaal over Imhotep en Djoser waarvan alleen fragmenten bewaard zijn gebleven. Het gaat onder andere over een ontmoeting met een geest en een expeditie naar Assyrië om “de 42 goddelijke ledematen” (van Osiris, nadat hij vermoord was werd zijn lichaam in stukken gehakt en verspreid) te vinden en op te halen. Het Egyptische leger werd geleid door Imhotep, die een duel met magie aangaat met Seshemnefertum, een magiër die aan het hoofd stond van het Assyrische leger. Imhotep noemt haar “my sister Seshemnefertum”, wat betekent dat hij haar van gelijke status ziet. Hoe het duel eindigde is onbekend, maar in een ander fragment onderwerpt de Assyrische koning zich aan Djoser en geeft een tribuut van zilver en goud. 30

Astrologie en magie: Jozef en het jaar 1846

De bovenstaande verhalen zijn wat ingewikkeld om te vergelijken met Jozef, want er staat maar heel weinig in de Bijbel over wat er gebeurde tussen Jakobs dood in 1859 en die van Jozef in 1805 (Gen 50). Er is zelfs maar één punt 1859 en 1805 dat duidelijk geplaatst wordt: het begin van de 400-jarige onderdrukking in Egypte (Gen 15:13), 1846-1446. Dit begon slechts 30 jaar nadat de Israëlieten in Egypte aankwamen in 1876. 1846 lijkt alleen veel te vroeg voor een onderdrukking. Jozef en zijn broers leefden toen nog en de farao van de slavernij kwam pas ruim 250 jaar later. Na de dood van Jozef en zijn generatie werd Israël zelfs machtig (Ex 1:7). Er moet iets gebeurd zijn waardoor vanaf 1846 de sfeer omsloeg. Dit kan niet iets groots zijn geweest zoals de onderdrukkingen in de tijd van de richters, want God liet geen mens toe de aartsvaders te onderdrukken (Ps 105:12-14).

God plaatst de onderdrukking door de Egyptenaren op één hoop met die uit de tijd van de richters (Richt 10:10-16). In die tijd en in de koningstijd was onderdrukking een straf van God voor afgoderij (Richt 2:13-14, 2 Kro 12:5-8, 25:20-22, etc.) en God hielp Israël pas daaruit wanneer ze Hem om hulp riepen (Richt 3:9, 15, 4:3, etc.). Net als tijdens de richters hielp God Israël in Egypte pas toen ze Hem op hulp riepen (Ex 2:23-25). Als in 1846 de sfeer omsloeg is daarom de meest logische gedachte dat het met afgoderij te maken had. En dat is mogelijk; Israëls eerste afgoderij vond plaats in zijn jeugd in Egypte (Ez 23:1-4). Ruim een millennium na 1846 werd Ezechiël door een groep oudsten van Israël gevraagd om de Heer te raadplegen. God zei tegen hem: “Maak hun de gruweldaden van hun vaderen bekend, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Op de dag dat Ik Israël verkoos, hief Ik Mijn hand op voor het nageslacht van het huis van Jakob en in het land Egypte maakte Ik Mij aan hen bekend. Ik hief Mijn hand voor hen op en zei: Ik ben de HEERE, uw God.” (Ez 20:4-5) Met andere woorden, de Israëlieten waren vlak voor de exodus flink van God afgedwaald. Ze zijn in Egypte mogelijk zelfs te herkennen aan hun afgod.

Jozef stierf in 1805, dus de eerste afgoderij in Egypte was dan tijdens zijn leven. Na Jakobs dood in 1859 troostte hij zijn broers “en sprak hij hen naar hun hart” door hen te helpen herinneren dat God het kwaad dat ze hadden gedaan, ten goede had gekeerd (Gen 50:17-21). Aan het eind van zijn leven zei hij tegen zijn broers dat God naar hen zou omzien en ze naar het land zouden gaan dat God had beloofd aan Abraham, Izak en Jakob (Gen 50:24-25). De afgoderij begon dan toen de Israëlieten God nog kenden en stond ernaast, net als in de woestijn (Lev 17:3-7).

Imhoteps occulte kant wordt pas in late bronnen genoemd, maar komt zo vaak voor dat er een reden voor zal zijn. Tijdens het Middenrijk waren de religieuze en aardse administraties nog niet gescheiden; de lokale gouverneurs waren ook verantwoordelijk voor de lokale cultussen. Khnumhotep II, die begraven is in Beni Hassan, was zowel setem-priester en lectorpriester als gouverneur van Menat-Khufu, opzichter van priesters en opzichter van de oostelijke woestijnen. 31 Het is dus mogelijk dat Jozef, door zijn aanstelling tot vizier en een aantal andere functies, wel verplicht werd om tijd te besteden aan de Egyptische goden – als hij Imhotep was in ieder geval als opperlectorpriester. De eerste afgoderij van de Israëlieten in Egypte is dan Jozef die in de dienst voor de farao te ver ging en, ondanks zijn geloof in de ware God, werkte voor de Egyptische godsdienst. Het begin van de 400 jaar onderdrukking in 1846 heeft dan met hem te maken. De enige onderdrukking die ik voor hem kan bedenken is als hij in 1846 uit zijn ambt werd gezet. Na zijn dood in 1805 werden de Israëlieten dan machtig, tot ze in de tijd van Amenemhat I (1590-1561) serieuzer onderdrukt werden.

Dat Jozef God ontrouw was en daarvoor gestraft werd is misschien controversieel, maar het past bij andere delen van de Bijbel. Mozes, met wie God sprak als een vriend (Ex 33:11), mocht omdat hij Hem ontrouw was geweest Kanaän niet binnengaan (Deut 32:50-52). Toen koning Manasse zich overgaf aan afgoderij bracht de Heer de Assyriërs naar Juda, die hem gevangen namen (2 Kro 33:9-11). Het past ook bij een paar Joodse legendes. Jozef kende alle sterren; hij had een kaart van de sterren, waarin hij het verleden, heden en de toekomst kon zien (Jasher 53:18). Benjamin leerde uit die kaart dat Jozef de vizier was met wie hij sprak (Jasher 53:19-21). Jozef zou, toen hij naar Egypte werd afgevoerd, Rachel bij haar graf hebben opgeroepen, en kreeg antwoord (Jasher 42:31-41). Dit zijn legendes, dus het is de vraag of ze waar zijn, maar het boek van Jasher heeft in ieder geval een kern van waarheid en als Jozef Imhotep was worden beide interessant – voor de astrologische verhandelingen en zijn taak als opperlectorpriester van Djoser. Daarnaast staat in Jasher dat Jozef 40 jaar regeerde (58:11) – gerekend vanaf het begin van de hongersnood in 1885 eindigen die 40 jaar in 1845.

Een andere mogelijkheid is dat de macht hem naar het hoofd steeg. Toen hij nog jong was trok zijn vader hem voor, en Jozef had ongetwijfeld door dat zijn broers hem daarom haatten, want ze konden niet vriendelijk tot hem spreken (Gen 37:4). Hij deed geen poging om het goed te maken. Integendeel, hij vertelde ze juist over zijn twee dromen waarin hij over hen en hun ouders heerste (Gen 37:7-10). Dat was niet alleen olie op hun vuur, maar het zegt ook iets over zijn karakter. Hij was toen alleen nog jong en toen de dromen waarheid werden was hij duidelijk veranderd (Gen 45).

Dat Jozef God ontrouw was is een manier om een connectie van Jozef met het occulte te verklaren. Een hint daarnaar is dat Jozef tegen zijn broers zei dat hij door zijn zilveren beker (kom) met zekerheid kon waarnemen (Gen 44:5, 15). Er staat nergens geschreven hoe dat op zijn broers overkwam toen ze eenmaal wisten wie die vizier was, maar hij corrigeert het ook nergens. Een mogelijke hint naar het einde van zijn vizierschap is dat hij om Jakob te begraven in 1859, hij met de dienaren van de farao en alle oudsten van Egypte vertrok (Gen 50:7), maar over de rest van zijn leven wordt alleen verteld dat hij in Egypte woonde en zijn nakomelingen zag (vers 22-25). Wanneer hij zelf sterft “balsemden (ze) hem en men legde hem in een kist, in Egypte.” (vers 26) Over rouw onder de de Egyptenaren wordt niks gezegd; zijn begrafenis lijkt alleen een zaak van zijn familie. Als dat geen toeval is, de Bijbel vertelt lang niet alles zolang het niet gaat over iemands relatie met God, had hij mogelijk geen hoge positie meer.

Het jaar 1846 en Imhotep

Jozef werd 110 en als hij zijn leven lang vizier bleef, was hij dat maar liefst 80 jaar. Maar als hij inderdaad in 1846 afgezet werd, is hij dat slechts 39 jaar geweest – vanaf 1885, het begin van de 7 jaar overvloed.

Imhotep overleefde Djoser; hij wordt nog genoemd in het grafcomplex van zijn opvolger, Sekhemkhet, in Saqqara. Volgens Miroslav Bárta stierf hij mogelijk onder Huni, de laatste koning van III. 2 Volgens de Turin Canon regeerde Djoser 19 jaar, en zijn 3 opvolgers voor elk 6 jaar 32, waarna Huni 24 jaar regeerde; dat is samen 61 jaar. Huni’s opvolger, Sneferu van dynastie V, stelde volgens de Instructions to Kagemni meteen na zijn troonsbestijging Kagemni aan als vizier, wat kan betekenen dat de post toen net als bij Jozefs aanstelling vacant was.

Jozefs farao regeerde minstens 2 jaar voor de 7-jarige overvloed (Gen 41:1), en lijkt dezelfde farao te zijn die na 2 jaar hongersnood Jozefs broers ontmoette (Gen 45:6, 8). Hij zat dan minstens 11 jaar op de troon. Als dit Djoser was en zijn 3 opvolgers samen 18 jaar regeerden, blijft er nog 2-10 jaar over voor Jozef onder Huni, voor hij werd afgezet.

20 september 2022: De chronologie van dynastieën III en IV blijkt iets complexer in elkaar te zitten, maar overeind blijft dat Huni in 1846 nog regeerde.

Khereduankh, moeder van Imhotep

Imhotep en zijn moeder Khereduankh

De Egyptische personen in dit stukje zijn Imhotep en zijn moeder Khereduankh. Zo wordt zijn moeder genoemd in het verhaal Life of Imhotep, uit de eerste of tweede eeuw n.Chr.. Khereduankh komt ook voor op reliëfs in Philae en Deir el-Bahari. 33 Imhoteps moeder heette al zo tijdens het Nieuwe Rijk. 2 Ze werd ook vergoddelijkt; er is een beeldje bewaard gebleven van haar als godin.

De Bijbelse personen in dit stukje zijn Jozef en zijn moeder Rachel. Dit zijn West-Semitische namen, terwijl Imhotep en Khereduankh duidelijk Egyptisch zijn. Om te beginnen met zijn moeders naam, -ankh betekent leven. Wat Kheredu- betekent kan ik niet vinden. Haar naam staat zelfs niet in een lijst met 432 pagina’s aan Egyptische namen. 34

Rachel en Kheredu- hebben allebei een r en een kh/ch. Kheredu- lijkt daarmee op Rachel zoals Cusjan (Richt 3:8) op Chursjana, Zerah (2 Kro 14:9) op Hori en Adrammelech (2 Kon 19:37) op Arda-Mulišši 35. Alle drie de namen zijn veranderd in Hebreeuwse die er ongeveer op lijken. Ook buiten de Bijbelse personen om worden namen veranderd. Horemheb (1068-1054) heet ’Arma’a in het Hethitisch. 36 In de Akkadische Amarnabrieven is Mimmuwareya 37 Nebmaatre, ofwel Amenhotep III (1142-1105), en Nibḫurrereya 38 is Neferkheperure Waenre, ofwel Akhenaten (1105-1088).

Hetzelfde kan gelden voor Rachel. Haar Semitische naam werd dan weergegeven met het Egyptische Kheredu-. Jozef gedroeg zich als een Egyptenaar; hij kreeg een Egyptische naam en vrouw (Gen 41:45) en werd door zijn broers niet herkend (Gen 42:8). Dat lag niet aan de 21 jaar dat ze elkaar niet gezien hadden, want Jozef herkende hen wel (vers 7). De farao probeerde Jozefs familie als Egyptenaren in zijn land te laten wonen (Gen 45:20) en Jozef deed daaraan mee door zijn broers Egyptische kleren te geven (vers 22). Toen dat niet bleek te werken, ze kwamen met hun eigen spullen en alles (Gen 46:32), veranderde Jozef van tactiek en probeerde hij hen een eigen deel van Egypte te geven (vers 32-34).

Khereduankh werd ook vergoddelijkt, als “de dochter van de ram, de heer van Mendes”, wat betekent dat ze gezien werd als de dochter van de god van Mendes. 39 Dit was Banebdjed, die afgebeeld werd als een ram. Rachel hoedde het kleinvee van haar vader (Gen 29:9); het Hebreeuwse woord achter kleinvee, tson, betekent ook schapen en geiten, kudde. Later blijkt het in ieder geval om schapen te gaan (Gen 31:19).

Als Jozef Imhotep is, is het dus mogelijk dat hij zijn moeder een Egyptische naam gaf die op Rachel leek. Hij hield van haar en miste haar; toen Jozef Benjamin voor het eerst weer zag herkende hij “zijn broer, de zoon van zijn moeder” (Gen 43:29). -ankh kan, als zelfstandig naamwoord, “iemand die leeft” betekenen. Als Rachel Khereduankh is, gaat -ankh mogelijk over haar leven dat ze in het hiernamaals (Gen 25:8, 17, 35:29) kreeg nadat ze haar afgoden (Gen 31:34) had afgedankt voor God (Gen 35:4) en waar Jozef haar weer zou zien.

Jozef is in het Hebreeuws Yoseph. Deze versie wordt in Genesis gebruikt, maar in Psalm 81:5 heet hij Yehoseph. Het is mogelijk dat Yehoseph een oudere versie is; in wat in Genesis over Jozef geschreven wordt zitten meer namen die pas later voorkomen. Potifar en Potifera zijn namen van een type dat pas in de tijd van dynastie XVIII voorkwam in Egypte. De naam Raämses (Gen 47:11) en het woord farao worden pas algemeen gebruikt vanaf dynastie XIX. Psalm 81 is door Asaf geschreven. Hij schreef ook Psalm 83, die gedateerd kan worden in de tijd van Saul (1052-1011), ofwel aan het begin van dynastie XIX (1055/4-951/0). Als iemand de namen Potifera, Potifar, Raämses en het woord farao kon veranderen, kan Yoseph een geüpdatete versie zijn van Yehoseph.

(Asaf is ook de auteur van Psalm 76:67 en 80:2, waar Jozef geschreven is als Yoseph. Het verschil is dat in Psalm 76 en 80 de stam Jozef wordt bedoeld en in Psalm 83 de aartsvader.)

Yehoseph lijkt al op Ihotep, zonder -m-.

Een mogelijke variant van Imhotep is Ihotep. Weni schrijft in zijn autobiografie dat hij onder Pepi I, de tweede koning van VI, voor een veldtocht tegen de Zandbewoners soldaten haalde uit onder andere “de Poort van Ihotep (y-ḥtp)”. 40 Wildung schrijft het als Ij-hotep. 12 Het is maar een kleine stap van Ihotep naar Imhotep, en als Kheredu- Rachel kan zijn, Chursjana Cusjan, Hori Zerah en Adrammelech Arda-Mulišši, en ’Arma’a Horemheb en Nibḫurrereya Neferkheperure, kan Imhotep Jozef zijn. 41

Yehoseph en Imhotep betekenen allebei wat anders. Jozef is “Hij voegt toe”, Imhotep “hij die komt in vrede.” 42 Dat is geen probleem, want in ieder geval Zerah en Adrammelech betekenen iets anders dan hun oorspronkelijke namen.

Renpetneferet

Het is onduidelijk of Renpetneferet Imhoteps zus of vrouw was. In het Life of Imhotep, uit de eerste of tweede eeuw n.Chr., was ze zijn jongere zus. 33 Imhotep werd voor zover bekend is als eerste vereerd in Deir el-Medina, het arbeidersdorp van het Nieuwe Rijk. Daar wordt hij afgebeeld samen met “the god’s mother and beautiful nurse Khereduankh” en de “god’s sister Renpetneferet” die door Wildung zijn vrouw genoemd wordt. Ook in Thebe zou ze zijn afgebeeld als vrouw van Imhotep, maar de precieze woorden worden niet vermeld door Wildung. 43 In ieder geval twee anderen noemen haar ook Imhoteps vrouw. 44 Ze noemen alleen geen bronnen. Mogelijk ligt de onduidelijkheid in het woord snt, wat zowel zus als echtgenote betekent. 45 In een deel van het Life of Imhotep verlangde Djoser naar Renpetneferet. Imhotep vermomde zich daarop en probeerde haar te redden. 46 Toen de farao ontdekte dat Sara Abrahams vrouw was, en niet zijn zus, gaf hij haar meteen terug (Gen 12:17-20); ik neem daarom aan dat Renpetneferet Imhoteps jongere zus was.

Volgens Wildung kan Renpetneferet, in tegenstelling tot Khereduankh, verzonnen zijn om Imhoteps heilige familie compleet te maken. 43 Haar naam is daar in ieder geval geen argument voor. Een mitrt-vrouw Renpetneferet die begraven is in Gizeh, kan gedateerd worden in de tweede helft van dynastie V. 47 Een andere Renpetneferet is een van de twee oudste zonen(!) van Djaty, die begraven werd in een mastaba in Gizeh, tijdens dynastie VI. 48

Jozefs enige zus was Dina. Volgens Joodse legendes was ze de vrouw van Job of van haar broer Simeon (Jasher 45:2), maar er wordt niks gezegd over een gezin wanneer ze naar Egypte gaat (Gen 46:15). Ze kan toen ongehuwd zijn. Ze kan ook jonger zijn dan Jozef, zolang Jozef tegelijk geboren werd met haar minstens twee jaar oudere broer Issaschar. Alhoewel dit allemaal mogelijk is, geldt het niet voor de namen. Renpetneferet is Egyptisch en betekent mooi jaar; het komt van rnpt (jaar) en nfr (mooi, goed), met een vrouwelijke t. Dina betekent geoordeeld. Als Jozef Imhotep was en Renpetneferet niet later verzonnen is, was ze de eerste aan mij bekende persoon in het Oude Rijk die twee namen had. De eerstvolgende komt pas uit dynastie VI. 49 Ondanks deze onduidelijkheid is van Renpetneferet een sprong te maken naar de Israëlieten; zie het volgende stukje.

De enige andere mogelijkheid is dat Renpetneferet een andere naam is van Asnath, Jozefs vrouw. Asnaths naam komt voor in het Middenrijk. 50 Er zit de naam van de godin Neith in, net als bij twee koninginnen uit dynastie I, Neithhotep en Merytneith. Asnath zou komen van Ns-N.t, “zij behoort toe aan de godin Neith”, maar namen met deze grammatica komen pas voor vanaf het Nieuwe Rijk. 51 Een andere verklaring is “favoriet van Neith”, wat eenzelfde naam is als Neithhotep, “Neith is tevreden”, en Merytneith, “geliefde van Neith”. Asnath is dan de enige Egyptische persoonsnaam uit Jozefs tijd die niet veranderd is in een algemene aanduiding. Potifar en Potifera betekenen namelijk allebei “hij die gegeven is door Ra”, ofwel ze waren gewone Egyptenaren. Het is dus niet waarschijnlijk dat Renpetneferet Asnath was.

Renpetneferet en Osirsobek

Het fragment Imhotep’s Little Sister uit het Life of Imhotep gaat mogelijk over Renpetneferets dood. Hierin wordt onder andere een priester Osirsobek vermeld, die ḥr-tb (hofmagiër) en mr-khnw.t was. Het volgende fragment, Fragments about ghosts and the mr-khnw.t, beschrijft dat Renpetneferet was vermoord; de mr-khnwt kan de eerder genoemde Osirsobek zijn. 33

In de eeuwen rond Jezus’ leven op aarde deed een alternatief exodusverhaal de ronde, wat geloofd werd door de tegenstanders van de Joden, maar niks te maken heeft met de echte exodus. In dit verhaal, dat opgeschreven werd door Manetho en gekopieerd door Josephus 52, waren de Joden een groep weggelopen melaatsen en andere onreinen uit Egypte. Het verhaal is uitstekend te dateren en een reden om de Kanaäniet Irsu als veroveraar van Egypte tussen dynastieën XIX en XX te plaatsen, wat ervoor zorgt dat XX gedateerd kan worden. Een van de onreinen die apart was gezet was Osarsiph, een priester uit Heliopolis. Zijn naam komt van Osiris (wsjr), de god van Heliopolis, maar toen hij was overgelopen noemden zij hem Mozes. Osarsiph werd aangesteld als leider van de onreinen en vaardigde meteen een wet uit dat ze de Egyptische goden niet meer mochten vereren.

Osarsiph is de Griekse versie van een Egyptische naam, en Osirsobek past daar uitstekend bij. Osarsiph werd weggezet als uitschot; als Osirsobek de mr-khnw.t is die vermeldt wordt in het tweede fragment, werd ook hij niet positief herinnerd.

De enige uit de Bijbel bekende Israëliet die wetten kon uitvaardigen, was Jozef (Gen 41:40-41). Hij was geen hofmagiër (Gen 41:8, 15), maar wel de schoonzoon van de priester van Heliopolis (Gen 41:45). Als Jozef inderdaad Imhotep is zal hij juist positief zijn herinnerd en kan hij Osirsobek niet zijn. Als Osirsobek daarom wel met hem te maken had, kan hij alleen Jozefs schoonvader zijn, de priester van Heliopolis. Potifera is namelijk niet zijn naam, maar een aanduiding zoals farao; het betekent dat hij een niet-koninklijke Egyptenaar was.

Wijsheid

Imhotep lijkt over wijsheid te hebben geschreven, alleen wat hij precies schreef is niet helemaal duidelijk. Een harper’s song is overgeschreven uit de tombe van een koning Intef; uit een vergelijking met andere teksten bleek dat dit een Intef uit dynastie XI was ((na 1770)1697) was en het lied uit hun tijd kwam. 53 Dit is maximaal een eeuw na de dood van Jozef in 1805. In dit lied staat: “I have heard the words of Imhotep and Hordjedef, whose sayings are recited in whole.” Ook in de Papyrus Chester Beatty IV uit dynastie XIX (1055/4-951/0) wordt Imhotep genoemd als schrijver, direct na Hordjedef.

Hardjedef was een zoon van Khufu (Cheops), de tweede koning van dynastie IV; hij schreef een instructie aan zijn zoon Auibre hoe hij zijn leven moest leven. “When you prosper, found your own household, take a hearty wife, a son will be born you. It is for the son you build a house, when you make a place for yourself.” Auibre zou meer hebben aan de priester die hem na zijn dood zou vereren. 54 Imhotep kan ook levenswijsheden hebben geschreven.

De farao zei over Jozef dat er “niemand zo verstandig en wijs als u” is (Gen 41:39). Jozef werd door de koning aangesteld “om … zijn oudsten wijsheid te leren” (Ps 105:22).

Leeftijd

110 schijnt in de hele geschiedenis van Egypte de ideale leeftijd te zijn. In The Story of Khufu and the Magicians was de magiër Djedi, in de tijd van Khufu van dynastie IV, een erg wijze man van 110 jaar, met toegang tot geheime kennis. Bakenkhons, uit de tijd van Ramses II, wenste 110 jaar te worden: “May he (Amun) complete a good lifetime for me after 110 years.” Ook Peteisis, in het Story of Peteisis waarvan de oudste manuscripten uit de vierde eeuw v.Chr. komen, was 110. 55

Jozef werd 110 jaar (Gen 50:26). 110 wordt weleens naar voren geschoven als leeftijd van Imhotep, maar over Imhoteps leeftijd kon ik juist niks vinden. Het enige dat je daarom kan zeggen is dat Jozefs leeftijd de herkomst kan zijn van de ideale leeftijd, maar dat is speculatie.

Het graf

Imhoteps tombe en mummie zijn nooit gevonden. 2 Jozef werd gemummificeerd en in een kist gelegd, in Egypte (Gen 50:26), en tijdens de exodus nam Mozes de beenderen van Jozef met zich mee (Ex 13:19).

Er zijn meerdere belangrijke plaatsen in Egypte die niet zijn teruggevonden. Een voorbeeld daarvan is een complete stad uit de tijd van Amenhotep III (1142-1105), die pas in 2020 werd teruggevonden. Dat één graf van een belangrijk iemand die honderden jaren eerder leefde nog vermist wordt, is niet bijzonder. Mozes nam bovendien alleen de beenderen van Jozef mee. De enige vereiste voor als de tombe van Imhotep ooit gevonden wordt, is dat in zijn lang geleden al geopende doodskist geen resten van zijn mummie liggen.

Vergoddelijking

Imhotep werd na zijn dood vergoddelijkt en aanbeden. Door de Grieken werd hij geïdentificeerd met hun god van de genezing, Asclepius. Dat hij werd vergoddelijkt is alleen pas bekend uit het Nieuwe Rijk 2, aan het eind van dynastie XVIII, zonder dat duidelijk wordt hoe hij die rol kreeg 56. Toch meldt een van de Griekse papyri uit Oxyrhynchus dat Imhotep al aanbeden werd in de tijd van Mycerinus (Menkaure), de bouwer van de derde grote pyramide uit dynastie IV. 57 58 In de periode voor XVIII lijkt hij vooral vergeten te zijn. 12 De Papyrus Chester Beatty IV uit dynastie XIX (1055/4-951/0) geeft mogelijk een reden waarom Imhotep in het Nieuwe Rijk weer werd herinnerd. Volgens de papyrus was Imhotep een van de grote schrijvers uit het verleden; “They are gone, their names might be forgotten, but writing lets them be remembered.”

Afgezien van de mogelijke vermelding aan het begin van dynastie VI, zie het stukje hierboven over Khereduankh, en de harper’s song van twee stukjes hiervoor, uit dynastie XI, kan ik niks van hem vinden tussen dynastie III en het Nieuwe Rijk.

“Toen trad er in Egypte een nieuwe koning aan, die Jozef niet gekend had.” (Ex 1:8) Er zijn twee manieren om dit op te vatten; de koning kan Jozef als persoon nooit hebben gekend, of had wel van hem gehoord, maar wist eigenlijk niks van hem, zoals tegenwoordig vaak met zogenaamde bn’ers. Exodus 1:8 is de tijd van Amenemhat I (1590-1561), de opvolger van dynastie XI, ruim twee eeuwen nadat Jozef mogelijk uit zijn functie was gezet. Als Jozef Imhotep was moet Imhotep in deze tijd nog niet zijn vereerd, anders was er wel iets meer bekend.

Imhotep werd nog vereerd in de 5e eeuw n.Chr.. In de eerste helft van de 10e eeuw reisde de Arabische alchemist Ibn Umayl naar Busir (Abusir), waar hij een gebouw bezocht dat bekend stond als de “gevangenis van Jozef” en een beeld stond waarvan hij een uitgebreide beschrijving geeft; dit beeld kan Imhotep voorstellen. Ook andere Arabische schrijvers noemen Busir als de plek waar Imhoteps heiligdom stond. Deze tempel werd nog bezocht door pelgrims in het midden van de 19e eeuw. Waarom het gebouw zo heette is helaas onbekend. 59

Genezing

De vergoddelijkte Imhotep werd gezien als god van de geneeskunst, in ieder geval al aan het begin van de Perzische overheersing van Egypte (dynastie XXVII). De zieken die naar zijn heiligdommen kwamen kregen een plek om ’s nachts te slapen, zodat Imhotep in een droom naar hen toe kon komen om een remedie aan te bevelen. Als Imhotep niet verscheen, of de patiënt niet kon slapen, zou de priester namens Imhotep spreken. Een genezen patiënt kon als dank een klein standbeeld van Imhotep kopen en er zijn of haar naam in laten zetten. 60 Ook in Life of Imhotep wordt Imhoteps medische kennis benadrukt; hij was hier vooral beroemd om in de Grieks-Romeinse periode. In het verhaal geneest hij de ogen van de farao. 33

Jozefs geneeskunst zou volgens anderen vermeld worden bij de begrafenis van Jakob (Gen 50:2), maar het enige wat daar gezegd wordt is dat hij zijn balsemers de opdracht gaf om het lichaam van zijn vader te balsemen; hij deed daar niet aan mee. Hier is er daarom geen bewijs voor.

Manetho schreef over Djoser: “Tosorthros, for 29 years,​ who because of his medical skill has the reputation of Asclepios among the Egyptians, and who was the inventor of the art of building with hewn stone. He also devoted attention to writing.” De laatste twee zijn bekend van Imhotep; de eerste is bekend van een andere onderdaan van Djoser. Hesyre, die begraven werd ten noorden van Djosers piramide in Saqqara, is de oudst bekende dokter en de oudst bekende tandarts in de geschiedenis. Dat Imhotep zou kunnen genezen lijkt een uitvinding uit de Late Periode. 61 Als dat toegeschreven kon worden aan Djoser kan dat ook voor Imhotep gelden.

Conclusie

Na een voor mijn doen heel lange post komt hier dan eindelijk de conclusie. De hamvraag is: was Imhotep de Bijbelse Jozef? Laat ik eerst zeggen dat ik het graag zou willen, want dan is er bewijs voor Jozef, waarvan het buiten de Bijbel om zo omstreden is dat hij echt bestond. Tegelijkertijd hoop ik dat het niet klopt, juist omdat de connectie met Imhotep en de hongersnoodstela zo omstreden is. Ik hoop dat de conclusie hier niet door wordt gekleurd. Daarom heb ik in deze post alleen gekeken naar Jozef en Imhotep als personen, onafhankelijk van de hongersnoodstela.

Het meeste wat over Imhotep bekend is werd, zelfs in mijn ingekorte chronologie, minstens 700 jaar na Djoser geschreven. Het is dus mogelijk dat er, net als bij de geneeskunst, een heleboel om hem heen is verzonnen. Ondanks dat zijn er duidelijke overeenkomsten tussen beide mannen, zodat een identificatie niet meteen uit te sluiten is. Dat geldt als eerste voor het belangrijkste, dat wat bekend is uit Imhoteps eigen tijd. Zijn meeste titels zijn ook die van Jozef. Beiden waren als familie van de farao, waren wijze mannen en lijken al vrij snel grotendeels te zijn vergeten. Imhotep wordt alleen nog onder Djosers opvolger vermeld, Jozef kan na 39 jaar zijn afgezet. Een heel belangrijke is dat hun namen ongeveer gelijk zijn en op de Bijbelse manier aan elkaar te knopen zijn.

Ook uit de latere bronnen zijn er overeenkomsten. Jozef had een kom (beker) waaruit hij met zekerheid zou kunnen waarnemen en waar hij volgens Josephus graag uit dronk, Imhotep kreeg een hefoffer uit “de resten van de waterkom”. Imhotep was een opperlectorpriester en Jozef kan God ontrouw zijn geweest; een identificatie met Imhotep geeft een bij de Bijbel passende verklaring voor het begin van de 400 jaar onderdrukking van Israël in Egypte. Khereduankh kan een versie zijn van Rachels naam; Khereduankh zou de dochter zijn van een ramgod, en de eerste vermelding van Rachel is als herderin van in ieder geval schapen. Renpetneferet is weer een twijfelgeval, maar ze past als Jozefs zus Dina – wel met een andere naam.

Andere dingen worden van slechts een van beide vermeld. Dat geldt bijvoorbeeld voor een aantal titels van Imhotep en zijn werk aan Djosers piramide, en Jozefs geloof in de joodse God. Dat is niet verrassend als één persoon vanuit twee verschillende oogpunten wordt bekeken. Als de identificatie klopt is Jozefs familie, naast zijn moeder en zijn zus of vrouw, opvallend afwezig, wat ook verklaard kan worden. “elke herder van kleinvee is voor de Egyptenaren een gruwel” (Gen 46:34), net als samen met Hebreeën eten (Gen 43:32).

Het belangrijkste is dat deze overeenkomsten niet zijn gebaseerd op het traditionele argument van de omstreden hongersnoodstela, maar op Jozefs plaatsing in dynastie III, mogelijk onder Djoser, en een vergelijking van wat over hem bekend is met wat over Imhotep bekend is. Imhotep was minstens een tijdgenoot. Ik durf het bijna niet te zeggen omdat het zo omstreden is, maar omdat Abraham aan het begin van dynastie I te plaatsen is, Izak tijdens dynastie II en Jozef onder III, en Jozef lang genoeg vizier was om net als Imhotep Djoser te overleven en de niet-overeenkomsten tussen beiden te verklaren zijn, kom ik, zonder de Bijbel, de Egyptische bronnen of de conclusies van de egyptologen geweld aan te doen, tot de conclusie dat Jozef Imhotep was.

Over blijft dan nog de vraag waarom een Egyptische koning degene af had gezet die Egypte had gered van de hongerdood. Vanuit Egyptisch perspectief geldt namelijk niet dat Jozef God ontrouw was. Hij had de Egyptenaren niet alleen in leven gehouden, toen ze aanboden om voortaan de slaven van de farao te zijn (Gen 47:25) staat er niet dat hij dat toestond. Mogelijk wou iemand die wens inwilligen en greep hij zijn kans, als eerste door de veroorzaker van hun niet-slaafzijn aan de kant te zetten.

laatste wijziging: 5 oktober 2022

  1. By Internet Archive Book Images, Source book page, No restrictions, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=43840007 []
  2. Miroslav Bárta, The Search for Imhotep: Tomb of Architect-Turned-God Remains a Mystery, gepubliceerd op de ARCE-website (2019) [] [] [] [] [] [] []
  3. Strudwick (2005), p. 129 []
  4. Wolfram Grajetzki, Court Officials of the Egyptian Middle Kingdom (2009), p. 5 []
  5. James E. Strickling, Im-who?-tep, in Creation Research Society Quarterly, Volume 14, December, 1977, p. 148 [] []
  6. Massimiliano Nuzzolo en Jaromir Krejči, Heliopolis and the Solar Cult in the Third Millennium BC, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant XXVII (2017), p. 367 []
  7. Massimiliano Nuzzolo en Jaromir Krejči, Heliopolis and the Solar Cult in the Third Millennium BC, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant XXVII (2017), p. 357 []
  8. Marleen De Meyer, The Fifth Dynasty Royal Decree of Ia-ib at Dayr al-Barshā, in Revue d’égyptologie 62 (2011), p. 61, met voetnoot 28 []
  9. Wolfram Grajetzki, Court Officials of the Egyptian Middle Kingdom (2009), p. 148 []
  10. James E. Strickling, Im-who?-tep, in Creation Research Society Quarterly, Volume 14, December, 1977, p. 147 []
  11. Flavius Josephus, Antiquities of the Jews, 2.6.7 []
  12. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 34 [] [] []
  13. Walters Art Museum, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=18824618 []
  14. Jamieson Boyd Hurry, Imhotep, the vizier and physician of King Zoser and afterwards the Egyptian god of medicine (1926), p. 98-99. De bron waar Hurry naar verwijst, een boek uit 1879 dat uit 1881 blijkt te komen, Heinrich Karl Brugsch, Henry Danby Seymour en Philip Smith, A History of Egypt under the Pharaohs, deel II (1881), p. 309, noemt Imhotep als vader van Rahotep, maar Kanefer wordt daar, om het overzichtelijk te houden, juist genegeerd. []
  15. Karl Jansen-Winkeln, The relevance of genealogical information for Egyptian chronology, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant, Vol. 16 (2006), p. 260-261 []
  16. Georges Posener, La première domination perse en Egypte (1936), p. 102, Engelse vertaling van dit deel in Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 39 []
  17. Georges Posener, La première domination perse en Egypte (1936), p. 105 []
  18. Royal Families, p. 58 []
  19. Georges Posener, La première domination perse en Egypte (1936), p. 103 []
  20. Georges Posener, La première domination perse en Egypte (1936), p. 104 []
  21. Henning Franzmeier, News from Parahotep the Small Finds from his Tomb ad Sedment Rediscovered, p. 170-171 []
  22. Karl Jansen-Winkeln, The relevance of genealogical information for Egyptian chronology, in Ägypten und Levante / Egypt and the Levant, Vol. 16 (2006), p. 260 []
  23. Richard H. Wilkinson, The Complete Gods and Goddesses of Ancient Egypt (2003), p. 124 []
  24. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 39 []
  25. Wolfram Grajetzki, Court Officials of the Egyptian Middle Kingdom (2009), p. 119 []
  26. Barbara Russo, Some Notes on the Funerary Cult in the Early Middle Kingdom: Stela BM EA 1164, in The Journal of Egyptian Archaeology, Vol. 93 (2007), p. 195 []
  27. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 32 []
  28. Escolano-Poveda (2020), p. 32-33 []
  29. Escolano-Poveda (2020), p. 83 [] []
  30. Kim Ryholt, The Assyrian Invasion of Egypt in Egyptian Literary Tradition, Assyria and Beyond, Studies Presented to Mogens Trolle Larsen (2004), p 500-502 []
  31. Wolfram Grajetzki, Court Officials of the Egyptian Middle Kingdom (2009), p. 111 []
  32. De Turin Canon heeft Djoserti met 6 jaar, en een [Hu]djefa met 6 jaar; hudjefa betekent dat die naam uitgewist was. Achter Hudjefa staat een puntje van herhaling dat niet achter de andere koningen staat. Er was dus nog een koning, wiens naam ook uitgewist was, en die ook 6 jaar regeerde. []
  33. Escolano-Poveda (2020), p. 82 [] [] [] []
  34. Hermann Ranke, Die ägyptischen Personnennamen, Band 1, Verzeichnis der Namen (1935), p. 273-274 []
  35. Karen Radner, The trials of Esarhaddon: the conspiracy of 670 BC, in ISIMU: Revista sobre Oriente Próximo y Egipto en la antigüedad 6 (2003), p. 167 []
  36. Miller (2007), p. 253-254 []
  37. EA 2, in Amarna, p. 6 []
  38. EA 9, in Amarna, p. 18 []
  39. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 52 []
  40. Ancient Records, deel I, § 312 []
  41. Met dank aan Anne Habermehl, Revising the Egyptian Chronology: Joseph as Imhotep, and Amenemhat IV as Pharaoh of the Exodus, in The Proceedings of the International Conference on Creationism, Vol. 7 (2013), Article 38, in de pdf p. 6-7, maar zij noemt de hier genoemde voorbeelden niet. Ze heeft andere bronnen en gaat er niet zo diep op in als hier. Ze noemt ook Khereduankh niet. Ik ben het wel met haar eens. []
  42. Hermann Ranke, Die ägyptischen Personnennamen, Band 1, Verzeichnis der Namen (1935), p. 9 []
  43. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 61, 63 [] []
  44. Jamieson Boyd Hurry, Imhotep, the vizier and physician of King Zoser and afterwards the Egyptian god of medicine (1926), p. 24 en 42, en James H. Turnure, A Statuette of Imhotep, in Record of the Art Museum, Princeton University, Vol. 11, No. 2 (1952), p. 28 []
  45. Bierbrier (1975), p. xiv []
  46. Kim Ryholt, The Life of Imhotep (P. Carlsberg 85), in Actes du IXe congrès international des études démotiques (2009), p. 305-316. Het artikel is niet online gezet door Ryholt en dit deel wordt niet genoemd door Escolano-Poveda (2002), p. 82-83, maar wordt geciteerd op Wikipedia. []
  47. Ali Radwan, The Nun-basin of Renpetneferet, in Egypt and Beyond: Essays Presented to Leonard H. Lesko (2008), p. 277-283 []
  48. William Kelly Simpson, Giza Mastabas 4, Mastabas of the Western Cemetery: Part I (1980), p. 28-31 []
  49. Royal Families, p. 74 []
  50. Charles Aling, Joseph in Egypt, Fourth of Six Parts, in Bible and Spade 16.1 (2003), p. 12b []
  51. Alan R. Schulman, On the Egyptian Name of Joseph: A New Approach, in Studien zur Altägyptischen Klutur, Bd. 2 (1975), p. 238-239 []
  52. Flavius Josephus, Against Apion, 1.26-29 []
  53. Ivan A. Ladynin, An Observation on the Harper’s Song of the Papyrus Harris 500 (BM10060) (the Antef Song), lines 6.4-5, in Cultural Heritage of Egypt and Christian Orient 3 (2007), p. 35-44 []
  54. Miriam Lichtheim, Ancient Egyptian Literature, Volume I: The Old and Middle Kingdoms (1973), p. 58-59 []
  55. Escolano-Poveda (2020), p. 29, met voetnoot 109 []
  56. Hans Goedicke, review van Egyptian Saints Deification in Pharaonic Egypt by Dietrich Wildung, in Journal of the American Research Center in Egypt, Vol. 15 (1978), p. 140 []
  57. George Sarton, review van Imhotep, the Vizier and Physician of King Zoser and Afterwards the Egyptian God of Medicine by Jamieson B. Hurry, in Isis, Vol. 13, No. 2 (Feb., 1930), p. 374 []
  58. Deze papyrus uit Oxyrhynchus komt uit de tweede eeuw n.Chr. en verhaalt dat in de tijd van Nectanebos, uit dynastie XXX, een Egyptische papyrus werd gevonden in de verlaten tempel van Asclepius (de Griekse god van de geneeskunst, met wie Imhotep werd geïdentificeerd) in Memphis. Nectanebos had gehoord dat Asclepius al werd vereerd in door Mycerinus en vroeg een priester om de tekst te vertalen in het Grieks. Dat bleek alleen zo moeilijk te zijn dat de priester het opgaf. Asclepius werd daar kwaad om en verscheen aan hem en zijn moeder, waarna hij verder ging met zijn werk en het voltooide. Later noemt hij Asclepius als de uitvinder van het schrijven. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 75-76 []
  59. Dietrich Wildung, Egyptian Saints, Deification in Pharaonic Egypt (1977), p. 76, 78 []
  60. James H. Turnure, A Statuette of Imhotep, in Record of the Art Museum, Princeton University, Vol. 11, No. 2 (1952), p. 27-28 []
  61. Roger Forshaw, Hesyre: The First Recorded Physician and Dental Surgeon in History, in Bulletin of the John Rylands Library, Vol. 89 supplement: Ancient Medical and Healing Systems: Their Legacy to Western Medicine (2013), p. 181-202, p. 1-2 en 4 in de pdf []

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *