Categorieën
Assyrië

Midden-Assyrië: voor Assur-uballit I

Voorkant van de Khorsabad-versie van de Assyrsiche Koningslijst. 1 Van veel van de koningen op deze pagina is nauwelijks iets bekend. Soms is alles wat nog over is een vermelding op een van de koningslijsten.

Inleiding

Tussen het Oude Rijk van Assyrië en Assur-uballit I (1136-1102), de eerste koning na het Oude Rijk van wie meer dan gemiddeld bekend is, zit ruim twee eeuwen. Deze eeuwen kunnen worden gevuld door de lange lijst van Assur-uballits voorgangers. Van hen is meestal weinig tot niks bekend, en in mijn chronologie is er een probleem: als je alle regeringen bij elkaar optelt is er niet genoeg ruimte.

In deze post hoop ik te laten zien hoe al deze voorgangers toch een plek kunnen krijgen, een die past bij alle details die bewaard zijn gebleven.

Chronologie

Het belangrijkste document voor Assur-uballits voorgangers is de Assyrische Koningslijst, ofwel de AKL. De AKL kan op sommige punten worden tegengesproken door verschillende inscripties van de koningen die erop staan. Het is dan ook een politiek document, met een ideale weergave van de geschiedenis. Door alle heersers, en zelfs parallel regerende dynastieën, na elkaar te zetten maakte de Assyrische koning duidelijk dat hij het koningschap geërfd had van al zijn voorgangers en alleen hij, niemand anders, recht had op de troon. 2 Een aantal koningen heeft op de AKL bijvoorbeeld een andere vader dan in de inscripties. Zelfs in de verschillende versies van de AKL wisselt de naam van de vader soms. Het enige wat volledig betrouwbaar lijkt op de AKL, zijn de koningsnamen en de meeste regeringslengtes.

In de standaardchronologie worden alle koningen van de AKL keurig achter elkaar geplaatst. Dat is in mijn chronologie ook zo, met uitzondering van de koningen die er niet op vermeld worden. Dit zijn een Puzur-Assur die een eeuw na de laatste Puzur-Assur op de AKL wordt vermeld, Ber-nadin-ahhe in de generatie daarvoor en de opvolgers van Ishme-Dagan I (1412-1373). Zij kunnen co-heersers of, in het geval van de extra Puzur-Assur, zelfs rivalen zijn. Ook is het mogelijk dat een aantal koningen vanuit dezelfde hoofdstad over verschillende hetzelfde gebied heersten. De een regeerde bijvoorbeeld over de nomaden, de ander over de stedelijke bevolking. Voor details, zie hier.

Kalender

Een belangrijk punt voor de chronologie van deze periode is de kalender. Ergens tussen de tijd van Samsi-Adad I (1445-1413) en Salmaneser I (1080-1052) veranderde de Assyrische kalender namelijk grondig. Dit was een maankalender, waarbij elke maand begon met de dag waarop na nieuwe maan de eerste sikkel zichtbaar was. Twaalf maanden op deze kalender duren ongeveer 354 dagen, tegenover de ongeveer 365 van het zonnejaar. In Samsi-Adads tijd werd er daarom regelmatig een schrikkelmaand toegevoegd, zodat het jaar telkens rond de winterzonnewende eindigde. 3

In Salmanesers tijd bestond deze schrikkelmaand niet meer en wandelde het Assyrische jaar langzaam door het zonnejaar; zie hier voor de details waaruit dit blijkt. Na 32-33 zonnejaren was er in Assyrië een jaar extra verstreken. Om dit verschil te laten zien heb ik voor de periode waarin de Midden-Assyrische kalender werd gebruikt niet alleen jaartallen neergezet, maar de precieze datums waarop het Assyrische jaar toen begon. Voor de Oud-Assyrische kalender staan hieronder wel alleen jaartallen. Deze jaren begonnen rond de winterzonnewende, en het echte begin van het jaar kan zo een halve maand of zelfs meer voor of na de Juliaanse 1 januari liggen. Voor de duidelijkheid heb ik alles afgerond op 1 januari.

Wie in de tussentijd de schrikkelmaanden heeft verstoten is onbekend, maar wel duidelijk is dat zoiets ooit gebeurde. Tussen Samsi-Adad en Salmaneser in werden namelijk twee maandnamen vervangen die niet meer in een jaar zonder schrikkelmaanden pasten. Bēlet-ekallim, de eerste maand op de Oud-Assyrische kalender waarvan de naam te maken had met de winterzonnewende, werd ṣippu. Te’inātum (“vijgen”) werd sîn, wat geen verband heeft met het zonnejaar. 4

Voor de kalender moet gezocht worden naar een logisch moment om de kalender te veranderen. Dit logische moment is een Midden-Assyrisch jaar dat begon rond de winterzonnewende. Een ander moment zou, net als dat waarop de Midden-Assyrische kalender uiteindelijk werd vervangen door de Babylonische, verwarring zaaien in de administratie en economie (al lijkt zoiets wel te zijn gebeurd in de tijd van Zimri-Lim van Mari 5 ). Als bijvoorbeeld maand VI werd gekozen als het begin van het nieuwe jaar verdween er een half jaar. De koning zat halverwege zijn regeringsjaar en de limmu, die zijn naam gaf aan dat jaar, zat slechts de helft van zijn tijd. Daarnaast levert het verwarring op voor bijvoorbeeld het berekenen van rente over een lening of wanneer een lening met een al vaststaande einddatum moest worden terugbetaald. Het meest logische moment is een moment waarop beide kalenders gelijk liepen. 6 Voor het gezochte moment hier is het logische punt er een waarop het Midden-Assyrische jaar, dat te berekenen is vanaf Salmanesers tijd, begon rond de winterzonnewende. Op dat moment regeerde er een koning die af wou van de bestaande Assyrische orde.

De puzzel

Wanneer de kalender veranderde is ongeveer uit te rekenen met dank aan het kleitablet dat tegenwoordig VAT 9812 heet. Dit is een fragment van een Assyrische koningslijst die anders is dan de standaardversie, en het is enige document dat vertelt hoe de dynastie van Samsi-Adad aan te sluiten is op Assur-uballits voorgangers. Op VAT 9812 worden de namen [S]amsi-Addu en Ishme-[Dagan] gevolgd door [Mu]t-ashkur, Remu[…] en mogelijk nog een naam waarvan niks bewaard is gebleven, waarna Kidin-Ninua en zijn opvolgers staan. 7 Volgens Julian Reade daarentegen is er niet genoeg ruimte voor een extra naam na Remu[…]. 8 Kidin-Ninua is de 14e koning in de lijst van Assur-uballits vele voorgangers. Hij, alle 91 jaar van zijn voorgangers en een aantal van zijn opvolgers regeerden dus parallel aan de koningen van Samsi-Adads lijn. Dankzij VAT 9812 wordt duidelijk dat Kidin-Ninua in de tijd leefde dat de Oud-Assyrische kalender, die met de schrikkelmaanden, nog werd gebruikt. Het moment voor de kalenderverandering ligt daarom tussen Kidin-Ninua en Salmaneser I.

Ook dankzij het fragment VAT 9812 zijn er duidelijke chronologische grenzen te stellen aan Kidin-Ninua’s kroning. Hoelang Mut-Ashkur en Rimu[sh] regeerden is onduidelijk, maar ze stierven uiterlijk in 1369, want toen waren ze al vervangen. Als er op het complete kleitablet niemand na Rimu[sh] werd genoemd, begon jaar 1 van Kidin-Ninua tussen 1373, het sterfjaar van Ishme-Dagan, en 1368.

Als je in Midden-Assyrische jaren terugtelt vanaf Salmaneser I naar Kidin-Ninua, begon jaar 1 van de laatste op 11 februari 1362. In zijn tijd werd de Oud-Assyrische kalender gebruikt, dus hij moet toen al aan de macht zijn geweest. Nu wordt duidelijk dat er tussen Rimu[sh] en Kidin-Ninua niemand op VAT 9812 kan zijn genoemd, want Rimu[sh]’ opvolger regeerde minstens 8 jaar, in ieder geval 1368-1360.

Het tweede dat duidelijk wordt is dat, als Kidin-Ninua tussen 1373-1368 werd gekroond, er een duidelijk verschil zit tussen de twee kalenders. Dat is een uitstekend rekenhulpmiddel voor de zoektocht. Zoals gezegd verstreek in elke 32-33 zonnejaren een jaar extra op de Midden-Assyrische kalender. In zo’n “dubbel” jaar waren er twee Midden-Assyrische nieuwjaarsdagen, een aan het begin van januari en een aan het eind van december. Vanaf Salmanesers tijd is te berekenen dat, zolang er vanaf Kidin-Ninua’s tijd precies zeven van deze “dubbele” jaren, 1359, 1326, 1293, 1261, 1228, 1196 en 1163, gewacht werd met het invoeren van de Midden-Assyrische kalender, er een uitstekende chronologische match is tussen beide periodes. Het duurde dan tot minstens het jaar dat op de Midden-Assyrische kalender begon op 23 december 1163, voordat de Oud-Assyrische kalender aan de kant werd geschoven.

23 december 1163 is een heel interessante datum. Dit is rond het begin van de winterzonnewende èn de start van jaar 1 van Eriba-Adad I, een voorvader van Salmaneser I. Hij volgde Assur-rim-nisheshu op en dat ging niet vanzelf. Op de Nassouhi-versie van de AKL is hij de zoon van Assur-rim-nisheshu, maar in zijn eigen inscripties is hij de zoon van diens broer. Dat de AKL deze afkomst geeft was dus een politieke keuze van latere Assyriërs en zal betekenen dat er oneingheid was bij de opvolging. In de Babylonische Synchronic Chronicle wordt in ongeveer deze tijd een Puzur-Assur genoemd als koning van Assyrië, maar hij ontbreekt op de AKL. Er zijn redenen om deze Puzur-Assur te zien als de rechtmatige opvolger van Assur-rim-nisheshu, en Eriba-Adad als zijn rivaal; zie onder.

Eriba-Adad is een koning die zich afzette tegen de gevestigde Assyrische orde èn begon te regeren in een jaar dat ook volgens de Midden-Assyrische kalender rond de winterzonnewende begon. Het is niet te bewijzen, er zijn weinig teksten overgebleven uit deze tijd en in RIMA 1 kon ik geen maandnamen uit deze periode vinden, maar door deze overeenkomst zie ik Eriba-Adad I als degene die de Oud-Assyrische kalender aan de kant schoof. Ik dateer daarom al zijn voorgangers èn de extra Puzur-Assur aan de hand van de Oud-Assyrische kalender, en alleen hemzelf met de Midden-Assyrische kalender. In dat geval stierf Rimu[sh] in 1369 en begon jaar 1 van zijn opvolgers, Muti-Ḫuršana en Kidin-Ninua, in 1368.

Assur-dugul

Aššur-dugul
1459-1454

AKL, Khorsabad en SDAS: (41) Aššur-dugul, son of a nobody, not an occupant of a throne, 6 years he ruled.
AKL, Nassouhi: […]

Assur-apla-idi, Nasir-Sin, Sin-nammir, Ipqi-Ishtar, Adad-salulu en Adasi

AKL, Khorsabad en SDAS: At the time of Aššur-dugul, son of a nobody, (42) Aššur-apla-īdi (43) Nāṣir-Sîn (44) Sîn-nammir (45) Ipqi-Ištar (46) Adad-ṣalūlu (47) Adāsi 6 kings, son(s) of a nobody, ? ? ? ruled (ṭuppišu)
AKL, Nassouhi: […]

Een ṭuppišu is een periode van 1 jaar, dat niet gelijk liep aan een kalenderjaar; zie hier. Als ze allemaal na elkaar regeerden in Assur-duguls tijd, deden ze dat in respectievelijk 1459, 1458, 1457, 1456, 1455 en 1454. Adasi is, tenminste in de officiële genealogieën, de stamvader van bijna alle latere koningen van Assyrië, tot in de 7e eeuw v.Chr..

Belu-bani

Bēlu-bāni
1453-1444

AKL, Khorsabad: (48) Bēlu-bāni, son of Adāsi, 10 years he ruled.
AKL, SDAS: (48) Bēlu-bāni, son of Adāsi, ruled 10 years.
AKL, Nassouhi: […]

Libaya

Libāya
1443-1427

AKL, Khorsabad: (49) Libāya, son of Bēlu-bāni, 17 years he ruled.
AKL, SDAS: (49) Libāya, son of Bēlu-bāni, ⸢17⸣ years he rule[d].
AKL, Nassouhi: […]

Sarma-Adad I

Šarma-Adad I
1426-1415

AKL, Khorsabad: (50) Šarma-Adad I, son of Libāya, 12 years he ruled.
AKL, SDAS: (50) [Šarma-Adad, son of Libā]ya, he rul[ed] 12 years.
AKL, Nassouhi: […]

Iptar-Sin

Iptar-Sîn
1414-1403

AKL, Khorsabad: (51) Iptar-Sîn, son of Šarma-Adad, 12 years he ruled.
AKL, SDAS: (51) [Iptar-Sîn, son of Šarma-Adad, 12] ⸢years⸣ [he ruled].
AKL, Nassouhi: […]

In Nassouhi’s originele transcriptie staan een paar tekens in Iptar-Sins regel, waaronder “21 [jaar]”. 9

Bazayu

Bāzāyu
1402-1375

AKL, Khorsabad: (52) Bāzāyu, son of Bēlu-bāni, 28 years he ruled.
AKL, SDAS: (52) Bāz⸢ā⸣[yu, son of Bēlu-bāni, he ruled 28 years].
AKL, Nassouhi: (52) B[āzāyu, son of] B[ēlu-bāni, ruled] 20[+x year]s.

Lullaya

Lullāya
1374-1369

AKL, Khorsabad: (53) Lullāya, son of a nobody, 6 years he ruled.
AKL, SDAS: (53) Lullāy⸢u⸣, son of a nobody, ruled 6 years.
AKL, Nassouhi: (53) [Lullā]yu, son of [a nobody,] ru[led x year]s.

In Nassouhi’s originele transcriptie was [Lullay]u de zoon van Baza[yu]. 9

Kidin-Ninua

1368-1355

AKL, Khorsabad: (54) Kidin-Ninua, son of Bāzāyu, 14 years he ruled.
AKL, SDAS: (54) Kidin-Ninua, son of Bāzāyu, ruled 14 years.
AKL, Nassouhi: [Kidin-Ninua,] son of Bāzāyu, rule[d x year]s.

Zijn naam, in spijkerschrift ŠÚ-URU.NINA, werd ooit zowel als Kidin-Ninua en Šu-Ninua gelezen, maar dat bleek bij een herlezing toch Kidin-Ninua te zijn. 10

Samsi-Adads en Ishme-Dagans

Wat heel mooi op een logische plek valt als Kidin-Ninua in deze tijd regeerde, zijn de namen in zijn familie. Hij gaf zijn zonen de namen van koningen: Sarma-Adad (II) naar zijn neef, Erishum (III) naar Erishum, mogelijk II (1472/52-1446) en Ishme-Dagan naar Ishme-Dagan I (1412-1373), de zoon van Samsi-Adad I (1445-1413). Ook onder zijn nakomelingen bleven deze namen in gebruik. Ishme-Dagan was de vader van Samsi-Adad (III), en Erishum noemde zijn zoon Samsi-Adad (II), en die zijn zoon weer Ishme-Dagan (II). Op Sarma-Adad na kwamen deze namen niet voor in de familie.

Ishme-Dagan (II, 1332-1317) brak met deze traditie. Zijn zonen heetten Assur-nirari (I) en Nur-ili. Ook dat is precies de goede tijd als Kidin-Ninua in 1368-1355 regeerde, want de laatste koning van Samsi-Adad I’s dynastie werd verwijderd door Puzur-Sin, die tot 1340 of 1336 regeerde.

Sarma-Adad II

Šarma-Adad II
1354-1352

AKL, Khorsabad: (55) Šarma-Adad, son of Kidin-Ninua, 3 years he ruled.
AKL, SDAS: (55) Šarma-Adad, son of Kidin-Ninua, ruled 3 years.
AKL, Nassouhi: […]

Erishum III

Erišum III
1351-1339

AKL, Khorsabad: (56) Erišum, son of Kidin-Ninua, 13 years he ruled.
AKL, SDAS: (56) Erišum, son of Kidin-Ninua, ruled 13 years.
AKL, Nassouhi: […]

Samsi-Adad II

Šamšī-Adad II
1338-1333

AKL, Khorsabad: (57) Šamšī-Adad, son of Erišum, 6 years he ruled.
AKL, SDAS: (57) Šamši-Adad, son of Erišum, ruled 6 years.
AKL, Nassouhi: […]

Ishme-Dagan II

Išme-Dagān II
1332-1317

AKL, Khorsabad: (58) Išme-Dagān, son of Šamšī-Adad, 16 years he ruled.
AKL, SDAS: (58) Išme-Dagān, son of Šamšī-Adad, 16 years he ruled.
AKL, Nassouhi: (58) [Išme-Dagan, son of] Šam[ši-Adad,] 16 y[ears he ruled].

Jaarnamen

Na het einde van de bekende Oud-Assyrische lijsten met jaarnamen (na het jaar dat tegenwoordig REL 255 heet, in mijn chronologie 1355), kwam onder andere het jaar dat genoemd is naar Išme-Dagan de zoon van Šamšī-Adad. Dit is mogelijk een nakomeling van Samsi-Adad I. 11 Dit kan de latere koning Isme-Dagan II zijn.

Samsi-Adad III

Šamšī-Adad III
1316-1301

AKL, Khorsabad: (59) Šamšī-Adad, son of Išme-Dagān, brother of Šarma-Adad, son of Kidin-Ninua, 16 years he ruled.
AKL, SDAS: (59) Šamšī-Adad, son of Išme-Dagān, brother of Šarma-Adad, son of Kidin-Ninua, ruled 16 years.
AKL, Nassouhi: (59) Šamši-A[dad, son of] Išme-D[agan,] brother of [Šarma]-Adad, s[on of Kidin-Ninua,] ⸢16?⸣ ye[ars h]e ruled.

Nassouhi heeft in zijn originele transcriptie voor hem 15 jaar, zonder vraagteken. 9

Inscripties

Samsi-Adad III is de eerste koning op deze pagina van wie inscripties bekend zijn. Van de grote voorhof van de tempel van Assur in Assur komt een fragment met de tekst: “[(Property of) the palace of Šamšī]-Adad, son of I[šme-Dagan …]” Op een fragment van een baksteen uit Assur: “Šamšī-Adad, vice-regent of the god Aššur, son of Išme-Dagan: For his life and the well-being of his city the temple … [of?] New City? [he] built.” 12 Ook kan hij worden geïdentificeerd met de koning van Assyrië die de ziqqurrats herstelde die Samsi-Adad I (1445-1413) had gebouwd. 13

“[…], vice-regent of the god [Aššur, son of] Išme-D[agan (who was) also] vice-regent of the god [Aššur]” 14 kan niet Šamšī-Adad III zijn: deze noemde zijn vader, zoals in de tweede inscriptie in de vorige alinea, geen vice-regent. Het zal daarom zijn opvolger Assur-nirari I of diens broer Nur-ili (1251-1226) zijn.

Assur-nirari I

Aššur-nārārī I
1300-1275

AKL, Khorsabad: (60) Aššur-nārārī, son of Išme-Dagān, 26 years he ruled.
AKL, SDAS: (60) Aššur-nārārī, son of Išme-Dagan, rul[ed] 26 years.
AKL, Nassouhi: (60) Aššur-nā[rārī, son of] Išme-Dagan, 26? [years] he ruled.

Nassouhi heeft in zijn originele transcriptie 26 jaar, zonder vraagteken. 9

“Aššur-nārārī, vice-regent of the god Aššur, son of Išme-Dagan, vice-regent of the god Aššur” was volgens zijn incripties bezig met bouwen en het herstellen van gebouwen. 15 Salmaneser I (1080-1052) noemt “Aššur-nārārī, vice-regent of Aššur, son of Išme-Dagan (who was) also vice-regent of Aššur, my forefather” als de bouwer van een paleiscomplex. 16

Puzur-Assur III

Puzur-Aššur III
1274-1251

AKL, Khorsabad: (61) Puzur-Aššur, son of Aššur-nārārī, ruled [24 years].
AKL, SDAS: (61) Puzur-Aššur, son of Aššur-nārārī, [ruled] 24 years.
AKL, Nassouhi: (61) Puzur-A[ššur], son of Aššur-nārārī, 14 y[ears] he ruled.

Voor de reden dat ik denk dat hij 24 jaar regeerde, in plaast van 14, zie hier.

Van Puzur-Assur zijn maar liefst vijf en mogelijk zes inscripties bekend. Voor zover ze niet te beschadigd zijn gaan ze over hoe hij belangrijke gebouwen herstelde. Een daarvan is: “Puzur-Aššur, vice-regent of the god Aššur, son of Aššur-nārārī, (who was) also vice-regent of the god Aššur: The room of the šuḫūru of the temple of the Assyrian Ištar which Ilu-šumma (-1610), the prince, had built and (which) Sargon (I, 1554-1515), my forefather, son of Ikūnum (1569-1555), had restored – (that structure) had become dilapidated and I rebuilt (it).” 17

Latere vermeldingen

Puzur-Assur III is een van degenen die weleens door latere Assyrische koningen wordt genoemd. Adad-nirari I (1092-1062) herstelde de inmiddels vervallen muur in Assur die zijn voorvader Puzur-Aššur had gebouwd, een muur die Assur-bel-nisheshu (1178-1170), een andere voorvader, had uitgebreid. 18 Opnieuw Adad-nirari I herstelde de tempel van de Assyrische Ishtar. Deze was gebouwd door zijn voorvader Ilu-shuma (-1610), zoon van Shalim-ahum, en al eerder hersteld door Sargon (I, 1554-1515), zoon van Ikunum, en Puzur-Assur (III), zoon van Assur-nirari (I), allen vice-regenten van Assur. 19

Ook Salmaneser I (1080-1052) herstelde de tempel van de Assyrische Ishtar, en herhaalt de bouwgeschiedenis van Adad-nirari I. 20

Assur-bel-kala (919-902) tenslotte herbouwde een poort die gebouwd was door [Puzur-Ašš]ur, zoon van Aššur-nārārī. Deze poort was al eerder vervallen geraakt en hersteld door Ašš[ur-…], maar door een vloed weggespoeld. 21

Enlil-nasir I

Enlil-nāṣir I
1250-1238

AKL, Khorsabad: (62) Enlil-nāṣir, son of Puzur-Aššur, 13 years he ruled.
AKL, SDAS: (62) Enlil-nāṣir, son of Puzur-Aššur, [ruled 13 years].
AKL, Nassouhi: (62) Enlil-nāṣir, [son of ]Puzur-Aššur, 13 [years he r]uled.

De RIAo-vertaling van de Nassouhi-lijst heeft 12 in plaats van 13, maar de 12 staan niet tussen de verschillen op de AKL die Jonathan Valk noemt. 22 Maar de RIAo-vertaling heeft een paar duidelijke typfouten en daar kan de 12 heel goed bij horen. Datzelfde zal gelden voor de naam van Enlil-nasirs vader, die in de RIAo-vertaling ook Enlil-nasir is; dat heb ik nergens anders gezien. 5 juni 2022: In Nassouhi’s originele transcriptie heeft Enlil-nasir I 13 jaar, en was hij de zoon van Puzur-Assur. 9

Van hem is één gefragmenteerde inscriptie bekend: “Enlil-[nāṣir, vice]-regent of the god [Aššur, son of] Puzur-Aš[šur, (who was) also vice]-regent of the god Aššur: For his life and the well-being of his city, the towers of [… which] Išme-Dagan (I, 1412-1373), vice-[regent of the god Aššur, son of Šamšī]-Adad (I, 1445-1413), vice-[regent of the god Aššur …]” 23 Assur-uballit I (1136-1102) noemt als zijn verste voorvaderen “Enlil-nāṣir, vice-regent of the god Aššur, (was) the son of Puzur-Aššur, vice-regent of the god Aššur”. 24

Nur-ili

1251-1226

AKL, Khorsabad: (63) Nūr-ili, son of Enlil-nāṣir, 12 years he ruled.
AKL, SDAS: (63) [Nū]r-ili, son of Enlil-nāṣir, [ruled 12 years].
AKL, Nassouhi: (63) Nūr-il[i, son of] Išme-Dagan, 26? years he ruled. (Nassouhi heeft in zijn originele transcriptie 12 jaar, zonder vraagteken. 9 )

Het verschil in vadersnaam kan een politieke keuze zijn, om te laten zien dat de koningen van Assyrië elkaar meestal van vader op zoon waren opgevolgd. Hij zal dan ook een zoon van Ishme-Dagan (II) zijn geweest.

Het verschil in regeringslengte is bijzonder. Uit het verschil tussen Distanzangaben 4-5 is te puzzelen dat de onzekere lezing van 26 jaar kan kloppen. Hij was dan 14 jaar een co-heerser of rivaal van Puzur-Assur III en Enlil-nasir I, voor hij de laatste uiteindelijk opvolgde. Dit is in de Khorsabad- en SDAS-versies verborgen door zijn regering in te korten en hem de zoon van Enlil-nasir te maken.

Voor een mogelijke inscriptie van hem, zie Samsi-Adad III.

Assur-shadduni

Aššur-šaddûni
1226

AKL, Khorsabad: (64) Aššur-šaddûni, son of Nūr-ili, 1 month of days he ruled.
AKL, SDAS: (64) [Aššur-š]addûni, son of Nūr-ili, [ruled 1 month of days].
AKL, Nassouhi: (64) Aššur-šaddūni, [son of] Nūr-ili, ⸢one month of days he ruled.⸣

Assur-rabi I

Aššur-rabi I
1225-(voor 1203)

AKL, Khorsabad: (65) Aššur-rabi, son of Enlil-nāṣir, Aššur-šaddûni from the throne he deposed, he sized the throne, he ruled x years.
AKL, SDAS: (65) [Aššu]r-rabi, son of Enlil-nāṣ[ir, Aššur-šadduni from the throne he depos]ed, the throne he siz[ed, he ruled x years].
AKL, Nassouhi: (65) [Aššur-rabi, son of] Enlil-nāṣir, [Aššur-šaddûni from the] throne […]

Assur-uballit I (1136-1102) noemt onder zijn voorouders “Aššur-rabi, vice-regent of the god Aššur, (was) the son of Enlil-nāṣir”. 24

Zijn regeringslengte en die van zijn zoon, Assur-nadin-ahhe I, zijn weggebroken op elke versie van de AKL. Het totaal voor hun regeringen is daarentegen te reconstrueren uit de inscripties van drie latere koningen, die de regeringen van de meeste van hun voogangers bij elkaar optelden om te kunnen laten zien hoe oud een bepaald gebouw al was. Uit deze Distanzangaben, en wel nummers 4-5 en nummer 9, is de conclusie te trekken dat ze samen 23 jaar regeerden.

Assur-nadin-ahhe I

Aššur-nādin-aḫḫē I
(na 1225)-1203

AKL, Khorsabad: (66) Aššur-nādin-aḫḫē, son of Aššur-rabi, ruled x years.
AKL, SDAS: (66) [Aššur-nādin-aḫ]ḫē, son of Aššur-ra[bi, ruled x years].
AKL, Nassouhi: […]

Voor zijn regeringslengte, zie zijn vader.

Egypte

Assur-uballit I schreef in brief EA 16, aan de koning van Egypte: “When Aššur-nadin-aḫḫe, my ancestor, wrote to Egypt, 20 talents (600 kilo) of gold were sent to him.” Dit is een enorm bedrag aan goud, veel groter dan de gebruikelijke giften tussen koningen. Het gaat waarschijnlijk over de prijs voor een bruid. 25 Geen van beide Assur-nadin-ahhes was in de mannelijke lijn een voorvader van Assur-uballit. Maar zoals eerder bleek kan voorvader ook voorganger betekenen; zie hier. De Assyriërs noemden al hun voorgangers voorvaderen. Assur-rim-nisheshu (1169-1162) noemde zelfs Kikkiya (17e eeuw) zijn voorvader, terwijl er geen genealogie te ontdekken is.

Ik denk dat de bedoelde Assur-nadin-ahhe nummer I was. In mijn chronologie kan hij namelijk de enige zijn die een tribuut stuurde aan Thutmose III in diens jaar 24 (1206/5). Thutmose ontving toen het tribuut van “the chief of Assur”, met onder andere 5,625 kilo lapis lazuli, mooi lapis lazuli uit Babylon, vaten uit Assyrië van steen met kleur, en iets wat niet meer leesbaar is, maar heel veel was. 26 Datzelfde jaar kreeg hij een tweede tribuut van “the chief of Assur”, waaronder paarden, een dierenhuid die bedoeld was om een strijdwagen te beschermen, en minstens 190 wagens met hout. 27

Deze overeenkomst werd bereikt zonder daar rekening mee te houden bij het opstellen van de chronologie.

Latere vermeldingen

Verschillende latere koningen noemen een Assur-nadin-ahhe als een al lang overleden koning die wat bouwde in Assyrië. Het is onduidelijk of dit Assur-nadin-ahhe I of II is, want geen van deze koningen noemt de vader of een zoon van deze Assur-nadin-ahhe(s). Maar als het grote tribuut dat Thutmose III ontving van Assur-nadin-ahhe I kwam, is het mogelijk dat in ieder geval meestal I bedoeld wordt.

Het paleis in Aššur dat gebouwd was door “Aššur-nādin-aḫḫē, choicest among my forefathers, a king who preceded me” werd hersteld door Adad-nirari I (1092-1062). 28

Tiglath-pileser I (959-922) herstelde de muur van de stad Aššur, die “Aššur-nādin-aḫḫē, vice-regent of the god Aššur, king, my forefather who preceded me, had previously built” 29, en herbouwde het huis van de šaḫūru, dat door zijn voorvader Tukulti-Ninurta (I, 1051-1016), vice-regent van Assur, was gebouwd. Dit gebouw stond naast het huis van de oude šaḫūru, dat gebouwd was door “Aššur-nādin-aḫḫē, my forefather, vice-regent of Aššur, a prince who preceded me”. 30

Assur-bel-kala (919-912) herbouwde een groot terras dat Aššur-nādin-aḫḫē, koning van Assyrië, had gebouwd en inmiddels vervallen was geraakt. 31

Enlil-nasir II

Enlil-nāṣir II
1202-1197

AKL, Khorsabad: (67) Enlil-nāṣir, his brother, deposed him from the throne (and) 6 years he ruled.
AKL, SDAS: […]
AKL, Nassouhi: […]

Assur-nirari II

Aššur-nārārī II
1196-1190

AKL, Khorsabad: (68) Aššur-nārārī, son of Enlil-nāṣir, 7 years he ruled.
AKL, SDAS: […]
AKL, Nassouhi: […]

Volgens Nassouhi was het niet moeilijk om in deze regel de naam Aššur-rabi te herstellen in de versie van de AKL die naar hem genoemd is. 32 Dat past bij de inscripties. Eriba-Adad I (1163-1137) noemt hem “[the son of Ašš]ur-rabi” 33, en Assur-uballit I (1136-1102) noemt hem “Aššur-nārāri, vice-regent of the god Aššur, the son of Aššur-rabi” 34. Dat hij in de Khorsabad-lijst de zoon van Enlil-nasir wordt genoemd zal een politieke keuze zijn, die laat zien dat de opvolging niet vlekkeloos verliep, maar dat hij door zijn afstammelingen gezien werd als de rechtmatige koning. Het is dan niet vreemd dat van Enlil-nasir wèl wordt gezegd dat hij zijn broer had afgezet.

Uit zijn tijd zijn twee jaarnamen bekend, de jaren die genoemd zijn naar Aššur-mutakkil de zoon van Adad-ēriš en Urad-šerū’a. 35

Assur-bel-nisheshu

Aššur-bēl-nišēšu
1189-1181

AKL, Khorsabad: (69) Aššur-bēl-nišēšu, son of Aššur-nārārī, 9 years he ruled.
AKL, SDAS: […]
AKL, Nassouhi: (69) [Aššur-bēl-nišēšu,] son of [Aššur-nārārī, for x years] he ruled.

Uit zijn tijd is één jaarnaam bekend, het jaar dat genoemd is naar Bēl-qarrād. 35

Van hem is één inscriptie bekend: “Aššur-bēl-nišēšu, vice-regent of the god Aššur, son of Aššur-nārārī, (who was) also vice-regent of the god Aššur: For his life and the [well-being] of his city (Aššur) the great wall of New City which Puzur-Aššur, the prince my forefather, had built – to the region of that wall I built a new wall. I applied a facing to all of it from the great wall of Inner City as far as the River (Tigris). I built (it) from top to bottom and deposited my clay cone. The gods Aššur and Adad will listen to the prayers of a later prince when that wall becomes dilapidated and he rebuilds (it). May (the same prince) restore my clay cone to its place.” 36

Dat hij bouwde aan deze muur wordt gemeld door Adad-nirari I (1092-1062). 18

Assur-rim-nisheshu

Aššur-rêm-nišēšu
1180-1173

AKL, Khorsabad: (70) Aššur-rêm-nišēšu, son of Aššur-bēl-nišēšu, 8 years he ruled.
AKL, SDAS: (70) [Aššur-r]êm-n[išēšu, son of Aššur-bēl-nišēšu], ⸢8⸣  [years he ruled].
AKL, Nassouhi: (70) [Aššur-rêm-n]išēšu, son of Aššur-bēl-nišēšu, [for x years] he ruled. (Volgens Nassouhi kan mogelijk 6 jaar worden gelezen. Toen Brinkman dit later wou checken was het kleitablet al te beschadigd om er iets over te kunnen zeggen.)

Uit zijn tijd zijn drie en mogelijk zes jaarnamen bekend. 35

Hij is bekend van één inscriptie: “Aššur-rêm-nišēšu, vice-regent of the god Aššur, son of Aššur-nārārī, vice-regent of the god Aššur, son of Aššur-rabi, vice-regent: The wall which Kikkia (17e eeuw), Ikūnum (1569-1555), Sargon (I, 1554-1515), Puzur-Aššur (II, 1514-1507), (and) Aššur-nārārī (I), son of Išme-Dagan (II), my forefathers, had built had become dilapildated and I rebuilt (it) from top to bottom for my life and the well-being of my city. I restored its clay cones to their places. The gods Aššur and Adad will listen to the prayers of a later prince when that wall becomes dilapidated and he rebuilds (it). May (the same prince) restore its clay cones to their places.” 37

Uit deze inscriptie wordt meteen duidelijk dat Assur-rim-nisheshu niet de zoon van Assur-bel-nisheshu was, zoals op de AKL, maar zijn broer. Dat hij de zoon van Assur-bel-nisheshu wordt genoemd is dan een politieke keuze en zal betekenen dat er onenigheid bij de opvolging was.

Ber-nadin-ahhe

Bēr-nādin-aḫḫē
1180-

Hij wordt niet genoemd op de AKL. Maar dat hij regeerde blijkt uit de paar keer dat hij uklu wordt genoemd. 38 Kleitablet KAJ 174 noemt het jaar dat genoemd is naar Ber-nādin-aḫḫê mâr (zoon van) Aššur-nirâri uklim. Een van de getuigen op KAJ 8, uit de tijd van Assur-uballit I (1136-1102), was dŠamaš-ki-di-nu mâr Ibašši-ilu mâr dBe-ir na-din-a-ḫi uklim. 39

Het jaar van uklu Ber-nadin-ahhe komt uit de tijd van Assur-rim-nisheshu. 35 Assur-rim-nisheshu wordt op de AKL de zoon genoemd van Assur-bel-nisheshu, maar volgens hun inscripties waren ze broers. Deze verkeerde afkomst is dan een politieke keuze die laat zien dat de troonsbestijging van Assur-rim-nisheshu niet normaal verliep. Dat kan verklaard worden als Ber-nadin-ahhe tegelijk met hem regeerde.

Van hem zijn drie zonen, vier kleinzonen en twee achterkleinzonen bekend, maar geen van hen was ook uklu. Zij worden zonder uitzondering vermeld in de tijd van Eriba-Adad I en Assur-uballit I. 40 Ik neem dus aan dat, ondanks het moeilijke begin, de co-heerschappij van Ber-nadin-ahhe vredig verliep.

Assur-nadin-ahhe II

Aššur-nādin-aḫḫē II
1172-1163

AKL, Khorsabad: (71) Aššur-nādin-aḫḫē, son of Aššur-rêm-nišēšu, 10 years he ruled.
AKL, SDAS: (71) Aššur-nādin-aḫḫe, son of Aššur-rêm-nišē[šu, ruled 10 years].
AKL, Nassouhi: (71) [Aššur-nādin]-aḫḫē, son of Aššur-rêm-nišēšu, [for x years] he ruled.

Verschillende latere Assyrische koningen noemen een Assur-nadin-ahhe die onder andere de muur van en een terras in Assur had gebouwd, maar het is onduidelijk of dit I of II was. Ook noemt Assur-uballit I een Assur-nadin-ahhe die met Egypte schreef. Voor de vermeldingen, en de mogelijkheid dat hiermee vooral I bedoeld werd, zie Assur-nadin-ahhe I.

Puzur-Assur IV

Puzur-Aššur
1162-

Hij staat niet op de Assyrische Koningslijst. Maar tussen Assur-bel-nisheshu (1179-1171) en Assur-uballit I (1136-1102) noemt de Synchronic Chronicle een Puzur-Assur als koning van Assyrië: “Puzur-Aššur, king of Assyria, and Burnaburiaš, king of Karduniaš (Babylon), took an oath and fixed this very boundary-line.”

In de standaardchronologie is dit een probleem. De laatste Puzur-Assur op de AKL, nummer III, regeerde ongeveer 100 jaar voor Assur-bel-nisheshu en kan dus niet worden bedoeld. Maar als Eriba-Adad I op de Nassouhi-versie niet voor niets een andere vader heeft, en er dus mogelijk onenigheid was over hoe Eriba-Adad aan de macht kwam, kan een extra Puzur-Assur, die ik daarom nummer IV geef, de wettige opvolger van Assur-nadin-ahhe II zijn.

Dat met Eriba-Adad een extra lijn koningen begon kan een opmerking van zijn zoon Assur-uballit verklaren. In brief EA 15 schreef hij aan de koning van Egypte: “Up until now, my predecessors have not written; today I write you.” 41 Tegelijk schreef hij in brief EA 16: “When Aššur-nadin-aḫḫe, my ancestor, wrote to Egypt, 20 talents of gold were sent to him.” 42 Terwijl Puzur-Assur onafhankelijk was van Babylon, was Assur-uballit dat niet. Dezelfde Burnaburiash die met Puzur-Assur de grens vaststelde, schreef namelijk in brief EA 9 aan de koning van Egypte: “Now, as for my Assyrian vassals, I was not the one who sent them to you. Why on their own authority have they come to your country? If you love me, they will conduct no business whatsoever. Send them off to me empty-handed.” 43 Assur-uballit werkte zich uiteindelijk onder de macht van Babylon vandaan; volgens zowel de Synchronic Chronicle als Chronicle P bepaalde hij uiteindelijk wie er over Babylon heerste. Dat verklaart waarom hij in een inscriptie maar liefst zes generaties aan voorouders noemt. 24 Dat is veel meer dan gebruikelijk: hij zag zichzelf dus als de wettige opvolger van alle eerdere koningen.

Eriba-Adad I

Erība-Adad I
Jaar 1 begon op 23 december 1163
Jaar 27 begon op 14 maart 1137

AKL, Khorsabad: (72) Erība-Adad, son of Aššur-bēl-nišēšu, 27 years he ruled.
AKL, SDAS: (72) Erība-Adad, son of Aššur-bēl-nišēšu, [ruled 27 years].
AKL, Nassouhi: (72) [Erī]ba-Adad, son of Aššur-rêm-nišēšu, [for x years] he ruled.
KAV 9 is een fragment van waarschijnlijk een synchronische lijst met Assyrische en Babylonische koningen, voor de verandering met hun regeringslengtes erbij. Het is erg laat geschreven, op het fragment staan onder andere Babylonische koningen uit de 7e eeuw v.Chr.. Geen van de namen in de Assyrische kolom zijn bewaard gebleven. Wel zijn er regeringslengtes bewaard gebleven, en die passen het beste als de eerste vermelde koning Eriba-Adad I was. 44 [Eriba-Adad I] 27

De Nassouhi-versie van de AKL heeft voor Eriba-Adad een andere vader dan de andere twee versies. Volgens zijn eigen inscripties was hij de zoon van Assur-bel-nisheshu, zoals in de andere versies. “[Erība-Ada]d, [vice-regent of the god Aššu]r, [son of Ašš]ur-bēl-nišēšu, (who was) also [vice-regent of the god Ašš]ur; [Ašš]ur-bēl-nišēšu (was) [the son of Ašš]ur-nārārī, [vice-regent of the god A]ššur; Aššur-nārārī (was) [the son of Ašš]ur-rabi, [vice-regent of the god Aššu]r” herstelde een bouwwerk, waarvan de naam niet bewaard is gebleven. 33 Dat de Nassouhi-versie hem een zoon van Assur-rim-nisheshu noemt zal daarom een politieke keuze zijn geweest – en is het een aanwijzing dat hij niet op een gewone manier aan de macht kwam.

Naast deze inscriptie wordt hij vermeld op twee bakstenen uit de tempel van Assur in de stad Assur: “Erība-Adad, appointee of the god Enlil, vice-regent of the god Aššur, son of Aššur-bēl-nišēšu, [vice-regent of] the god Aššur.” 45 Ook kunnen veel genoemde jaarnamen in zijn tijd worden geplaatst. 11 jaarnamen komen dat zeker, 25 komen uit zijn tijd of die van Assur-uballit I, en 22 of mogelijk 23 uit Assur-uballits regering 35; er missen dan nog slechts 4 of 5 jaarnamen.

Aššur-bēl-kala (919-902) herbouwde het huis van de šaḫuru dat door Erība-Adad was gebouwd. 31 Volgens Adad-nirari I (1092-1062) herstelde Eriba-Adad de muur van de Nieuwe Stad in Assur. 18

laatste wijziging: 5 juni 2022

  1. I. J. Gelb, Two Assyrian King Lists, in Journal of Near Eastern Studies, Vol. 13, No. 4 (Oct., 1954), p. 227[]
  2. Nathan Morello, The Assyrian King List, The Royal Inscriptions of Assyria online (RIAo) Project, a sub-project of MOCCI, 2021[]
  3. Edward Stratford, Successor Eponyms, Debt Notes, Intercalation, and the Old Assyrian Calendar during Kültepe Level II: A Critical Reappraisal, in Journal of Near Eastern Studies, Vol. 74, No. 2 (October 2015), p. 313-314[]
  4. Jeffers (2017), p. 190-191[]
  5. Diego A. Barreya Fracaroli, The Chronology of Zimri-Lim’s Reign, A Report, in Aula Orientalis 29 (2011), p. 197-198[]
  6. Jeffers (2017), p. 186-187[]
  7. Nathan Morello, A Fragment of an Assyrian King List (VAT 9812), in The Royal Inscriptions of Assyria online (RIAo) Project, The RIAo Project, a sub-project of MOCCI, 2021[]
  8. Julian Reade, Assyrian King-Lists, the Royal Tombs of Ur, and Indus Origins, in Journal of Near Eastern Studies, Vol. 60, No. 1 (Jan., 2001), p. 6[]
  9. Essad Nassouhi, Grande liste des roys d’Assyrie, in Archiv für Orientforschung, 4. Bd. (1927), p. 3[][][][][][]
  10. Nils P. Heeßel, Zur Lesung der Königsnamen ŠÚ-URU.NINA, in N.A.B.U. 2002 n°3 (septembre), p. 60-6[]
  11. Gojko Barjamovic, Thomas Hertel en Mogens Trolle Larsen, Ups and Downs at Kanesh. Chronology, History and Society in the Old Assyrian Period (2012), p. 22-23[]
  12. RIMA 1, p. 79[]
  13. RIMA 1, p. 80-81[]
  14. RIMA 1, p. 82[]
  15. RIMA 1, p. 83-89)) “Aššur-nārārī, son of Išme-Dagan, my forefathers”, wordt genoemd als een van de bouwers van een muur die hersteld werd door Assur-rim-nisheshu (1169-1162). ((RIMA 1, p. 101[]
  16. RIMA 1, p. 200[]
  17. RIMA 1, p. 90-94[]
  18. RIMA 1, p. 147[][][]
  19. RIMA 2, p. 150[]
  20. RIMA 1, p. 195[]
  21. RIMA 2, p. 94[]
  22. Jonathan Valk, The Origins of the Assyrian King List, in Journal of Ancient Near Eastern History 2019; 6(1), p. 3, voetnoot 9[]
  23. RIMA 1, p. 95[]
  24. RIMA 1, p. 108-109[][][]
  25. Amarna, p. 39, met voetnoot 9 op p. 40[]
  26. Ancient Records, deel II, § 446[]
  27. Ancient Records, deel II, § 449[]
  28. RIMA 1, p. 152[]
  29. RIMA 2, p. 38[]
  30. RIMA 2, p. 44[]
  31. RIMA 2, p. 105[][]
  32. Graham Hagens, The Assyrian King Kist and Chronology: a Critique, in Orientalia, NOVA SERIES, Vol. 74, No. 1 (2005), p. 27[]
  33. RIMA 1, p. 107[][]
  34. RIMA 1, p. 110[]
  35. Jacob Dahl, List of Middle Assyrian limmu officials[][][][][]
  36. RIMA 1, p. 100[]
  37. RIMA 1, p. 101-102[]
  38. Eva Cancik-Kirschbaum, Nebenlinien des assyrischen Königshauses in der 2. Hälfte des 2. Jts. v. Chr., in Altorientalische Forschungen 26 (1999), 2, p. 213, met voetnoot 9[]
  39. Hillel A. Fine, Studies in Middle-Assyrian Chronology and Religion: Part I, in Hebrew Union College Annual, Vol. 24 (1952-1953), p. 190, met voetnoot 7[]
  40. Eva Cancik-Kirschbaum, Nebenlinien des assyrischen Königshauses in der 2. Hälfte des 2. Jts. v. Chr., in Altorientalische Forschungen 26 (1999), 2, p. 212-213, noemt Ber-nadin-ahhes nakomelingen. De dateringen van de limmu’s komt van Jacob Dahl, List of Middle Assyrian limmu officials. Ber-nadin-ahhes zoon Ibašši-ilī wordt vermeld als schuldeiser in de tijd van Eriba-Adad I en diens zoon Šamaš-kidinnu als getuige in de tijd van Assur-uballit I, zie Hillel A. Fine, Studies in Middle-Assyrian Chronology and Religion: Part I, in Hebrew Union College Annual, Vol. 24 (1952-1953), p. 190, met voetnoot 7.[]
  41. Amarna, p. 38[]
  42. Amarna, p. 39[]
  43. Amarna, p. 18[]
  44. Bloch (2012), p. 24, voetnoot 52, zie hier voor alle bewaard gebleven regeringslengtes[]
  45. RIMA 1, p. 108[]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.