Categorieën
Sumer en Akkad

Larsa

De zigurrat van Larsa 1

Inleiding

Voor de een is Larsa een willekeurige groep letters, in het zuiden van Mesopotamië was het een koninkrijk. Het lag tussen de Tigris en de Eufraat, niet ver bij de toenmalige kust van de Perzische Golf vandaan. Ruim twee eeuwen lang was het de hoofdstad van een koninkrijk dat over de steden in de buurt heerste.

Larsa is een heel oude stad. Ze wordt voor het eerst vermeld in een plaatsnamenlijst uit de tijd van Lugal-zage-si, die koning was van Uruk, nog voordat het Akkadische rijk ontstond. Deze lijsten beginnen met Ur, Nippur, Larsa en Uruk. In het Sumerisch heette Larsa Ararma. Potscherven die er zijn gevonden dateren uit de Ubaid I-periode, in een Bijbelse chronologie hoogstens een paar eeuwen na de zondvloed. Het was mogelijk ooit een plaats waar een graanmolen stond. 2

De koningen van Larsa heersten ongeveer tegelijkertijd met de eerste dynastie van Isin. Beide hadden macht in het zuiden van Mesopotamië, maar op Rim-Sin I na hadden ze niet de overhand over heel Sumer en Akkad, het zuiden van Mesopotamië. Aan het eind van deze periode trokken veel mensen vanuit Sumer en Akkad naar het noorden.

Op de jaartallen na zijn er twee verschil met de standaardchronologie. Ik plaats Naplanum ten opzichte van Ur III (1722-1615) eerder dan gebruikelijk is en Samium moet een co-heerser zijn geweest met zijn zoon Zabaia.

Naplanum

Naplānum
1662-1642

Larsa King List: 21 jaar

Van hem en zijn eerste twee opvolgers zijn geen jaarnamen bekend, en van hem en de eerste twee ook geen koninklijke inscripties. Het is daarom mogelijk dat ze niet onafhankelijk waren, maar Larsa alleen bestuurden in naam van. Larsa was minstens in jaar 2 van Ibbi-Sin (1637) nog onderdeel van Ur. 3

Over hem is niks bekend, behalve als hij dezelfde is als de Amoriet Naplānum, die precies 21 jaar vermeld wordt in de Ur III-periode – van jaar 43 van Shulgi (1662) tot en met jaar 6 van Shu-Sin (1642). Hij komt voor met gouverneurs en staat meestal geregistreerd als ontvanger van vee. Dit waren vooral ossen en schapen, en daarnaast geiten, ezels en lammetjes, en een keer dúsu-paardachtigen. Soms worden familieleden genoemd; zijn vrouw, zonen Abi-iškin, Ilī-bābum, Mudanum en Šulgi-abi, broers Ea-bila de Amoriet en Yanbul-lī, en een schoonzus. Hij had een hoge status, want hij komt voor met belangrijke mensen uit Mari, Uršu, Ebla, en met de ensi’s (gouverneurs) van Kiš, Girsu en Marhaši en de zoon van de koning. Geen van de teksten geeft ook maar het idee dat hij iets met Larsa te maken had. 5 teksten over hem komen juist uit Lagash. 4 Zijn zoon Ili-babum wordt opnieuw vermeld in jaar 2 van Ibbi-Sin (1637). 5

Ik vind het wel heel toevallig dat een Naplanum 21 jaar koning van Larsa zou zijn geweest in ongeveer de tijd dat een belangrijke Naplanum 21 jaar wordt vermeld, en identificeer hen en hun periodes daarom met elkaar. De vraag die niet beantwoord wordt is waarom hij opduikt in de koningslijst van Larsa.

Iemsium

Iemṣium
1641-1614

Larsa King List: 28 jaar

Van de Naplanum uit Ur III is geen zoon bekend met de naam Iemsium. Wel kreeg een Amoriet Iemṣium een vat met zuivere olie in jaar 16 van Ishbi-Erra (1635), de eerste koning van Isin, en een leren tas in diens jaar 32 (1619). Deze Iemsium had een hoge status: hij wordt onder andere samen genoemd met Abda-El, de schoonvader van koning Bilalama van Eshunna, en Abda-Els zoon Ušašum, de schoonzoon van koning Nūr-ahum van Eshnunna. 6

Samium

Sāmium
1613-1579

Larsa King List: 35 jaar

In een document uit Girsu werd een eed gezworen in de naam van Sāmium. Een eed werd alleen gezworen bij goden en heersers; Sāmium was dus een heerser. Het is onduidelijk of hij onafhankelijk was van Isin. 7 De enige links tussen Samium en Larsa zijn de vermeldingen als vader van Zabaia en Gungunum daar.

Zabaia

Zabāia
1594-1586

Larsa King List: 9 jaar

Hij is de eerste koning van Larsa van wie een koninklijke inscriptie bekend is. Een daarvan staat op vijf bakstenen uit een tempel in Larsa: “Zabāia, Amorite chief, son of Sāmium, built the Ebabbar.” 8

Voor de door hem gewonnen strijd om Nippur met waarschijnlijk Iddin-Dagan van Isin, zie hier.

Samium (1613-1579) en zijn twee voorgangers worden niet vermeld in Larsa, terwijl Zabaia (1594-1586) duidelijk maakt dat hij de zoon was van Samium. Samium zal daarom bekend zijn geweest in Larsa. Zoals te zien is aan hun jaartallen regeerden ze in dezelfde tijd. Samiums jaartallen zijn berekend vanaf Naplanum, die gedateerd is dankzij Ur III, en die van Zabaia dankzij zijn opvolgers, die connecties hebben met de dynastieën van Isin I en Babylon I. Het is daarom mogelijk dat Samium in Girsu of in ieder geval buiten Larsa verbleef, en zijn zoon aanstelde in Larsa. Op dezelfde manier gaat de Larsa King List na Rim-Sin I verder met Hammurabi en Samsu-iluna, die wel Larsa in hun macht hadden, maar daar niet vandaan regeerden.

Gungunum

1585-1559

Larsa King List: 27 jaar
Larsa Date List: 27 jaar

Hij had plannen om zijn gebied uit te breiden. Een nogal beschadigde adab aan Nanna voor Gungunum, zegt onder andere “May …… restore your city for you.” en “May he bring back for you the scattered people of Sumer and Akkad.” “Gungunum, king of Larsa, king of the land of Sumer and Akkad, mighty heir of Sāmium, in the course of one year made the bricks and built the great wall of Larsa named “Utu overtakes the rebellious land.”” 9

Enanatuma, de dochter van Ishme-Dagan van Isin (1607-1588), wijdde aan Gungunum de bouw van twee magazijnen, één voor Dagan en de ander voor Utu. 10

Een brief van generaal Nanna-kiag̃ aan Lipit-Ishtar van Larsa (1587-1577) zegt dat troepen van Gungunum waren binnengedrongen in het gebied van Isin. Lipit-Ishtar zond hem in alle haast 2000 soldaten die met speren gooien, 2000 boogschutters en 2000 die twee bijlen tegelijk hanteren. 11 Gungunum installeerde volgens jaarnaam 13 (1573) Enninsunzi, de dochter van Lipit-Ishtar, als hogepriesteres van Nin-gublaga in Ur. 12.

Abi-sare

Abī-sarē
1558-1548

Larsa King List: 11 jaar

Kleitablet AO 8620 noemt Abī-sarē’s 11 jaarnamen, plus een extra mu-ús-sa jaar (“het jaar na”); in totaal 12. Dit mu-ús-sa jaar is niet bekend uit de administratie. 13 Ik negeer het daarom, want op zijn jaarnamen zijn de eerste economische teksten van het koninkrijk gedateerd, en dat zijn er niet weinig. 14

Uit Ur komt een inscriptie voor een standbeeld voor de tempel van Nanna: “Abī-sarē, heedful shepherd, beloved of Sîn, mighty man, king of Ur, Amorite chief am I”. Er wordt niks gezegd over Larsa; Fitzgerald denkt daarom dat Ur zijn hoofdstad kan zijn. 15

Oorlog met Isin

Het kleitablet uit Ur dat gedateerd is op de zesde maand van jaar 1 van Bur-Sin van Isin (1548) 16 heeft mogelijk te maken met een oorlog met Isin die door Bur-Sin werd gewonnen; Abi-sares jaarnaam 9, ofwel een gebeurtenis uit jaar 8 (1551), is: “the year the army of Isin was defeated by weapons” 17. Tussen deze gebeurtenissen in stierf Bur-Sins vader Ur-Ninurta (1576-1549), die met geweld om het leven was gebracht. 18

Abi-sare noemt in zijn jaarnamen in verhouding veel irrigatiewerken. 17 Het gaat om jaarnamen 2 en 4-7. Het kan niet zomaar worden aangenomen dat dit vrede betekent; het kan juist een teken van oorlog zijn. Midden tussen jaarnamen die gaan over kanaalwerk versloeg Sin-muballit van Babylon (1465-1446) namelijk het leger van Larsa. Ook in de jaarnamen van Abi-sares opvolger, Sumu-El, worden irrigatiewerken genoemd tussen de oorlogen door. 19 Hetzelfde geldt voor de jaarnamen van Rim-Sin I.

Sumu-El

Sūmû-El
1547-1519

Larsa King List: 29 jaar

Volgens één van de lijsten met jaarnamen: “28 years Sūmû-El was king.” Het verschil met de 29 uit de Larsa King List komt doordat deze lijst “the fourth year after the year the army of Kiš…” niet noemt. 20

Sumu-El noemde zich “machtige man” en “koning van Ur”, net als Gungunum en Abi-sare, maar in tegenstelling tot zij niet “koning van Larsa”. Hij is de eerste koning van Larsa die het koninklijke determinatief voor zijn naam liet schrijven, net als de laatste vier heersers van Ur, en gebruikte hun titels en erenamen. 21 Ondanks dat worden zijn jaarnamen 19-22 (1529-1526) niet vermeld in Ur. In plaats daarvan zijn er een cilinderzegel en een zegelafdruk van dienaren van Bur-Sin van Isin (1548-1528) gevonden. 22 In Nippur worden zijn jaarnamen 24-28 (1524-1520) vermeld, maar niet 29 (1519). Wel is daar gevonden een jaar van Erra-imitti van Isin (1522-1516). 23

Oorlog met Babylon

De jaarnamen van Sumu-El en Sumu-abum (1542/33-1529/0) en Sumu-la-El van Babylon (1533-1498) vullen elkaar aan. Als de connectie klopt, die er ook is in de standaardchronologie 24, laten ze het beeld zien van een oorlog tussen beide staten. De serie “jaar na X”, “tweede jaar na X” enzovoort kan betekenen dat de koning niks deed dat het vermelden waard was, of dat het juist zo belangrijk was dat het een eigen mini-tijdperk verdiende. 24 Telkens blijkt dat de koningen van Babylon het door Sumu-El veroverde grondgebied overnamen.

Sumu-El (Larsa)
4 (1544): Year Akusum was destroyed and the army of Kazallu was smitten by weapons
11 (1537): Year the army of Kish was smitten by weapons
12 (1536): Year after the army of Kish was smitten by weapons
13 (1535): Second year after the army of Kish was smitten by weapons


14 (1534): Third year after the army of Kish was smitten by weapons
15 (1533): Year Sumu-El the king defeated with his weapons the army of Kazallu and his king

Sumu-abum (Babylon)



3 (1540/31): Year the city wall of Elip (bij Akusum) was seized

10 (1533/24): Year in which (Sumu-abum) made for Kish its city wall (reaching) heaven
11 (1532/23): Year after the year in which (Sumu-abum) made for Kish its city wall (reaching) heaven

13 (1530/21): Year Sumu-abum destroyed / seized Kazallu; variant: Year in which Kazallu was sacked / seized; variant 24: the year Kazallu was destroyed and the army of Larsa was defeated by arms
14 (1529/20): Year after the year Kazallu was destroyed

Sumu-la-El (Babylon)
3 (1531): Year Alumbiumzu (Kazallu) was smitten by weapons
4 (1530): Year after the year Alumbiumu was smitten by weapons

De eerste keer dat Sumu-El het leger van Kazallu versloeg (jaarnaam 4) was het nog geen onderdeel van Babylon. Zijn dochter, Šāt-Sîn, was namelijk getrouwd met Ibni-šadû van Marad-Kazallu. Onbekend is dan weer wanneer het huwelijk werd gesloten. 25

Sumu-la-El gaat, na een aantal jaarnamen met bouw- en irrigatiewerken, over op een tijdperk vanaf de verwoesting van Kish (jaarnamen 13-17, 1521-1517). 1517 is jaar 2 van Sumu-Els opvolger. Het lijkt er dus op dat Sumu-El de oorlog uiteindelijk heeft verloren, en Kish weer terug werd gebracht aan Babylon.

Nur-Adad

Nūr-Adad
1518-1503

Larsa King List: 16 jaar

Er zijn 19 jaarnamen van hem bekend, waarvan twee mogelijk varianten zijn van twee andere. Een ander werd gaandeweg het jaar vervangen. 26 Hij noemt Nippur in een inscriptie, maar volgens teksten uit Nippur hoorde de stad in deze tijd bij Isin, tot het laatste jaar van Sin-iddinam. 27

Met Nur-Adad kwam een nieuwe familie op de troon. Hij was de vader van zijn opvolger Sin-iddinam, en mogelijk ook van diens opvolger Sin-iribam, die werd opgevolgd door zijn zoon, Sin-iqisham. Een andere zoon van Nur-Adad was Ahū-ṭab(um), die vermeldt wordt in een recept voor sesam, samen met zijn broer Sîn-iddinam dumu lugal (zoon van de koning). Ook Silli-Adad, de opvolger van Sin-iqisham, kan een zoon van hem zijn. Een document over de huur van een veld noemt een Sin-iddinam, Silli-Adad en Ahu-tabum, maar het is niet duidelijk of dit dezelfde familie is. 28

Voorspoed

In een inscriptie uit Larsa schrijft koning [Nur]-Adad dat hij de grote muur van Larsa bouwde. “I enlarged the cattle pens and sheepfolds. I made oil and butter abundant. I had my people eat food of all kinds, (and) drink abundant water. I destroyed the brigand, the wicked, and the evil-doer in their midst. I made the weak, widow, and orphan content. During my good reign, according to the market value which was in my land, thus one shekel of silver purchased 2 gur of barley, 2 ban of oil, 10 minas of wool, 10 gur of dates. At that time I built the great wall of Larsa like a mountain in a pure place. The wages of each worker were 3 ban of barley, 2 sila of bread, 2 sila of bear, 2 shekels of oil; thus they received this in one day.” 29

Sin-iddinam

Sîn-iddinam
1503-1496

Larsa King List: 7 jaar

Sin-iddinam heeft 7 jaar in de Larsa King List, maar er was een 8e jaar. Twee teksten zijn gedateerd op maand VI in het jaar dat volgde op “the year the great wall of Maškan-šapir was built”. Dit was geen variant op jaarnaam 6, want die naam is bekend vanaf maand II. 30

Sin-iddinam was volgens verschillende teksten al koning toen zijn vader, Nur-Adad, nog leefde. Hij herstelde bijvoorbeeld de Ganunmah in Ur voor zijn vaders leven en dat van hemzelf. Hij schrijft dat geen van zijn koninklijke voorouders de Ganunmah had hersteld, maar Nur-Adad claimde dat hij de Ganunmah had gebouwd. In twee teksten uit Lagash wordt een eed gezworen bij zowel Nur-Adad in Sin-iddinam. Eén van deze teksten is gedateerd op Sin-iddinams jaar 1. 31 Ik ga er daarom vanuit dat Sin-iddinams jaar 1 hetzelfde was als het laatste jaar van zijn vader en de Larsa King List alleen de periode na zijn vaders dood voor hem rekende. Wat gezien wordt als jaar 7 is dan in werkelijkheid jaar 8, en het jaar na het jaar waarin de grote muur van Mashkan-shapir werd gebouwd is dan jaar 7.

In Nippur werd jaar 19 van Enlil-bani van Isin (1497) gevolgd door jaar 8 van Sin-iddinam (1496). 32

Oorlog

In een inscriptie zegt Sin-iddinam over zichzelf: “the one who restored the old boundary – when he had made firm the foundations of the throne of Larsa, had defeated all (his) enemies with weapons”.  33 Ook schrijft hij “he (Sîn-iddinam) smote with weapons the land that rebelled against him (and) smashed the wapon of his enemy.”  34

Jaarnaam 4 (1500) is: “Year the army of Babylon was smitten by weapons”. 35 Varianten van jaarnaam 5 zeggen dat hij Babylon versloeg. 36 In Babylon regeerde op dit moment Sumu-la-El (1533-1498). Diens jaarnaam 34 (1500) is “Year Sumulael … (and) … was smitten by the weapons …” en jaarnaam 35 is “Year in which (Sumulael) brought 2 daises for Enki in the house of his father”.

Sin-iribam

Sîn-irībam
1495-1494

Larsa King List: 2 jaar

Een stenen gewicht uit zijn paleis ligt nu in Yale. 37

Sin-iqisham

Sîn-iqīšam
1493-1489

Larsa King List: 5 jaar

Sin-iqisham was “mighty man, son of Sîn-irībam, provider of Ur, king of Larsa”. 38

Van hem zijn 5 jaarnamen bekend. In Nippur werden jaarnamen uit Larsa gebruikt, vanaf het laatste jaar van Sin-iddinam (1496) tot jaar 4 van Sin-iqisham (1490), waarna een jaarnaam van Zambiya van Isin (1475-1473) werd gebruikt in de maanden VIII en IX. 39 Zambiya werd al snel verjaagd; jaarnaam 5 van Sin-iqisham (1489), over gebeurtenissen uit het voorgaande jaar (1490), is: “Year Kazallu, the army of the land of Elam, Zambiya the king of Isin and Babylon were smitten by the weapons”; een variant: “Year the land towards Elam was defeated”.

Dat Sin-iqisham Babylon versloeg is verder onbekend. Wel bekend is het enige kleitablet uit Nippur dat gedateerd is op een jaarnaam van een koning van Babylon, namelijk in maand IX van jaar 9 van Sabium (1489). 40 Dit was kennelijk vlak voordat Sabium werd verslagen. Ook bekend is jaarnaam 7 van Sabium (1491): “Year the army of Larsa was smitten by weapons”. 36

Silli-Adad

Ṣillī-Adad
1488

Larsa King List: 1 jaar

Zijn enige jaarnaam, “the year Ṣillī-Adad became king”, werd in maand 9 vervangen door “the year Ṣillī-Adad was removed from kingship”, of, een variant, “the year Ṣillī-Adad was not king”. In zijn twee koninklijke inscripties noemt hij zichzelf niet “koning van Larsa”, maar “gouverneur van Ur, Larsa, Lagaš, en het land Kutalla (14 kilometer ten oosten van Larsa).” Hij was ook “provider of Nippur”, waar zijn jaarnaam is gevonden. 41

Warad-Sin

Warad-Sîn
1487-1476

Larsa King List: 12 jaar

De oude bronnen noemen van hem 13 jaarnamen, zodat je de conclusie kan trekken dat hij 13 jaar regeerde, in plaats van de 12 van de Larsa King List. De discussie draait om het “Year (in which) the army of Malgium was smitten by weapons.” De ene lijst met jaarnamen plaatst deze jaarnaam na nummer 3. Maar in twee andere lijsten wordt het Malgium-jaar overgeslagen, en in een vierde lijst wordt juist nummer 3 overgeslagen. Kathleen Abraham trok daarom de conclusie dat het Malgium-jaar een alternatieve naam is van jaar 3. 42

Warad-Sins vader heette Kudur-mabuk en zijn opa Simti-šilhak. Uit welk volk ze stammen is onduidelijk. Kudur-mabuk en Simti-šilhak zijn Elamitische namen, die van Kudur-mabuks zonen (Warad-Sîn, Rīm-Sîn en Sîn-muballiṭ) zijn Akkadisch en die van een van zijn dochters, Manzi-wartaš, weer Elamitisch. Om het leuker te maken noemde Kudur-mabuk zich “father of the Amorite lands” en “father of Emutbala”, een gebied ten oosten van de Tigris. 43

Warad-Sin regeerde, maar deelde de touwtjes van de macht nog minstens in jaar 12 met zijn vader. 44 Kudur-mabuk wordt alleen koning genoemd op een kleitablet uit Nippur. Hierop staat Ṣillī-Eštar uitgebeeldt, “the man of Maškan-šāpir”, onder de voet van Kudur-mabuk, “the king who returns magnificence to the one who does good for him.” 45 Ik heb hem daarom niet opgenomen tussen de koningen van Larsa.

Onrust

Warad-Sin kwam aan de macht in een tijd van onrust. Jaarnaam 2 (1486) is: “Year the city wall of Kazallu was destroyed and the army of Mutibal occupying Larsa was smitten by weapons”. Sabium van Babylon vermeldt de verwoesting van Kazallu’s muur in jaarnaam 12 (1486), wat over dezelfde gebeurtenis zal gaan. 46 Kudur-mabuk schreef dat hij “did no wrong to Larsa and Emutbala”, “settled Ur and Larsa in peaceful abodes” en was degene “who gathered the scattered people (and) put in order their disorganized troops, who made his land peaceful, who smote the head of its foes, snare of his land, who smashed all the enemies”. 47

Onder Warad-Sin ging het weer goed met Larsa; uit zijn tijd komen meer koninklijke inscripties dan elke andere koning van Larsa produceerde. 44

Rim-Sin I

Rīm-Sîn I
1475-1416

Larsa King List: 60 jaar

Hij was een broer van Warad-Sin, en regeerde aan het begin ook samen met zijn vader. Jaarnaam 5 meldt dat Rim-Sin twee koperen standbeelden van hem naar de Egalbarra bracht; dat was mogelijk een plek waar zijn vader als god werd vereerd. Volgens de langste variant van zijn tweede jaarnaam deed Rim-Sin hetzelfde met een standbeeld van Warad-Sin. 48

“I, Rīm-Sîn, king of Larsa, king of the la[nd] of Sumer and Akkad, made f[ir]m the foundation of my extensive nation. I restored the cities and villages. I established there, for my numerous people, food to eat (and) water to drink. I made the land of Sumer and Akkad peaceful”.  49

Hij had in ieder geval drie vrouwen. Dit zijn Simat-Eštar, de dochter van Warad-Nanna, “the humble woman, ornament befitting the king”, die een tempel bouwde in Larsa; Bēltāni, de dochter van Ḫabannum, wiens zegel bewaard is gebleven; en Rīm-Sîn-Šala-bāštašu, de dochter van Sîn-māgir, “humble woman, ornament suitable for kingship”, die ongeluk voorzag voor hun dochter Lirīš-gamlum en daarom een diorieten kruik wijdde aan Inanna. 50 Een Sin-magir was koning van Isin in deze tijd (1480-1470). Dat Rim-Sins schoonvader geen koning wordt genoemd zegt niet alles; Sin-iqisham noemde zijn vader Sin-iribam ook geen koning. 51. In Isin komt ook de naam Warad-Nanna voor. Deze Warad-Nanna, de zoon van Pīqqum, was de koninklijke schrijver van Damiq-ilishu van Isin (1469-1447). 52

Oorlog

Rim-Sin I voerde behoorlijk wat oorlogen. De meeste gegevens zijn bewaard gebleven in zijn jaarnamen. Hieronder staan de voor deze chronologie belangrijkste. Alles wat volgens deze jaarnamen gebeurde, vond plaats in het voorgaande jaar:

  • 14 (1462): Year the armies of Uruk, Isin, Babylon, Sutum, Rapiqum, and of Irnene the king of Uruk were smitten with weapons
  • 20 (1456): Year in which Kisurra was seized and annexed to Larsa and (Rim-Sin), with the help of the strong weapon entrusted to him by Enlil, destroyed Durum (Der)
  • 21 (1455): Year in which (Rim-Sin) destroyed Uruk with the help of the strong weapon entrusted to him by Enlil and submitted the allied troops but spared the inhabitants (of Uruk)
  • Volgens de drie jaarnamen (1454-1452) hierna groef Rim-Sin kanalen. Ondertussen heeft hij gevochten, maar niet gewonnen. Jaarnaam 13 van Sin-muballit van Babylon (1453) is namelijk: “Year the troops and the army of Larsa were smitten by weapons”.
  • 25 (1451): Year the righteous shepherd Rim-Sin with the powerful help of An, Enlil, and Enki seized the city of Damiq-iliszu, brought its inhabitants who had helped Isin as prisoners to Larsa, and established his triumph greater than before
    Damiq-ilishu was de laatste koning van Isin (1453-1431). Het jaar hierna raakte Rim-Sin Isin alweer kwijt, want jaarnaam 16 van Sin-muballit (1450) is: “Year the city of Isin was seized”. Rim-Sin heeft voor dit jaar alleen het graven van een kanaal.
  • 29 (1447): Year in which Rim-Sin the righteous shepherd with the help of the mighty strength of An, Enlil, and Enki seized in one day Dunnum the largest city of Isin and submitted to his orders all the drafted soldiers but he did not remove the population from its dwelling place. Een, veel kortere, variant: Year he submitted Isin
  • 30 (1446): Year Rim-Sin the true shepherd with the strong weapon of An, Enlil, and Enki seized Isin, the royal capital and the various villages, but spared the life of its inhabitants, and made great for ever the fame of his kingship

Hierna begon een jaartelling. Jaar 31 (1445) heette “Year after the year he seized Isin” en de volgende jaren zijn jaar 3, 4, 5, etc. tot en met 31 (1444-1416) van het tijdperk “he seized Isin”. Wat hij in deze periode uitspookte is daardoor onbekend. Het hoeft niet te betekenen dat het goed met hem ging. 24 Ondanks deze jaartelling raakte hij Isin na een paar jaar alweer kwijt. Jaarnaam 7 van Hammurabi van Babylon (1439) is namelijk: “Year (Hammu-rabi) seized Uruk and Isin”.

Verslagen door Hammurabi

Hammurabi (1445-1403) van Babylon maakte onder andere een einde aan het koninkrijk Larsa. ABC 20, de Chronicle of Early Kings, schrijft: “Hammurabi, king of Babylon, mustered his army and marched against Rim-Sin (I), king of Ur. Hammurabi captured Ur and Larsa and took their property to Babylon. He brought Rim-Sin in a ki-is-kap to Babylon.”

Van jaar 31 van Hammurabi zijn twee namen bekend: “Year Hammurabi the king, trusting An and Enlil who marches in front of his army and with the supreme power which the great gods have given to him, destroyed the troops of Emutbal and subjugated its king Rim-Sin and brought Sumer and Akkad to dwell under his authority”, en “Year the army of Larsa was smitten by weapons”. Toen Hammurabi Larsa veroverde kreeg hij ook de macht over Nippur. Het oudste document uit Nippur met zijn jaaarnamen is gedateerd op dag 26 in maand IV in jaar 30 (zomer 1416), hetzelfde uit Larsa is gedateerd 28 XII in jaar 30 (winter/lente 1415). 53 Hammurabi veroverde Larsa dus in jaar 30 (1416). Dit zal het laatste jaar van Rim-Sin zijn geweest.

Rim-Sin II

Rīm-Sîn II
1395-1389

De Larsa King List vermeldt na Rim-Sin I nog Hammurabi met 14(?) jaar (1416-1403), en Samsu-iluna met 12 jaar (1402-1391). Ondanks dat was het volgens de jaarnamen van Samsu-iluna in het zuiden van Mesopotamië erg onrustig. Jaarnaam 11 beschrijft wat er gebeurde in jaar 10 (1393): “Year Samsu-iluna the king built the large city wall of Ur and destroyed Larsa”.

Uit de archeologie blijk dat in deze tijd veel mensen van het zuiden van Mesopotamië naar het noorden trokken. De grote en beste huizen van Larsa lijken te zijn verlaten voor een “dramatic event, probably the southern uprising against Samsu-iluna”. 54

Een van Samsu-iluna’s tegenstanders in het zuiden was Rim-Sin II van Larsa. Het is mogelijk dat hij Rīm-Sîn is, de zoon van Warad-Sîn, die bekend is van een zegelafdruk, maar het is niet eens duidelijk of deze Warad-Sîn de koning van die naam was. Hoe dan ook, Rim-Sin II leidde een opstand tegen Samsu-iluna in diens jaar 8 (1395), en werd pas door hem verslagen in jaar 14 (1389). In een van de drie jaarnamen die van hem bekend is noemde hij zich, in tegenstelling tot zijn voorgangers in Larsa, “koning van Ur”. 55

ABC 20, de Chronicle of Early Kings, is op dit punt helaas erg beschadigd: “[Samsu-il]una, king of Babylon, son of [Hammurapi, the ki]ng, […] … [he muster]ed and […] … Rim-Sin marched to … […] he captured [and …] … in good health in his palace […] he went and surrounded … […] … his people […] … […] (heel stuk verwoest) he built […] he did battle against him … […] their corpses, the sea … […] he changed and Samsu-iluna … […] Iliman attacked and [brought about] the defeat of [his] army.”

laatste wijziging: 25 januari 2022
februari 2024: de dynastie ingepast in mijn nieuwe chronologie van Mesopotamië

  1. By David Stanley from Nanaimo, Canada – Larsa Ziggurat, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=84451032[]
  2. Fitzgerald (2002), p. 5-6[]
  3. Fitzgerald (2002), p. 17[]
  4. Fitzgerald (2002), p. 21-23, 26, 165-167[]
  5. Fitzgerald (2002), p. 20, 167[]
  6. Fitzgerald (2002), p. 26-27[]
  7. Fitzgerald (2002), p. 33[]
  8. Fitzgerald (2002), p. 35[]
  9. Fitzgerald (2002), p. 37-38[]
  10. Fitzgerald (2002), p. 41[]
  11. Fitzgerald (2002), p. 43-44[]
  12. Fitzgerald (2002), p. 40[]
  13. Fitzgerald (2002), p. 51[]
  14. Fitzgerald (2002), p. 47[]
  15. Fitzgerald (2002), p. 48[]
  16. Fitzgerald (2002), p. 50[]
  17. Fitzgerald (2002), p. 54[][]
  18. Fitzgerald (2002), p. 55[]
  19. Fitzgerald (2002), p. 54, 142[]
  20. Fitzgerald (2002), p. 62[]
  21. Fitzgerald (2002), p. 72[]
  22. Fitzgerald (2002), p. 70-71[]
  23. Fitzgerald (2002), p. 73. Hier staat jaar 5, maar de volgorde van Erra-imitti’s jaarnamen is onbekend[]
  24. Fitzgerald (2002), p. 69[][][][]
  25. Fitzgerald (2002), p. 65-67[]
  26. Fitzgerald (2002), p. 95[]
  27. Fitzgerald (2002), p. 96[]
  28. Fitzgerald (2002), p. 123[]
  29. RIME 4, p. 147-149[]
  30. Fitzgerald (2002), p. 103[]
  31. Fitzgerald (2002), p. 98-100[]
  32. Fitzgerald (2002), p. 108. Hier staat jaar 7, maar het extra jaar is niet meegerekend.[]
  33. RIMA 4, p. 172[]
  34. RIME 4, p. 175[]
  35. Fitzgerald (2002), p. 107-108[]
  36. Fitzgerald (2002), p. 119[][]
  37. RIME 4, p. 188[]
  38. Fitzgerald (2002), p. 120[]
  39. Fitzgerald (2002), p. 118[]
  40. Fitzgerald (2002), p. 125[]
  41. Fitzgerald (2002), p. 124[]
  42. Kathleen Abraham, New Evidence for Warad-Sîn’s mu-malgium-basig (‘The destruction of Malgium’) Year Name, in Revue d’Assyriologie et d’archéologie orientale, Vol. 102 (2008), p. 27-38[]
  43. Fitzgerald (2002), p. 130-131[]
  44. Fitzgerald (2002), p. 135[][]
  45. Fitzgerald (2002), p. 134[]
  46. Fitzgerald (2002), p. 137[]
  47. Fitzgerald (2002), p. 127[]
  48. Fitzgerald (2002), p. 138[]
  49. RIME 4, p. 293[]
  50. RIME 4, p. 294-296, 301-303[]
  51. RIME 4, p. 196[]
  52. RIME 4, p. 106[]
  53. Fitzgerald (2002), p. 149[]
  54. Fitzgerald (2002), p. 154[]
  55. Fitzgerald (2002), p. 154-155[]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *