Categorieën
1. Vroeg-dynastiek Aartsvaders

Izak en Qa‘a

Izak bij een van de door hem gestichte bronnen (1906 n.Chr.)1

Inleiding

Izak kreeg van God te horen dat hij niet naar Egypte moest gaan (Gen 26:2). Meer staat er niet, maar in combinatie met mijn andere dateringen van de aartsvaders is het mogelijk om te zeggen waaróm hij niet naar Egypte moest gaan.

Door die andere dateringen is het niet naar Egypte namelijk gaan ongeveer te dateren in de tijd van Qa‘a, de laatste koning van dynastie I, in wiens tijd het onrustig was in Egypte.

Deze post is een uitwerking van een gedeelte van deze post.

Izak

Er kwam een hongersnood in Kanaän en Izak wou naar Egypte trekken. “Toen verscheen de HEERE hem en zei: Trek niet naar Egypte, maar woon in het land dat Ik u noemen zal. Verblijf als vreemdeling in dit land. Ik zal dan met u zijn en u zegenen … Zo bleef Izak in Gerar wonen.” (Gen 26:1-6) Zijn zonen waren op dat moment al groot geworden (Gen 25:27) en Ezau was nog geen 40, want hij trouwde pas later (Gen 26:34), dus dit zal tussen 1986-1966 zijn geweest.

God hield Abraham niet tegen toen hij naar Egypte vertrok door een hongersnood (Gen 12:10-14). Een eeuw nadat Izak niet ging was het zelfs de bedoeling dat Jakob en zijn familie in Egypte neerstreken. Maar als Izak naar datzelfde land ging was God niet met hem en zou Hij hem niet zegenen (Gen 26:2-3). En gezegend werd Izak, want hij werd zelfs machtiger dan de Filistijnen (Avvieten) in wiens gebied hij neerstreek (Gen 26:12-16, 24). Je kan dus de conclusie trekken dat als Izak naar Egypte was gegaan, God hem had verlaten en het bergafwaarts ging.

Dat is mijn reden om te denken dat het in Egypte toen niet veilig was, en het zelfs onveiliger was dan in het gebied van de Filistijnen, waar Izak bang was om te worden vermoord (Gen 26:7).

Als dat klopt moet het passen in mijn chronologie.

Qa‘a

In een eerdere post werd duidelijk dat Izak tussen 1929-1909 beroofd was van zijn rijkdommen door een koning van Egypte. Door mijn datering van Egypte ten opzichte van de aartsvaders kan deze koning Peribsen zijn, die in het gebied Syrië-Israël een inval deed. Peribsen regeerde ongeveer in het midden van dynastie II. Als Izak 37-77 jaar eerder niet naar Egypte ging, is deze periode ongeveer het begin van de dynastie.

In deze periode zijn er meerdere fases waarin het minder veilig was in Egypte. De overgang van dynastie I naar II liep niet soepel. Qa‘a, de laatste koning van I, had namelijk maar liefst drie verschillende nsw bjt nb.tj-namen had, Sen, Sehetep en Qa‘a, die respectievelijk “de verbroederaar”, “de kalmeerder” en “degene die zijn arm opheft” betekenen. Ze kunnen verschillende fases uit zijn regering markeren en de betekenissen zeggen uiteraard wel iets. Twee koningen die in geen van de latere lijsten worden vermeld, Sneferka (of Neferkaes, of iets dergelijks) en een naam die meestal gelezen wordt als Ba of Vogel, kunnen namelijk tijdens of na Qa‘a worden gedateerd. 2

Qa‘a’s opvolgers, de heersers van II, zijn erg onbekend en details over hun regeringen zijn onduidelijk. 3 Dat geldt meestal voor koningen die maar kort regeerden, zoals de opvolgers van Nehesy uit dynastie XIV, en verschillende koningen uit de Tweede en Derde Tussenperiodes. Toch kan er wel gezegd worden dat de onrust, als die al volledig was verdwenen, terugkeerde.

In een inscriptie uit Tomb P in Umm el-Qaab is de nsw bjt nb.tj-naam Nynetjer, de derde koning van II, over de uitgewiste naam van Weneg heen geschreven. De daarnaast geplaatste Horus-naam van Weneg, Raneb, is voor een groot gedeelte uitgewist. 4 In Egypte probeerden ze het bestaan van koningen die achteraf als verkeerd werden gezien, uit te wissen. Het bekendste voorbeeld daarvan is Akhenaten (1105-1088). De Palermo Stone vermeldt voor jaar 13 van Nynetjer: “Attacking the towns of Sm-r… and H3”. H3 betekent “north land”, zodat deze zin geïnterpreteerd kan worden als de onderdrukking van een rebellie in Beneden-Egypte. 5 Peribsen claimde over heel Egypte te heersen, maar is in Beneden-Egypte alleen bekend van Saqqara, waar hij na zijn dood werd vereerd. 6 Khasekhemwy, de laatste heerser van II, wordt in Hierakonpolis, in Opper-Egypte, vermeld als overwinnaar over noordelijke vijanden. 6

Chronologie

Een koning aanwijzen die tussen 1986-1966 regeerde is redelijk ingewikkeld. De chronologie van dynastieën I-II is helaas niet (goed) bekend. Van de Turin Canon zijn bijna geen snippers met regeringsjaren bewaard gebleven, en de paar opgaves die wel duidelijk zijn passen weer totaal niet bij Manetho. In ieder geval voor II is het daarom niet mogelijk om eenvoudig een aantal decennia bij elke koning weg te schrapen om toch een goede indruk te krijgen. Daarnaast zijn veel namen uit de latere koningslijsten niet gevonden in de tijd van II, en omgekeerd geldt dat precies zo.

Wel zijn een paar farao’s ongeveer te dateren aan de hand van de Bijbel:

  • De farao die Abraham tussen 2091-2081 ontmoette was er een uit het begin van dynastie I. Deze man was dan Djer of een opvolger. Als het Djer was zou het een paar dingen verklaren die anders onduidelijk blijven, dus daar ga ik wel vanuit.
  • Neferkasokar, een van de laatste koningen van II, heerste tijdens de hongersnood in 1878-1871.
  • Peribsen kan zoals gezegd in 1929-1909 worden geplaatst. Hij is mogelijk Senedj uit de latere koningslijsten, twee koningen voor Neferkasokar. Doordat de chronologie onduidelijk is kan alleen gezegd worden dat dat ongeveer past.

Izak zou vanuit Kanaän in Beneden-Egypte belanden. Het was hier dat Nynetjer oorlog voerde. Hij was de tweede koning voor Senedj, regeerde minstens 30 jaar 7 of minstens 35 jaar en wordt eigenlijk alleen in Beneden-Egypte genoemd 8. Dankzij de bovenstaande dateringen kan hij omstreeks 1970/50-1930/20 worden geplaatst. Omdat zijn oorlog door de Palermo Stone in jaar 13 wordt geplaatst kan deze op zijn vroegst omstreeks 1960/55 zijn uitgevochten. Dat is duidelijk te laat om een onmiddellijke bedreiging voor Izak te zijn.

Het is onduidelijk hoelang Nynetjers twee voorgangers regeerden, maar hij lijkt de enige koning van de dynastie te zijn die meer dan 30 jaar regeerde. 7 De enige andere duidelijke onrust in Egypte in deze periode was in, of aan het eind van Qa‘a’s regering. Als Nynetjers twee voorgangers slechts kort regeerden en Abrahams farao inderdaad Djer was, kan het eind van Qa‘a’s regering uitstekend tussen 1986-1966 worden geplaatst.

Conclusie

Izak wou door de hongersnood naar Egypte reizen, tot God hem zei dat hij tussen de Filistijnen moest wonen. Ondanks dat was Izak bang dat hij door de Filistijnen vermoord zou worden. Hij dacht dus dat Egypte minstens veilig genoeg was.

In deze tijd kan volgens de chronologie Qa‘a hebben geregeerd, in wiens tijd Egypte minder veilig was dan in Abrahams tijd. Wat voor Qa‘a spreekt, en niet voor Nynetjer, is dat er in Qa‘a’s tijd vijandig naar Setjet (Syrië-Israël) werd gekeken. Op een stuk ivoor uit zijn tombe tombe staat een vastgebonden gevangene, die volgens de hiëroglief daarboven een inwoner is van Setjet. Deze gevangene staat volgens Toby Wilkinson waarschijnlijk voor Egyptes vijanden in het algemeen en kan daarom niet dienen als bewijs voor een veldtocht door zuidelijk Israël. Ondanks dat was er ook vreedzaam contact met Setjet; 18 vaten uit het gebied zijn gevonden in tombes in Noordelijk Saqqara, uit de tijd van Qa‘a. 9 Het is deze dubbele relatie met Setjet die spreekt uit Genesis 26:1-6.

Ik denk daarom dat Qa‘a op dit moment tussen 1986-1966 nog aan de macht was en zowel de onrusten aan het eind van zijn regering als de hele dynastie II nog moesten komen. God waarschuwde Izak dan zo voor waar hij middenin terecht zou komen.

  1. By the Providence Lithograph Company, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=8379361 []
  2. AEC, p. 98-99 []
  3. Wilkinson (1999), p. 69 []
  4. AEC, p. 102-103 []
  5. Wilkinson (1999), p. 72 []
  6. AEC, p. 105 [] []
  7. AEC, p. 107 [] []
  8. Wilkinson (1999), p. 71-72 []
  9. Wilkinson (1999), p. 68 []

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *